Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Zeven is voldoende: vijf en twee

Vrede, vrijheid, verdraagzaamheid, verantwoordelijkheid en vriendschap. Vandaag ontving ds. René de Reuver de vijf artikelen van de remonstranten. Precies 400 jaar na de kerkscheuring tussen de protestanten en remonstranten. De Reuver reageert: "De twee V-woorden die ik, vanuit mijn protestantse traditie, graag toe wil voegen zijn ‘Vertrouwen’ en ‘Verbinden’."

Geachte collega Röselaers, beste Joost, dames en heren,

Hartelijk dank voor het eerste exemplaar van ‘de vijf artikelen van de remonstranten Pijl naar beneden ’. Op het eerste gezicht lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Ruim vierhonderd jaar geleden, in 1610, stelden uw voorvaderen namelijk de eerste vijf artikelen van de remonstranten op. De gevolgen zijn bekend: enkele jaren later volgden de Dordtse Leerregels, ofwel ‘de vijf artikelen tegen de remonstranten’. Het geheel liep in 1619 uit op de eerste protestantse kerkscheuring, waardoor wij gescheiden wegen gingen.

Nu, vierhonderd jaar later, hebt u opnieuw vijf artikelen van de remonstranten opgesteld en biedt u ze aan de nazaten van de toenmalige gereformeerde kerk aan. Een moedige stap. We kennen immers allemaal het gezegde: ‘l’histoire se répète’ ...

Nu zijn de tijden grondig veranderd. We leven in een politiek, cultureel en religieus totaal andere tijd dan vierhonderd jaar geleden. Tijdens de herdenking van vierhonderd jaar Nationale Synode van Dordrecht, op 10 november 2018, heeft mr. Piet Hein Donner Pijl naar beneden de Synode van Dordrecht in historisch perspectief geplaatst. Het geding van toen was niet alleen theologisch. Gedurende het twaalfjarig bestand (1609-1621) smeulde het conflict tussen - in de woorden van Donner - een bestuurlijke elite en een populistische meerderheid, tussen Holland en de andere provincies, tussen Maurits en Van Oldenbarnevelt.

Het ging hierbij om de relatie tussen kerk en staat: heeft de staat zeggenschap over de kerk? Van Oldenbarnevelt was vanuit bestuurlijk oogpunt vóór die zeggenschap; Maurits was ertegen. Daarnaast ging het om buitenlandse politiek: de relatie tussen de jonge Republiek en Spanje. Van Oldenbarnevelt wilde onderhandelen met Spanje; Maurits wilde de politieke onafhankelijkheid militair veiligstellen. Bovenop deze geschillen kwam een oud theologisch debat over de predestinatie. Augustinus en Pelagius, Luther en Erasmus streden hier al over. De koppeling van politieke geschillen en een theologisch verschil van inzicht leidde tot een gevaarlijk mengsel. Volgens Donner stond voor de gewone man in dit conflict de zekerheid van het heil op het spel. Citaat: “Het idee dat de hemel een kwestie zou zijn van eigen verdienste, was even explosief als wanneer men nu de AOW zou afschaffen en alleen nog zou toekennen als onderscheiding voor maatschappelijke verdienste. Bovendien klonk het - de verwoording van de remonstranten - allemaal erg rooms. Waren de Reformatie en de oorlog tegen Spanje dan voor niets geweest? De gewone burger moest er allemaal niets van hebben; ‘hij was boos’, zou men nu zeggen.”

De ontknoping van het conflict vond plaats tijdens de Nationale Synode van Dordt. De synode was geen poging tot verzoening, maar een bevestiging van de dominante positie van de calvinisten, aldus Donner. Het leidde tot de eerste kerkscheuring op protestants erf. Een pijnlijk moment, in het bijzonder voor de remonstranten. De verbanning van remonstrantse predikanten en de beroepsverboden van talloze remonstrantse bestuurders hebben hen diep geraakt en veel stuk gemaakt. Bovendien raakte de kerk van Christus hierdoor verder verdeeld. Op de gruwelijke dood van Van Oldenbarnevelt kijken we nu met schaamte terug.

