Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Zo voert u een goed pastoraal gesprek

Elkaar opbouwen in geloof, hoop en liefde. Dat is de kern van pastoraat. Maar hoe past u dit goed toe in een pastoraal gesprek? Marleen Schoonderwoerd, hbo-theoloog en freelance trainer/gemeentebegeleider, reikt hiervoor drie bouwstenen aan.

“Mijn man is een half jaar geleden overleden. En sinds die tijd, ik weet niet, maar ik heb allemaal vragen over het geloof. Ook omdat de kinderen die stellen, hoor. Want die geloven niet meer. Is God wel een Persoon bijvoorbeeld, zoals ik altijd heb geloofd? Ik voel er niks meer bij. En soms lijkt het net of ik daarmee alleen ben. Dan zit ik in de kerk en denk ik: ja, iedereen om mij heen gelooft wel… maar ik weet het allemaal niet zo.”

“U hebt uw man verloren en dat brengt verdriet en ook een hoop vragen met zich mee.”

“Tja, verdriet… Dat is ook ingewikkeld. Dat weet ik eigenlijk niet zo goed. Het was ook niet zo’n makkelijk huwelijk om eerlijk te zijn. Mijn man had weinig begrip voor de kinderen, vaak van huis en later veel in zichzelf gekeerd. Maar ik ben mijn man altijd wel trouw gebleven. Ik heb hem toch willen zien zoals hij is. En voor hem gezorgd, tot het einde. Alleen ervaar ik ook wel iets van opluchting dat hij er niet meer is, en daar voel ik me tegelijk schuldig over. En dan denk ik: nou, God zal mij ook wel helemaal niet meer moeten hebben. Het maakt me in de war.”

“Dat is wel heel wat. Gevoelens van rouw, gevoelens van opluchting, van schuld. Het valt mij wel op dat u uw man zo trouw bent geweest. En daarin proef ik ook wel iets van Gods trouw …”

“Nou, dat vind ik wel mooi dat je dat zegt. Het lucht me eigenlijk ook wel op om dit eens uit te spreken.”

Elkaar opbouwen in geloof, hoop en liefde

Het bovenstaande gespreksfragment herinner ik me van een aantal jaren geleden. De mevrouw met wie ik het gesprek voerde, was na het overlijden van haar man in het landschap van de rouw terecht gekomen en wist daarbij een periode niet meer goed meer wat haar leven richting gaf. Zij vond door aandacht en gesprekken weer levenskracht en geloof. Het is een voorbeeld dat past bij de omschrijving van pastoraat, zoals die verwoord is in de kerkorde van de Protestantse Kerk:

“De gemeente volbrengt haar pastorale taak in de herderlijke zorg aan de leden en anderen die deze zorg behoeven, opdat zij elkaar opbouwen in geloof, hoop en liefde.” (art. X.3)

Elkaar opbouwen in geloof, hoop en liefde. Daar gaat het dus om in het pastoraat. Dat is de kern. Maar als we deze omschrijving verbinden met het pastoraal gesprek – als een van de vormen van pastoraat, er zijn meer vormen mogelijk – hoe ziet zo’n gesprek er dan concreet uit? Hoe voer je nu een goed pastoraal gesprek?

In dit artikel wil ik hiervoor enkele bouwstenen aanreiken. Ik ga allereerst in op de grondhouding bij een gesprek: hoe ga je een gesprek in, vanuit welke houding, en waarom is dat zo belangrijk? Vervolgens sta ik stil bij enkele belangrijke luistervaardigheden. Daarna geef ik aandacht aan de vraag: hoe verdiep je een gesprek? Hoe kom je, zoals ik regelmatig terug hoor in trainingen, van ‘koetjes en kalfjes’ op de diepere vragen van het leven? Of, anders verwoord: hoe kom je tot de kern?

