Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Naar een lichtere kerk

De Protestantse Kerk werkt aan ‘lichter kerkzijn’. Minder organisatie en vergaderen, meer aandacht voor de kern van het kerk-zijn. Dat is nodig om twee redenen. In de eerste plaats heeft de kerk te maken met krimp, er zijn minder mensen beschikbaar. Daarnaast verandert onze samenleving: mensen denken minder institutioneel en werken meer samen binnen lichte netwerken. Daardoor ervaren veel mensen onze organisatiestructuren als zwaar, als te veel opgetuigd.

Om als kerk lichter op pad te gaan is het onmisbaar om goed te weten wat de kern van ons kerk-zijn is. Als dat helder is, kan wat niet tot de kern behoort geschrapt worden en kan er gezocht worden naar lichtere manieren van kerk-zijn en organiseren. Als je weet wat je kern is, wat je identiteit bepaalt, dan kun je in het overige flexibel zijn.

Een voorbeeld

Hoe gaat dat in de praktijk, dat lichter kerk-zijn? Een voorbeeld uit de praktijk. Een kerkenraad bezint zich op een zaterdagmiddag over de vraag: ‘Hoe neemt de komende generatie zijn verantwoordelijkheid in onze gemeente?’ Dat is op zich een mooie vraag, doorgaans klinkt eerder: ‘De jongere generatie neemt zijn verantwoordelijkheid niet, ze hebben het te druk met banen, gezin en sport.’ Deze kerkenraad gaat in gesprek met een aantal dertigers. Zij vertellen hen: “Wij willen wel, maar niet op jullie manier, in jullie structuren, op de manier waarop jullie alles hebben bedacht en georganiseerd. We willen met de inhoud bezig zijn en  minder vergaderen. We organiseren wel via app-groepen.” Eén van hen merkt op: “Mijn e-mail lees ik zelden en zeker niet als daar lappen tekst in staan. We vinden dat jullie over-georganiseerd zijn.” De predikant, die deze gemeente mede tot bloei heeft gebracht, waardoor de jongere generaties er weer zijn, is de spin in het web. Hij trekt aan alle touwtjes en organiseert de meeste activiteiten. Ook dat moet anders volgens de dertigers: hij moet veranderen van ‘spin in het web’ naar ‘oliemannetje’. “Laat ons het op onze manier doen, stimuleer ons, maar neem het niet over.”

Lichtere vormen

Nu gaat het niet in elke gemeente zo, toch illustreert dit praktijkvoorbeeld de kloof tussen de manier waarop een oudere generatie gewend is het kerk-zijn te organiseren en de wijze waarop dertigers dit licht, snel, in netwerken en zonder veel te vergaderen doen. Het is voor een kerkelijke gemeente nog niet zo eenvoudig om om te schakelen naar deze vlottere en lichtere manier van werken. In veel gemeenten ligt de cultuur vast. Mensen hechten aan vaste patronen, aan hoe men het gewend is. Aan: ‘zo doen we het hier al jaren.’

In 2016 verscheen het rapport ‘’. Sindsdien is de Protestantse Kerk druk bezig om haar structuren en werkwijzen te vereenvoudigen. Zo ging de Protestantse Kerk van 75 naar 11 classes. De synode werd kleiner. Er wordt volop nagedacht over vereenvoudiging van de regelgeving voor plaatselijke gemeenten. De focus ligt op de plaatselijke gemeente, op vierplekken in wijk of dorp. De Protestantse Kerk zet dus niet in op grootschalige fusies van lokale gemeenten. De kerk wil heel concreet present zijn in wijken en dorpen. Zij wordt concreet overal waar er twee of drie in Zijn Naam bijeen zijn. Samenwerking tussen gemeenten wordt wel gestimuleerd.

Naast de bestaande gemeente zijn in de afgelopen jaren circa 150 pioniersplekken en ruim 150 kliederkerken van start gegaan: nieuwe vormen van kerk-zijn voor mensen die niet naar de kerk gaan. Een divers palet aan beginnende gemeenschappen. Veel mensen die niet met kerk en geloof zijn opgevoed, vinden daar aansluiting. En doorgaans kennen deze pioniersplekken ook veel lichtere organisatievormen.

