Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Kees van Ekris stelt graag fundamentele vragen

Kerken hebben een visie nodig, meent Kees van Ekris, dit jaar Theoloog des Vaderlands. Een visie helpt je om je niet te verliezen in hoe de dingen nu eenmaal zijn, in organiseren en regelen. "Kerken schrijven beleidsplannen, dat is goed. Wat vaak ontbreekt, is de reflectie daarachter, de soms ontregelende vragen. Visie is de vrucht van deze vragen. Juist in de moeilijke tijd waarin wij leven, kan de kerk zo mogelijkheden ontdekken om tot haar essentie te komen en weer op te staan."

Kees van Ekris (1972) is dit jaar Theoloog des Vaderlands. Hij studeerde bestuurskunde en theologie, was zendingspredikant in Indonesië en gemeentepredikant in Breukelen en Zeist. Van Ekris werkt bij de IZB, vereniging voor zending in Nederland. Met zijn gezin woont hij in leefgemeenschap De Wittenberg in Zeist.  

Waarom heeft een gemeente een visie nodig?

“In een van zijn preken legt Martin Luther King uit waarom hij in geen andere tijd zou willen leven als de zijne. Hoe zwaar en moeilijk die tijd ook was, met oorlog in Vietnam en rassentegenstellingen. King was ervan overtuigd dat God hem in zijn tijd geplaatst had, om getuige van Jezus te zijn. 

Dat is precies wat ons als christenen te doen staat: in onze tijd, in onze context, getuige van Jezus zijn. Het brengt ons onmiddellijk bij fundamentele vragen naar wie wij zijn als mens, als gelovige, als kerk, en naar onze roeping. De vrucht van deze vragen is visie. Visie is nodig om je niet te verliezen in hoe de dingen nu eenmaal zijn, in organiseren en regelen. 

Ik vraag het kerkenraden waarmee ik optrek: waar bespreken jullie dit soort vragen, wie praten er mee? Vaak zijn ze verlegen met de vraag. Ze geven eerlijk aan dat het te vaak gaat over de pragmatische vragen rond het kerkelijk leven. Elke kerk heeft haar hoofdpijndossiers, spanningen, problemen die om oplossingen vragen. Ik snap dat. Aan de andere kant: mensen worden ook ambtsdrager om hun geloof te verdiepen. Ik zie enige frustratie dat zij daar niet aan toekomen, en ik zie tegelijk een groot verlangen om dieper te graven. Juist in de moeilijke tijd waarin wij leven, kan de kerk zo mogelijkheden ontdekken om tot haar essentie te komen en weer op te staan.” 

Hoe ingewikkeld is het om een visie te vormen?

“Niet. Een groep gemeenteleden, een thermoskan koffie, een paar spelregels: vertrouwen, openheid, gesprek, luisteren naar elkaar. En een goede gespreksleider die het thema agendeert en die doorvraagt.

Het begint met tijd nemen voor de ontregelende, fundamentele vragen. Nodig mensen uit om hierover mee te denken in een gemeenteberaad. Vijf, zes mensen van verschillende leefstijl, sociale achtergrond en komaf. Een pleegmoeder, een ambtenaar, iemand met een eigen bedrijf, een middelbare scholier. Vraag wat zij in hun eigen leefomgeving zien rond een bepaald vraagstuk, zoals zorg, verbinding, eenzaamheid, geloof. Zo mobiliseer je de kennis en ervaringen die onder gemeenteleden leven. Als dominee in Zeist hoorde ik van jonge mensen dat er in korte tijd drie twintigers suïcide hadden gepleegd. Dat dat hen bezighield, ontdekte ik pas toen ik met hen aan tafel zat en vroeg wat er in hun wereld gaande is.” 

Eind vorig jaar hield Van Ekris een ‘trendrede’ voor de IZB. Hij bespreekt hierin vijf cultureel-maatschappelijke trends die van betekenis zijn voor de visie van kerk en gemeente. De trends worden geïllustreerd met video’s en podcasts en vormen zo een prachtig uitgangspunt voor bezinning. 

Een van de trends is de behoefte aan gemeenschap.

Van Ekris: “Ontwikkelingen rond digitalisering en kunstmatige intelligentie gaan razendsnel en zorgen voor vervreemding. Tegelijk ontstaat er een tegenbeweging: je wilt iemand zien in een ontmoeting van mens tot mens.  

Als Theoloog des Vaderlands was ik laatst in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar vertelde een arts mij dat behandelingen via een beeldscherm niet werken. Mensen willen elkaar zien, voelen, ruiken. In elkaars ogen kijken, waar wij soms elkaars ontheemding en angst, onrust, ontroering zien. Dit is een diep menselijk oerbesef, waar we ons als kerk aan moeten vasthouden. Tijdens de coronacrisis bleek dat digitale kerkdiensten voor veel mensen niet genoeg zijn. Het is goed als de kerk inzet op digitale middelen en aanwezigheid op sociale media. Ik zou zeggen: als toeleidende weg naar echte ontmoeting.” 

In de digitale, afstandelijke wereld zoeken mensen naar een thuis. Hoe kan een kerk dat zijn?