Grondhouding

Voor je een gesprek met iemand hebt, zul je je afvragen: naar wie ga ik eigenlijk toe? Wat weet ik van deze persoon? Soms ken je iemand al, soms ook niet. Je maakt je een voorstelling van de ander. Ik weet van sommige mensen dat ze zich in gebed, door stilte of een lied te luisteren openstellen en vrijmaken voor een ontmoeting met de ander. Dit heeft alles te maken met de grondhouding in een gesprek. En daarmee begint een gesprek. Het is de basis.

Vanuit de literatuur over gespreksvoering in de hulpverlening zijn drie woorden essentieel als grondhouding: aanvaarding, empathie en echtheid. Aanvaarding houdt in: je aanvaardt de ander zoals hij of zij is, zonder voorwaarden. Alles van de ander mag er zijn. Bij empathie gaat het om het vermogen om je in te leven in de ander, zonder die ander zelf te worden. Echtheid is dat je gedachten en gevoelens toestaat die in het gesprek kunnen ontstaan, en er waar nodig wat mee doet.

Dit zijn prachtige woorden die ook Bijbelse bronnen hebben. In Jezus zien we hoe hij mensen wezenlijk aanvaardde, ongeacht hun daden; denk maar aan het verhaal van Zacheus. Bij inlevingsvermogen kun je ook denken aan woorden als ‘innerlijke ontferming’ of ‘barmhartigheid’ – woorden die Jezus kenmerken en ook meerdere malen expliciet over God zelf gesproken worden in het Oude Testament. Echtheid heeft te maken met eerlijkheid en oprechtheid, en daarbij kun je ook denken aan de profeten in de Bijbel die het niet schuwen om verkeerd gedrag van het volk Israël te benoemen en op te roepen tot verandering. Of aan de Psalmen waarin mensen zichzelf eerlijk en open voor God laten zien met alles wat in hen leeft.

Een grondhouding van aanvaarding, empathie en echtheid creëert veiligheid en vertrouwen. En in die ruimte kan open en eerlijk met elkaar gesproken worden. Kan alles wat is aan het Licht komen. Soms zijn er ook dingen die deze grondhouding in de weg zitten. Oordelen over de ander, omdat je niet snapt dat de ander zó anders dan jij in het leven staat. Ongeduld, omdat je nog zoveel andere dingen wil doen en dit gesprek eigenlijk niet uitkomt. Een grondhouding vraagt daarom ook oefening. Een voorbereiding zoals hierboven geschetst, kan daarbij behulpzaam zijn. En groeien in deze grondhouding gebeurt ook  naarmate je meer beseft en ontvangt dat ook jij onvoorwaardelijk aanvaard bent zoals je bent – maar al te vaak een persoonlijk leerproces in het leven.

Luisteren

Naast de grondhouding is luisteren een wezenlijk onderdeel van een pastoraal gesprek. Luisteren heeft te maken met stil zijn, stil worden voor het verhaal van de ander. Luisteren kan worden onderscheiden in passieve en actieve luistervaardigheden.

Passieve luistervaardigheden zijn bedoeld om de ander uit te nodigen om verder te vertellen. Daarbij zijn je gezichtsuitdrukking van belang, de manier waarop je oogcontact maakt, je lichaamstaal, het gebruik van aanmoedigende gebaren en het verbaal volgen van de ander (‘Hmm…’ ‘Geschrokken, zei u?’). Heel veel gesprek vindt dus ook ‘onuitgesproken’ plaats, met het lichaam.

Actieve luistervaardigheden zijn vaardigheden om het gesprek structuur en verdieping te geven. Dat kan door vragen te stellen,  bijvoorbeeld als je niet begrijpt wat de ander zegt, of als je iets meer wilt weten. Een andere actieve luistervaardigheid is samenvatten. Dat kun je doen wanneer iemand veel deelt of om te controleren of je iemand goed hebt begrepen. Soms is het heilzaam om stil te staan bij het gevoel dat je in het verhaal of juist in de lichaamstaal van de ander beluistert: ‘Ik merk aan u dat dit u verdrietig maakt.’ Een dergelijke gevoelsreflectie - zoals deze derde actie luistervaardigheid wordt genoemd -kan het gesprek verdiepen.