Mozaïek van kerkplekken

De praktijk van kerk-zijn binnen de Protestantse Kerk is divers geworden. Dat past ook in een samenleving die steeds diverser wordt. Dit is nodig om missionair relevant te blijven. Wel vraagt dit om een flexibele omgang met kerkordelijke regels en, waar nodig, om aanpassing van deze regels. Eigenlijk is er kerkordelijk gezien al veel mogelijk, maar dan altijd ‘in bijzondere omstandigheden’. Echter, die omstandigheden zijn intussen niet meer zo ‘bijzonder’ maar worden steeds meer regel ook voor langer bestaande gemeenten.

In het rapport wordt de praktijk van nieuwe vormen van kerk-zijn besproken en worden voorstellen gedaan om te komen tot lichtere regelgeving. Zo kan een volwassen pioniersplek sinds 2019 ‘’ worden. Het genoemde rapport laat zien dat de missionaire praktijk allerlei vragen oproept rond kerk, ambt en sacrament. Wat hoort bij het wezen en de roeping van kerk-zijn? En waar is aanpassing noodzakelijk? .

De meeste reacties op de voorstellen uit het rapport Mozaïek van kerkplekken kwamen vanuit kleine gemeenten. Zij zeiden: “Dit hebben ook wij nodig!” Op grond hiervan besloot de synode om na te gaan de regelgeving voor kleine gemeenten eenvoudiger en lichter kan worden.  

Terug naar de kern 

Om te onderscheiden waar het op aankomt, is het belangrijk de kern van ons kerk-zijn opnieuw te verwoorden. Juist als je weet wie je bent, waar je voor staat en wat jouw identiteit is, kun je meebewegen met wat deze tijd van je vraagt. Onzekerheid over de eigen identiteit maakt dat men zich des te meer vastklampt aan de regels, aan hoe iets altijd is gegaan. Binnen een veelheid aan mogelijkheden is de vraag naar de kern essentieel. Daarom wordt in het rapport Mozaïek van kerkplekken uitvoerig gesproken over de essentie van kerk-zijn.  Vanuit de essentie kun je uitwaaieren naar diversiteit. Vanuit de ene belijdenis ‘Jezus is Heer’ stroomt een diversiteit aan gaven, samengebundeld in het ene lichaam van Christus (1 Korinthiërs 12).

Wat zijn dan de essenties van kerk-zijn? Die kern bestaat uit drie relaties: die met God, met elkaar en met de wereld. Het DNA van de kerk bestaat uit vier strengen: eenheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit. Het rapport Mozaïek van Kerkplekken weegt deze zaken en maakt een praktische vertaalslag. Dat resulteert in tien essenties voor kerk-zijn die passen. Zij omschrijven wat minimaal nodig is om een zelfstandige (kern)gemeente van de Protestantse Kerk te zijn. Het gaat om: 

  1. een groep mensen die door de Geest wil leven uit Gods genade in Jezus Christus,
  2. die regelmatig in het openbaar samenkomt rondom Woord en sacramenten,
  3. die samen een doorgaande geloofsgemeenschap wil vormen,
  4. en die zich missionair en diaconaal inzet voor de wereld, te beginnen in de eigen context,
  5. bestaande uit ten minste tien volwassenen die hun gaven inzetten voor de kerkplek,
  6. die zelf de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het beleid en de financiën,
  7. onder leiding van een kernraad, met ten minste drie belijdende leden van de Protestantse Kerk die ook een kerkelijk ambt bekleden,
  8. met in de kernraad ten minste één ambtsdrager die bevoegd is om het Woord en de sacramenten te bedienen,
  9. in verbondenheid met de kerk als groter geheel, in het bijzonder de Protestantse Kerk,
  10. en die meewerkt aan toezicht en aan de behandeling van klachten en conflicten.

Deze tien essenties expliciteren een cruciale zin uit de Kerkorde van de Protestantse Kerk:  ‘Levend uit Gods genade vervult de kerk de opdracht van haar Heer om het Woord te horen en te verkondigen’ (artikel I-2). 