Nuchter en ietwat onderkoeld wijst Donner erop dat door de synode wél de splitsing van kerk en staat en tussen Holland en de andere provincies is voorkomen. Hij vergelijkt de uitkomst van het conflict met de conflicten in het toenmalige Duitsland, Frankrijk en Engeland. Daar leidde een vergelijkbare politiek-theologische strijd tot duizenden doden. Zijn conclusie is: de Nationale Synode legde het conflict niet bij, maar zorgde wel voor rust. Het nieuwe kerkgenootschap, de Remonstrantse Broederschap, werd gedoogd. Na de dood van Maurits keerden remonstrantse predikanten gewoon terug naar de Nederlanden en de remonstranten kregen hun eigen kerken. Hij concludeert Donneriaans: “Je moet Nederlanders nooit zeggen dat ze gelijk zijn, want dan krijgen ze ruzie over wiens gelijk, maar als je erkent dat ze verschillend zijn, kunnen ze vaak vrij redelijk met elkaar omgaan.” Deze conclusie, en impliciete oproep tot verdraagzaamheid, klinkt mij goed remonstrants in de oren.

Overigens stelt Donner dat het mooi zou zijn als de remonstranten en de nazaten van de contraremonstranten, de Protestantse Kerk, tot een gemeenschappelijk standpunt komen over wat hen toen verdeelde. Ik duid het conflict van vierhonderd jaar geleden als de interne worsteling van een jonge zelfstandig wordende republiek die zocht naar haar eigen identiteit, waarbij het theologisch ging om de predestinatie, maar waarbij het geloofsmatig, spiritueel draaide om de radicaliteit van de genade.

Treffend en hoopvol vind ik het dan ook dat het in een van de vijf V-woorden van de huidige ‘vijf artikelen van de remonstranten’ gaat over vrede, maar draait om genade. ‘Als het geloof helemaal uit onszelf komt’, zo schrijft Tjaard Barnard, ‘is het spannend of het ooit bij God uitkomt.’ Tegenover de genadeloze boodschap van het neoliberalisme, waarbij succes een keuze is, iets voor de geslaagden - ofwel waar je je AOW of een uitkering moet verdienen door goed gedrag - staat het woord genade. In genade als fundament van vrede hoor ik de grondtoon voor het vervolg: vrede op grond van genade, niet als prestatie maar als geschenk dat om niet ontvangen mag worden. Wat mij betreft kunnen we met deze grondtoon de komende vierhonderd jaar aan!

Uw vijf V-woorden stellen vragen en nodigen uit tot debat. Als ik u goed begrijp, wat u betreft niet alleen intern kerkelijk, maar vooral maatschappelijk. En ik lees in deze artikelen een uitnodiging om hierin gezamenlijk op te trekken. Niet als kopieën van elkaar, maar complementair. Elkaar aanscherpend en verdiepend.

Zoals ik al opmerkte, zet, wat mij betreft, uw toespitsing van het V-woord ‘Vrede’ de toon. Ook de andere vier V-woorden zijn een wezenlijke bijdrage aan het maatschappelijk debat over waarden in onze samenleving, vanuit de christelijke traditie.

‘Vrijheid.’ Geen ontaarde vrijheid, maar vrijheid tot, in relatie tot verdraagzaamheid. Sigrid Coenradie koppelt dit, in de lijn van Kierkegaard, aan angst. Angst voor de sprong naar de vrijheid. Als calvinist voeg ik hier graag de notie van Luthers ‘vrijheid van een christenmens’ aan toe. Die notie komt uit wat mij betreft een van zijn meest waardevolle geschriften.

‘Verdraagzaamheid’, niet alleen ten opzichte van mensen waar je het grotendeels mee eens bent, maar ook ten opzichte van die ander die echt anders is. Annemieke van der Woude spitst dit toe op een Nashville-ondertekenaar. Verdraagzaamheid is niet eenvoudig, het doet pijn. Je hoeft de sociale media maar een beetje te volgen om te zien hoe waar dit is.

‘Verantwoordelijkheid’, tegenover onverschilligheid en hebzucht. Als heilige verplichting om zorg te dragen voor wat aan je zorg is toevertrouwd. Als tegengif tegen het doorgeschoten individualisme waar we slechts een boodschap aan elkaar lijken te hebben als de ander mij iets oplevert. Terecht wijst Koen Holtzapffel erop dat we moeten oppassen dat deze verantwoordelijkheid geen nieuwe wet moet worden - een soort ‘(on)heilig moeten.

