Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Krijgsmachtpastores: “Als je mensen leert schieten, moet je hen ook leren praten over zichzelf”

Een bezoek aan protestantse geestelijk verzorgers bij Defensie is indrukwekkend. ’Als je mensen leert schieten, moet je hen ook leren praten over zichzelf’, is hun motto. Zeker na een missie is de behoefte aan een gesprek met ‘de dominee’ groot.

Op bezoek

Defensie heeft 144 geestelijk verzorgers in dienst voor haar ca. 68.000 medewerkers. Ze zijn afkomstig uit zeven denominaties: protestants, katholiek, boeddhistisch, hindoeïstisch, joods, islamitisch en humanistisch. René de Reuver, scriba van de generale synode, ging op bezoek bij de protestantse tak. 

Centrale plek

De kapel op landgoed Beukbergen, Huis ter Heide, is de centrale plek van de geestelijke verzorging van de krijgsmacht. Aan de muur hangt een groot kruis dat zichtbaar is doordat de luiken zijn opengeklapt. De gordijnen voor de glas-in-loodramen zijn weggeschoven. Zo kunnen de bezoekers op het ene raam zien hoe de soldaten dobbelen om Jezus’ kleding. Op het andere zien ze hoe de hoofdman Jezus erkent na Zijn sterven. Met de luiken en de gordijnen open ademt de kapel een protestantse sfeer. Door alles te sluiten, is de ruimte geschikt voor de andere denominaties of als filmzaal.

In uniform

De kapel stroomt vol met mensen in uniform. Camouflagepakken voor de landmacht, lichtblauw voor de luchtmacht, donkerblauw voor de marechaussee en de marine. Voor de onoplettende kijker lijken het wellicht militairen. Wie goed kijkt, ziet de kruisen op de revers. Dit zijn de protestantse geestelijk verzorgers die werken bij Defensie.

Klaas Henk Ubels, hoofdkrijgsmachtpredikant: “Door een uniform te dragen, passen de geestelijk verzorgers zich aan de militairen aan. We geven daarmee aan bij hen te gast te zijn. Behalve op vormingscentrum Beukbergen. Dat is normaal gesproken uniformvrij gebied. Een plek waar wij gastheer en gastvrouw mogen zijn.” Speciaal voor het werkbezoek van de scriba en de dienstenorganisatie hebben de militairen hun uniformen aangetrokken.

Indrukwekkende verhalen

De behoefte aan een gesprek met ‘de dominee’ is groot bij de militairen. In de loop van de dag wordt het ene indrukwekkende verhaal na het andere gedeeld. Niet alleen over moeilijke missies naar het buitenland. Spanningen in het privéleven van de militairen of de sfeer binnen de groep worden ook gedeeld. André de Oude, geestelijk verzorger bij de marechaussee had alleen al de afgelopen week 25 persoonlijke gesprekken. “En terwijl we hier zo met elkaar in gesprek zijn, krijg ik weer een appje met een verzoek tot gesprek binnen.”

Bijzonder is dat ‘de kerk groeit’ binnen Defensie. Het aantal militaire eenheden neemt langzamerhand toe en daarmee groeit ook het aantal geestelijk verzorgers. Ubels: “Bijzonder dat we dat mogen meemaken. Dat stemt tot dankbaarheid.”

Leren praten over zichzelf

Ubels legt uit dat de geestelijk verzorgers werken met een waardenschild. Dat laat militairen nadenken over hun persoonlijke moraal. “Militairen zijn gewend aan een wapenschild. Wij gaan met hen in gesprek over hun waarden. We vragen hen welke waarden voor hen van belang zijn, en vragen vervolgens hier een waardenschild van te maken. Inclusief tekening en leuze.” Hij voegt er lachend aan toe: “Dat vinden ze in eerste instantie natuurlijk niets. Veel te kinderachtig. Maar als je hen vraagt om hun waardenschild toe te lichten aan de groep, dan zie je hun kracht groeien. Datzelfde gebeurt als je hen vraagt hun levenslijn te vertellen. Het motto van ons vormingswerk is: als je mensen leert schieten, moet je hen ook leren praten over zichzelf. Daar is geestelijke verzorging een vrijplaats voor.”

Worstelen met Afghanistan

Tijdens het werkbezoek gaat het regelmatig over de situatie in Afghanistan Pijl naar beneden . Ook bij de uitgezonden militairen levert de huidige situatie zingevingsvragen op. ‘Wat was de zin van onze aanwezigheid?’ ‘Hoe gaat het met die man of vrouw die ik niet kon helpen?’ Ook de geestelijk verzorgers die de afgelopen jaren naar Afghanistan zijn geweest worstelen met vragen. 

Ook onze missie

Ds. Ids Smedema was 15 jaar geleden mee op een missie naar dat land. De doos met papieren van die missie die sinds die tijd op zijn kantoor staat, heeft hij voor het eerst in 15 jaar weer geopend. “De beelden van het vliegveld in Kaboel vermengen zich met mijn herinneringen. Daarom ben ik terug gaan kijken. Ook al nemen wij als geestelijk verzorgers geen militaire beslissingen en hanteren we geen wapens, de missie van de militairen wordt ook onze missie.” Als geestelijk verzorger sta je tijdens een missie altijd ‘aan’, zegt hij. ”Je bent altijd de dominee. Ook als je in de eetzaal zit of een potje pingpong meespeelt.”

Inmiddels hebben de geestelijk verzorgers groepsgesprekken gehouden om de ervaringen te verwerken. Vervolgens willen ze nadenken over wat ze kunnen betekenen voor de militairen die in Afghanistan zijn geweest. “Daar waren we nog niet aan toegekomen. We moesten eerst onze eigen ervaringen kwijt aan elkaar.”

Dilemma’s

De Oude verbleef onlangs een week in Islamabad. Hij heeft de evacués uit Afghanistan daar mede mogen opvangen. “Terug in Nederland hoor je de dilemma’s van de jongens. Een militair van 29 jaar moest mensen terugsturen bij het vliegveld van Kaboel omdat ze geen recht lijken te hebben op een verblijf in Nederland. Hij heeft het daar nog steeds moeilijk mee. Daar is hij ook niet voor opgeleid. Hij is opgeleid om te strijden, niet om keuzes te maken over iemands recht op veiligheid.”

Geen makkelijke antwoorden

Terug in Nederland vroeg hij aan De Oude hoe hij hiermee in het reine moest komen. ‘Stel dat een van de mensen die ik heb teruggestuurd inmiddels door de Taliban gedood is.’ “Dat zijn moeilijke gesprekken, want ‘goedkope genade’ gaat er niet in bij die mannen.”

Ook Smedema geeft aan dat er geen makkelijke antwoorden te geven zijn. “Misschien is het moeilijkste wel om te leren omgaan met het feit dat er geen antwoorden zijn. Misschien is het onze taak als geestelijke verzorging bij Defensie om Gods hoop te bieden in deze gekke wereld.”