Ontmoeting op hartsniveau

Als het gaat over de essentie van kerk-zijn kom je al snel uit bij grote woorden, geladen door theologische tradities. Het is belangrijk om als kerkenraad of parochieraad hierover met elkaar in gesprek te gaan: ‘Wat is wezenlijk voor ons kerk-zijn? Waarom doe ik mee? Wat raakt me? Wat geloof ik over Gods roeping voor mensen? Hoe kunnen wij op onze plek kerk zijn en wat is daarin onopgeefbaar?’ De eerder geformuleerde essenties geven de kaders aan. In de plaatselijk context moeten zij concreet gemaakt worden. Dit vraagt om bezinning en ontmoeting van hart tot hart, op hartsniveau. Met als doel om (opnieuw) te verwoorden waar de geloofsgemeenschap in haar concrete context op dit moment toe geroepen wordt. Als het hart gaat kloppen, wordt gaandeweg ook duidelijk welke activiteiten en structuren nodig zijn en welke ballast zijn. Dan kan er sneller en lichter gelopen worden, net zoals de Emmaüsgangers. Na hun ontmoeting met de levende Heer snelden zij weer terug naar Jeruzalem om het goede nieuws te vertellen. ‘Wij hebben de Heer gezien!’ Kerk-zijn ontspringt als een explosie van vreugde. Vreugdevol leven vanuit de kern van het geloof opent nieuwe en oude wegen. De kramp verdwijnt. We mogen ontspannen leven vanuit de genade en liefde van God voor mensen. De kerk is uiteindelijk zijn zaak, niet de onze. Dit perspectief scherpt onze ogen om te zien waar we wel en niet (meer) toe geroepen zijn. 

De rol van de voorganger 

Wat betekent lichter kerk-zijn voor voorgangers? Voor de predikant, de kerkelijk werker, de priester of pastoraal werker? Zij of hij heeft in dit proces van vernieuwing een essentiële rol. Hij of zij stelt de vraag naar God. Vanuit de theologische kaders en de kennis van de Schrift kan de voorganger de kerkenraad of parochieraad begeleiden. Concreet door te vragen naar wat het betekent om in deze concrete tijd en context kerk te zijn. Door samen te zoeken naar woorden en handelingen die concretiseren waar men zich van Godswege toe geroepen weet. Door inspirerend voor te gaan in gebed, vertrouwen, hoop en liefde. 

Veel voorgangers in de Protestantse Kerk zien zichzelf als voorbijgangers (ze zijn immers maar tijdelijk in een plaatselijke gemeente) en nemen daarom deze rol niet snel op zich. Soms vanuit een bepaald beeld van leiderschap dat niet past bij de kerk (en overigens ook niet bij de huidige seculiere inzichten in leiderschap). ‘Leiders’ worden dan snel gezien als solisten, die wel even zeggen hoe het moet en dat dan (deels) ook nog zelf uitvoeren. Er leven schrikbeelden over de ‘charismatische’ leider die manipuleert en mensen uitsluit. En niet altijd ten onrechte! Het leiderschap dat wij bedoelen is een inspirerend leiderschap in teamverband, stimulerend en faciliterend. Waarbij de specifieke rol van de voorganger vooral ligt in het zoeken en verwoorden van de kern, concentratie op wat wezenlijk is voor de kerkgemeenschap en het inspireren van anderen. 

De verwachtingen binnen de gemeente kunnen intussen torenhoog zijn. Vaak wordt er veel verwacht van jonge predikanten. ‘Nu komen de jongeren weer in de kerk’, hij of zij weet immers hoe we de kerk weer vol krijgen. Dat misverstand kan als een loden last voelen. De voorganger vindt het ei van Columbus niet uit. Hij of zij kan wel inspireren, de Schrift openleggen, vertolken en ideeën inbrengen. Dit alles wil niet zeggen dat daarmee ‘succes’ verzekerd is. De toekomst blijft geschenk! 

Eerste stappen en het vervolg

Hoe geef je vorm aan lichter kerk-zijn? Allereerst door in gesprek te gaan en te blijven over de identiteit van de geloofsgemeenschap. Waar staan we voor? Wie zijn wij? Wat is de essentie die we niet willen opgeven? Een heldere identiteit is onmisbaar. Als tweede gaat het erom zaken die belasten en hinderen los te laten. Om alle ballast af te werpen en niet alles in stand te houden omdat we het nu eenmaal zo gewend zijn. Om te leven zonder kramp, met open handen, vanuit genade. 

Lichter kerk-zijn is geen doel op zich. Het is een noodzakelijk middel om in de komende decennia onze haar roeping te kunnen volgen en van betekenis te kunnen zijn in onze samenleving. Om jongere generaties de ruimte te geven en de kans te bieden om volop mee te doen, ook op leidinggevende posities. Om aan te kunnen sluiten bij de groeiende diversiteit in ons land. Dit alles opdat zoveel mogelijk mensen de liefde van Christus zullen ervaren. 

Op het vlak van lichter kerk-zijn heeft de Protestantse Kerk de afgelopen jaren de eerste stappen gezet. Er zijn ook nog vele stappen te zetten.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)