“In visietrajecten met kerkenraden ben ik allergisch voor vragen als: ‘waar droom jij van?’ Keer het om: ‘Wie heeft nood aan onderdak? Wat kunnen wij voor elkaar en de wereld betekenen qua houvast, zorg, eten en drinken?’ Maak een scan van wat er in de kerk zelf en in de omgeving nodig is, kijk wat er allemaal loskomt. 

Er zijn kerken met veel familieverbanden, die bijna automatisch zorgen voor onderdak voor elkaar. Na de kerk ontmoeten de families elkaar bij opa en oma, ooms en tantes. Sterke netwerken, maar kijk ook eens wie ernaast valt. In Breukelen kwam een vrouw naar de kerk van wie man en kinderen niet geloofden. De kerkdienst op zondag was haar geestelijk thuis. Als ik haar alleen naar huis zag lopen, en anderen naar hun familie die wel geloofden, dacht ik vaak: zal de kerk van morgen niet uit veel meer mensen bestaan zoals zij? 

Aan de ene kant dienen wij elkaar door in deze koude, kale wereld gemeenschappen te vormen. Aan de andere kant is de kerk een heilige open plek, een huis van gebed voor iedereen. Voor al die mensen moeten wij open zijn en gastvrijheid bieden. Christus is de gastheer, Gods familie is groter dan onze eigen familie.” 

De kerk van betekenis voor de wereld om je heen. Kunt u een voorbeeld geven?

“Ik heb nóg een herinnering aan Breukelen. In het dorp waren mensen nogal op zichzelf gericht. Op een dag gebeurde er iets ernstigs: een vrouw werd vermoord door haar buurman. Zij was gehandicapt en was door haar gedrag bepaald niet geliefd. Een verschrikkelijke moord. Ik verwachtte dat het dorp zou tonen een gemeenschap te zijn: een stille tocht, bloemen voor haar huis. Niets van dat alles. Het bleef, als ik mij goed herinner, stil in het dorp. Als ik eraan terugdenk, vind ik dat ik zelf toen gefaald heb. We hadden juist toen iets als kerk moeten doen. Er was iets onheiligs gebeurd: een mens was vermoord, een mens die overlast gaf en niet geliefd was, maar een mens! Juist dan zou er een kerk moeten zijn die zegt: hier is een grens overschreden, hier zijn leven en dood fundamenteel geschonden. Het enige wat in me opkwam was om naar de begrafenisdienst te gaan. De burgemeester was er niet, de politie niet, het was een treurige zaterdagmiddag. De kerk was er wel. Hoewel ik er terughoudend in ben, zei ik expliciet: ‘Ik ben hier namens de kerk. Wij zijn met u geschokt, wij delen in uw verdriet en eren uw moeder.’

Ik leerde ervan: wees als kerk alert op momenten in je omgeving waarin je het voortouw kunt nemen. Die momenten kunnen zomaar ontstaan, pop-up-plekken van heiligheid. Andere inwoners hadden zich wellicht aangesloten als ik, of wij, hiervoor explicieter aandacht hadden gevraagd. Later waren er vanuit de kerk in Breukelen juist wel momenten van expliciete maatschappelijke presentie. Dat was prachtig om te zien. Het roept respect op in onze samenleving wanneer een kerk lef heeft.”

Een andere trend uit uw rede is ‘manifeste geestkracht’.

“In geloof, en ook breder, is er sprake van pluraliteit en complexiteit. Mensen worden soms dol door de overvloed aan informatie, de tegenstrijdigheid en complexiteit van vraagstukken. Te midden daarvan willen mensen weten: waar gaat het ten diepste over? Maak het concreet. Ik citeer daarbij graag de PvdA-politicus Jan Schaefer tijdens een debat over woningbouw: ‘In gelul kun je niet wonen.’

Ik woon hier in een gemeenschap met honderd jongeren, op De Wittenberg. Velen van hen zeggen: ‘Geloof? Laat het me zien, maak het concreet, in gepraat kan ik niet wonen.’ Dat is lastig, er is geen pasklaar antwoord. Anderzijds kan de kerk zich door deze vraag laten uitdagen. Stel elkaar de vraag: zijn wij een gemeenschap waarin je God kunt beleven? Wanneer? Hoe? Wanneer niet? Die vragen maken onherroepelijk veel los. Samen deel je ervaringen waarin dat werd beleefd en momenten waarop het werd gemist. Op die ervaringen kunnen jongeren inhaken. Zij zoeken naar doorleefd geloof, niet naar instant-oplossingen.

Laat zo’n gesprek een gesprek tussen generaties zijn. Wij denken gelukkig te zijn in onze bubbels: jeugd bij jeugd, oud bij oud, welvarend bij welvarend. Dat idee klopt niet. Onderzoeken laten zien dat mensen juist geïntrigeerd zijn door mensen die anders zijn dan zij. Die je vertellen over wat buiten jouw blikveld en leefwereld valt.

De kerk heeft goud in handen als zij generaties en verschillende leefervaringen met elkaar verbindt. De geest van de tijd is die van vervreemding en verwijdering. Dat geldt ook voor kerkgemeenschappen, waarin gelijkgezinden elkaar opzoeken. Visie kan zijn om daar niet in te berusten en een weg naar verbinding en gemeenschap te gaan.”

Beeld: Sandra Haverman

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)