Ik merk in de trainingen die ik geef dat juist het benoemen van gevoelens niet vanzelfsprekend is. Soms is er schroom om gevoelens te benoemen. Soms is er ook onbekendheid met eigen gevoelens. Toch is het goed om de eigen gevoelens te leren kennen; ze zijn een wezenlijk onderdeel van ons mens-zijn, en ze zijn van invloed op ons denken en handelen, ook als we ons daar niet van bewust zijn. Wat kan helpen om hierin te groeien, is heel praktisch door zo nu en dan terug te blikken op de dag en je af te vragen: wat heb ik op verschillende momenten gevoeld?

Gespreksverdieping

Een pastoraal gesprek is niet hetzelfde als een ‘gewoon gesprek’. Een pastoraal gesprek vindt plaats vanuit een context. En die context wordt bepaald door de kerkelijke gemeente en door de inhoud van het christelijk geloof dat we in de kerk belijden, en dat we ons gaandeweg het leven persoonlijk eigen maken. Daarom kunnen juist in een pastoraal gesprek ook altijd de bronnen meekomen die we vanuit de christelijke traditie kennen: de Bijbelse verhalen, liederen en gebeden.

Met betrekking hiertoe klinken vanuit de praktijk vaak twee vragen: 1) Hoe komen we van de ‘koetjes en de kalfjes’ tot een gesprek op een diepere laag, op een gesprek over het geloof? 2) Lees ik in een gesprek de Bijbel en zo ja, wat lees ik dan? Of: bid ik ook? Of juist niet?

Over beide relevante vragen leven in onze kerk verschillende opvattingen die ook wel eens als tegengesteld en strijdig worden ervaren. Sommigen vinden een gesprek over het alledaagse leven net zo wezenlijk als een gesprek over het geloof. Er zijn ook mensen die zeggen: ‘Een cake bakken voor een ander is ook pastoraat.’ Anderen vinden juist dat een gesprek niet goed is als er niet iets over het geloof of over God is gezegd. Zij willen graag aanreiken wat voor hen van zo grote waarde is.

Een gespreksmodel kan wellicht helpen om deze vragen net wat anders te bekijken. In dit gespreksmodel worden een aantal lagen in een pastoraal gesprek onderscheiden, waarbij het gesprek zich steeds verder verdiept: van een laag van feiten, naar een laag van gevoelens, naar de laag van de  geloofsovertuiging (of: betekenisgeving), en uiteindelijk kan de laag van de ziel worden geraakt.

Hoe ‘werkt’ het nu in een gesprek? Een gesprek begint meestal bij de feiten. Zoals: ‘Mijn man is een half jaar geleden overleden.’ Wanneer er meer vertrouwen is ontstaan, kan het gesprek zich verdiepen naar emoties: ‘Alleen ervaar ik ook wel iets van opluchting dat hij er niet meer is, en daar voel ik me tegelijk schuldig over.. De laag van de  geloofsovertuiging (of: betekenisgeving) kan vervolgens aan de orde komen: ‘En dan denk ik: nou, God zal mij ook wel helemaal niet meer moeten hebben.’ Zo kan al sprekende en delende een ruimte ontstaan om tot de kern te komen, elkaar voor het aangezicht van God te ontmoeten. De kern van een gesprek is eigenlijk niet makkelijk ‘te pakken’ of in woorden weer te geven. Dat is meer iets wat gebeurt, wat ervaarbaar is. Mensen kunnen dan de ervaring opdoen van ‘gekend zijn’, ‘gezien zijn’. Je kunt hierbij denken aan woorden als ‘ontferming’, ‘heelheid’, ‘genade’, ‘verzoening’. Er kan ook sprake zijn van stilte of zwijgen. Bijvoorbeeld na woorden als: ‘Het lucht me eigenlijk ook wel op om dit eens uit te spreken.’

