Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Classispredikant Wim Beekman: “In een dorp heeft de kerk alles voorhanden om relevant te blijven”

Op zijn rondgang langs Friese gemeenten vraagt classispredikant Wim Beekman naar wat er goed gaat én naar de zorgen. Bij beide vragen blijft het niet lang stil. Een verdwijnende middengroep en onvoldoende nieuwe ambtsdragers behoren tot de grootste problemen. “We gaan de ringen in onze classis samenroepen om ervaringen te delen en oplossingen te zoeken.”

Wim Beekman was jarenlang dorpspredikant. Hij wijdde zijn studieverlof aan de toekomst van de dorpskerk en schreef er een boek over: Leve de dorpskerk. Nu is hij classispredikant in Friesland. Tijdens zijn rondgang langs 61 Friese protestantse gemeenten ziet hij de kracht en de kwetsbaarheid van de dorpskerken.

Wat maakt dorpskerken bijzonder?

“Hiervoor was ik 13 jaar predikant in Warns en Molkwerum, met resp. 1000 en 350 inwoners. Daarvan hoort de helft bij de kerk. Kerk en dorp zijn met elkaar vergroeid, de grenzen zijn vloeiend. Kerkleden zijn ook betrokken bij de Oranjevereniging, de sportvereniging, Dorpsbelang. Dorpsbewoners leven mee met wat in de kerk gaande is. Houdt de school een dienst in de kerk, dan komt het halve dorp. De predikant is een bekend figuur in het dorp die er is voor iedereen.

Als classispredikant zie ik dit overal in Friesland. Natuurlijk, de tijd is voorbij dat iedereen bij de kerk hoorde. Maar de kerk heeft wel oog voor iedereen, en iedereen in het dorp heeft oog voor de kerk. Er zijn dorpen waar Actie Kerkbalans huis aan huis wordt bezorgd, omdat ook niet-leden willen bijdragen aan het voortbestaan van de kerk.”

Wat hoorde u tijdens uw rondgang?

“Mijn eerste vraag aan ambtsdragers is: waar worden jullie blij van, wat gaat goed? Dan blijft het nooit lang stil. Kerkenraden zijn blij over de sfeer in de kerkenraad en de gemeente, de grote betrokkenheid, de predikant of kerkelijk werker, de activiteiten, de ruimte die er is voor verschillen, de grote inzet van vrijwilligers. Er gaat veel goed in de kerk.

Na de pauze vraag ik naar hun zorgen. Dan blijft het helaas ook niet lang stil. Kerkenraden schetsen twee grote problemen. De middengroep verdwijnt uit de kerk, inclusief hun kinderen. En het wordt steeds moeilijker om ambtsdragers te vinden. Dorpskerken houden mensen nog het langst betrokken. Als kerk moeten we daar iets mee.”

Is er zicht op de oorzaken van deze problemen?

“Nieuwe generaties maken andere keuzes. Geen levenslang abonnement op de kerk, per keer kiezen waar je behoefte aan hebt. Dat doen ze ook bij de vakbond en de sportclub. Geen vast instituut meer, de samenleving informaliseert. Mijn kinderen sporten via een groepsapp; ze spreken af wanneer en waar. Kost het wat, dan sturen ze elkaar een tikkie. 

Logisch dat het moeite kost om ambtsdragers te vinden voor vier jaar of langer. We moeten ons daar niet over opwinden, die individualiserende trend zit ook in onszelf. Ik stem ook weleens op een andere partij, ga ook weleens naar een andere kerk. Vooralsnog blijft de kerk ingesteld op de abonnementencultuur. In Friesland gaan we de ringen in onze classis samenroepen om hierover te praten, ervaringen te delen, oplossingen te zoeken.”

Is er zicht op oplossingen?

“Dat staat nog in de kinderschoenen. Om te beginnen: mensen komen naar de kerk als er iets gebeurt wat voor hen relevant is. We moeten erachter komen wat relevant is voor de generatie die we missen. Dat is in ieder geval: een persoonlijke relatie. Jongere pastores en jeugdwerkers zeggen tegen mij: alles draait om relaties. Zoek mensen op, bouw persoonlijke contacten op. Ik zie dat dat werkt. De dominee die voetbalt of een fietsclub heeft, die in de kantine staat en bitterballen verkoopt, die kennen ze, daar bespreken ze mee wat er speelt in hun leven. We zijn als kerken misschien iets te introvert geworden. Jongeren willen graag praten over de betekenis van geloof voor hun leven, over God, leven en dood.”

Is de kerk in staat om te reageren op de veranderende tijd?

“Ze zal wel moeten. De Protestantse Kerk reageerde op de krimp in de kerk met nieuwe vormen van kerk-zijn: pioniersplekken. Dat lukt deels, dat is mooi. Maar het is ook belangrijk om te kijken naar het gewone kerkelijke leven. Nu er elf classispredikanten zijn die de gemeenten langsgaan, horen wij naast vreugde over alles wat lukt ook de grote zorgen.

Als ik kijk naar de praktijk in mijn classis zie ik twee oplossingen: een lichtere bestuursstructuur en een andere visie op het ambt. Laat mensen meer zelf regelen. Organiseer een kleinere kerkenraad met daaromheen zelfstandige groepen met eigen taken. De kerkorde is zojuist gewijzigd. Pioniersplekken mogen een kernkerkenraad van drie mensen hebben. Dat is mogelijk ook een oplossing voor kleine gemeenten. Zorg daarnaast voor een gedifferentieerder aanbod aan predikanten: academisch geschoolde voorgangers naast HBO-theologen. In Friesland werken zij heel goed samen.”

De kerk is in het dorp om te blijven.

“Zeker wanneer je als kerk betekenis hebt voor de samenleving en bijdraagt aan de sociale cohesie. Geef gelegenheid om samen rituelen te beleven, bijvoorbeeld bij de jaarlijkse herdenking van de gestorvenen. Als iemand overlijdt die geen lid is van de kerk, is er toch vaak een uitvaart in de kerk en leidt de predikant de bijeenkomst. Niet al te kerkelijk, maar toch. 

De diaconie van een gemeente kocht een huis waar mensen die tijdelijk onderkomen nodig hadden terechtkonden. Dat huis stond in drie jaar nog geen dag leeg. Een andere kerk verbouwde en verhuurt haar eigen lokaal voor de dokterspraktijk die zonder ruimte zat en geen geld had voor nieuwbouw. Zo maakt de kerk het mogelijk dat er in het dorp een dokter kan blijven. In een dorp heeft de kerk alles voorhanden om relevant te blijven.” 

Tekst: Kees Posthumus | Beeld: Sandra Haverman

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)