En als vijfde: ‘Vriendschap’. Joost Röselaers herkent dit in de drieslag van de Franse revolutie, maar fundeert het in de bekering van Paulus. Van een zwart-witdenker die anderen bestrijdt, wordt hij de apostel die Jood en heiden open tegemoet treedt om aan hen het evangelie van Jezus Christus te communiceren.

Aan deze vijf V-woorden, die uitnodigen tot debat, voeg ik er graag nog twee toe. Zeven is immers het getal van de volheid.

Niet om hiermee te suggeren dat remonstranten en protestanten samen de volheid van Gods volk vertegenwoordigen. Dat zou een hovaardige overschatting van ons beiden zijn. De kerk is, Goddank!, breder dan remonstranten en protestanten. En toch: zeven woorden, als uitdaging. Om als remonstranten en protestanten te participeren in de volheid van het lichaam van Christus, van zijn Kerk.

De twee V-woorden die ik, vanuit mijn protestantse traditie, graag toe wil voegen zijn ‘Vertrouwen’ en ‘Verbinden’.

In de introductie van ‘de vijf artikelen van de remonstranten’ noemt Joost Röselaers de kern van de vierhonderd jaar oude remonstranten ‘een diep vertrouwen in God, dat ons draagt en overstijgt.’ Graag zet ik hier een dikke streep onder. ‘Vertrouwen’, synoniem voor geloven. Vertrouwen in Hem, die ons te boven gaat en tegelijkertijd draagt. Vertrouwen als grondhouding. Niet omdat ‘alles wel recht sal kommen’, maar omdat aan God de toekomst is en er tenslotte maar één Heer is aan wie wij gebonden zijn: Christus, die ons in de vrijheid stelt. Vertrouwen dat zelfs de Kierkegaardiaanse angst voor de vrijheid overwint.

Ten slotte, als zevende V-woord: ‘Verbinden’. De maatschappelijk waarde van verbinden is evident. Die komt in de vijf door jullie aangereikte V-woorden duidelijk naar voren. Graag voeg ik hier de noodzaak van de onderlinge verbinding als kerken en christenen aan toe, ofwel de katholiciteit. Dit vanuit de overtuiging dat we niet zonder elkaar kunnen als het gaat om het verstaan van de waarheid. Als calvinisten is het noodzakelijk om uw stem te horen. De nadruk op vrijheid en verdraagzaamheid. De spiritualiteit van Erasmus.

Als calvinisten brengen wij de stem van Luther en Calvijn in. De nadruk op de genade voor prutsers. Om een beeldspraak van dé hervormde theoloog van de vorige eeuw, Oepke Noordmans, te gebruiken: we trekken op het orgel hierbij dan wel het zware 16-voets register open. Een register dat de grondtoon verklankt van de mens die de mens een wolf is. Immers, in een aforisme van Noordmans: de zonde gaat even ver als de schepping. Of, in een moderne variant, in de woorden van juf Ank uit De Luizenmoeder - juf op de kleine openbare basisschool ‘De Koepel’: “We zijn allemaal mensen, Pjotr Jan, en er is één hardnekkige overeenkomst: we hebben allemaal de onweerstaanbare drang om elkaar op een goed moment de hersens in te slaan.”

Alleen samen met alle heiligen verstaan we iets van het geheimenis van God.

Ik ben dan ook dankbaar dat wij, samen met diverse andere kerken, straks op 29 mei in Dordrecht, vierhonderd jaar na dato, de Verklaring van Verbondenheid Pijl naar beneden gaan ondertekenen. Ik weet dat de tekst van de verklaring u hoofdbrekens heeft gekost. Toch doet ook u straks mee. Als teken van verbondenheid met Christus en met elkaar, om gezamenlijk onze roeping in de samenleving te aanvaarden.

De tijden zijn veranderd. Toch zou ik, net als vierhonderd jaar geleden collega Bogerman, ook vandaag ‘ite, ite’ willen roepen. Niet tegen u, maar tegen ons beiden: ga, ga! Erop uit! De samenleving heeft u, ons, meer dan ooit nodig!

Foto: Wikipedia

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)

Lees meer over

Het thema Synode