Wat uit dit model onder andere duidelijk wordt, is dat je niet zomaar van de ‘koetjes en de kalfjes’ of anders gezegd, van de alledaagse feiten komt tot het spreken over geloof. (Al kan dat soms ook verrassend snel gaan als mensen weten dat je van ‘de kerk’ komt.) Over het algemeen is het geloof, onze levensovertuiging als deel van onze identiteit, iets wat kostbaar is en intiem. Het vraagt eerst veiligheid en vertrouwen (grondhouding!) en vervolgens kun je van de feiten overgaan naar gevoelens, en naar betekenisgeving. En mogelijk kom je zo samen tot de kern.  

Wat de rol van Bijbellezing en gebed betreft; het is mooi en verrijkend als dit op een natuurlijke wijze ingebracht kan worden, passend bij het verhaal van de ander - vaak in de laag van de betekenisgeving. Soms kan er ‘zomaar’ (?!) een verhaal, een tekst of een lied in je opkomen dat je kunt inbrengen. Een gebed kan heilzaam zijn. Maar wanneer dat niet gebeurt, hoeft het niet te zeggen dat het geen goed pastoraal gesprek is. De essentie is: hoe draagt dit gesprek dat we hier nu voeren, bij aan hoop, geloof en liefde? En dat geeft veel ruimte voor creativiteit.

Vertrouwen en groeien

Pastorale gesprekken voeren is mooi. Het is een geschenk om dat wat ‘heilig’ is van de ander te mogen ontvangen. Om dat wat ten diepste raakt met elkaar te kunnen delen voor het Aangezicht van de Levende. Met dit artikel ben ik verre van volledig, maar heb ik wel enkele bouwstenen – een grondhouding van aanvaarding, echtheid en empathie, luistervaardigheden en de mogelijkheid om het gesprek te verdiepen – willen aanreiken voor het voeren van pastorale gesprekken.

Nog een paar opmerkingen tot slot. In het voeren van pastorale gesprekken, zeker als je dat vanuit een ‘functie’ doet, ontvang je veel vertrouwen. Vertrouwen en veiligheid worden je vaak zomaar geschonken. Dat is kostbaar en ook bemoedigend. Ook als je soms denkt: doe ik het wel goed? En dat denken we allemaal wel eens. Met betrekking tot die vraag is het goed om ons niet te laten ontmoedigen. Tegelijkertijd is het van belang om regelmatig terug te blikken op gesprekken om te ontdekken wat we goed doen, en waar we in kunnen groeien. Dat kan alleen of met elkaar. Want ook reflectie en onze eigen innerlijke weg dragen in belangrijke mate bij aan het voeren van gesprekken om elkaar op te bouwen in geloof, hoop en liefde.

Zelf aan de slag? Volg een training


Wilt u meer weten over het voeren van pastorale gesprekken? Zou u hierin willen groeien? De Academie van de Protestantse Kerk heeft een blended training pastoraal gesprek in haar aanbod. De training is uitermate geschikt om met ouderlingen en bezoekmedewerkers te volgen.
Klik hier voor meer informatie. Kijk hier voor alle trainingen betreffende pastoraat.

Over de auteur

Dit artikel is geschreven door Marleen Schoonderwoerd. Ze is hbo-theoloog en werkt als freelance trainer/gemeentebegeleider onder de naam Geestkracht.nu. Ze was betrokken bij de opzet van de training Pastoraal Gesprek.

Bronnen

Nynke Dijkstra-Algra (2000). Pastoraat voor iedereen. Praktische adviezen voor de gemeente. Zoetermeer: Boekencentrum.

Ruard Ganzevoort & Jan Visser (2007). Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding. Zoetermeer: Meinema.

  1. Lang & H.T. van der Molen (2004). Psychologische gespreksvoering. Een basis voor hulpverlening. Soest: Uitgeverij Nelissen.

Aart Peters & Leo Smelt (2017). Ontmoeting. Inspiratie voor pastorale gesprekken. Utrecht: Boekencentrum.

Johan Smit (2013). Tot de kern komen. De kunst van het pastorale gesprek. [z.p.]: Kok.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)

Lees meer over

Het thema Pastoraat