Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Arbeidsvoorwaarden predikant: hulpdiensten

Actuele regeling en modellen 

  • Brochure inzetten tijdelijke beroepskracht: ambtelijke en rechtspositionele vergelijking van verschillende soorten dienstverbanden
  • Modelovereenkomst tot het verrichten van structurele hulpdiensten (ord. 13-18-9) door een proponent
  • Modelovereenkomst tot het verrichten van structurele hulpdiensten (ord. 3-24-2 of 3-28-2) door anderen dan een proponent
  • Modelovereenkomst tot detachering (ord. 3-24-3)
  • Modelovereenkomst waarneming dienstwerk (ord. 3-28-3)
  • Rekenblad 2019-A per 1 januari 2019 voor vergoeding structurele hulpdiensten (ord. 3-24-2 of 3-28-2) en waarneming dienstwerk (ord. 3-28-3)
  • Rekenblad 2018-B per 1 juli 2018 voor vergoeding structurele hulpdiensten (ord. 3-24-2 of 3-28-2) en waarneming dienstwerk (ord. 3-28-3)
  • Rekenblad 2018-A per 1 januari 2018 voor vergoeding structurele hulpdiensten (ord. 3-24-2 of 3-28-2) en waarneming dienstwerk (ord. 3-28-3)

Tijdelijke pastorale beroepskracht

Voor gemeenten die op tijdelijke basis een beroepskracht willen aanstellen voor prediking, pastoraat, catechese en dergelijke bestaat binnen de regelgeving van de Protestantse Kerk een aantal mogelijkheden. Deze variëren naar de ambtelijke status en de bevoegdheden van de aan te stellen kracht, de toestemming die voor een aanstelling benodigd is, de minimale en maximale duur van de aanstelling en de rechtspositie (en dus de kosten) van de aan te stellen kracht. In grote lijnen bestaan de volgende mogelijkheden.

  • Beroeping van een predikant voor gewone werkzaamheden in tijdelijke dienst (ordinantie 3-18). Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden die een tijdelijke aanstelling rechtvaardigen. Dit wordt beoordeeld door het breed moderamen van de classicale vergadering, die de tijdelijke dienst moet goedkeuren. De werktijd is minstens eenderde van de volledige werktijd. De duur van de tijdelijke dienst is minstens vier jaren. Voor de predikant geldt de normale traktementsregeling. Na afloop van de tijdelijke dienst heeft de predikant recht op een wachtgeld waaraan de gemeente moet meebetalen (artikel 34 generale regeling rechtspositie predikanten).
  • Het verlenen van een opdracht tot het verrichten van hulpdiensten (ordinantie 3-24-2, 3-24-3 en 3-28-2) aan een dienstdoend predikant of aan degene die de bevoegdheid tot bediening van Woord en sacramenten heeft behouden. Volgens artikel 37-2 van de generale regeling rechtspositie predikanten mogen de hulpdiensten niet meer omvatten dan eenderde van de volledige werktijd, tenzij het gaat om vervanging van een tijdelijk afwezige predikant. De duur van de structurele hulpdiensten is gesteld op ten hoogste vier jaren. Voor hulpdiensten geldt binnen het kader van de generale regeling rechtspositie predikanten een aparte beloningsregeling. Met betrekking tot de uitvoering van deze mogelijkheid wordt onderscheid gemaakt naar een overeenkomst: 
    a) tussen predikant (dienstdoend ord. 3-24-2, overigens bevoegd ord. 3-28-2) en gemeente voor incidentele hulpdiensten, 
    b) tussen predikant (dienstdoend ord. 3-24-2, overigens bevoegd ord. 3-28-2) en gemeente voor structurele hulpdiensten en 
    c) tussen twee gemeenten en een predikant (ord. 3-24-3), waarbij de predikant door de ene gemeente (A) naar de andere (B) gedetacheerdwordt.
  • Het verlenen van een opdracht tot het verrichten van het dienstwerk van de predikant (ordinantie 3-28-3) in situaties waar het breed moderamen van de classicale vergadering de gemeente voor een langere periode ontheft van de verplichting om een predikant te beroepen. De opdracht kan verleend worden aan een emeritus predikant en een beroepbaar predikant. De duur van de opdracht is minimaal twee jaren en maximaal vier jaren. Voor het verrichten van het dienstwerk geldt binnen het kader van de generale regeling rechtspositie predikanten een aparte beloningsregeling.
  • Het aanstellen van een kerkelijk werker (ordinantie 3-12). Ten opzichte van de predikant zijn de bevoegdheden van een kerkelijke werker beperkt, waarbij het nog verschil maakt of aan de kerkelijk werker al dan niet preekconsent en/of sacramenstbevoegdheid is verleend (ordinantie 5-5-2). De kerkelijk werker dient beloond te worden als kerkelijke medewerker (ordinantie 3-28).

In het overzicht ’Ambtelijke en rechtspositionele vergelijking “ (zie bovenaan deze pagina) zijn de mogelijkheden van en voorwaarden voor structurele hulpdiensten (ord. 3-24-2 en 3-28-2), detachering (ord. 3-24-3), tijdelijke vervulling van het dienstwerk (ord. 3-28-3) en aanstelling van een kerkelijk werker (ord. 3-12) met elkaar vergeleken. Het overzicht kan gemeenten die zoeken naar een tijdelijke kracht, helpen met het maken van de keuze. Voorop staat dat de gemeente eerst definieert welke taken de beroepskracht zal gaan verrichten.

Arbeidsvoorwaarden

Voor incidentele hulpdiensten (preekbeurt, uur catechese, uur pastoraal, missionair of diaconaal werk) geldt een uurtarief dat is neergelegd in uitvoeringsbepalingen bij de generale regeling rechtspositie predikanten.

Voor structurele hulpdiensten (ord. 3-24-2 en 3-28-2) en voor verrichting van het dienstwerk (ord. 3-28-3) geldt een aparte beloningsregeling die is opgenomen in de uitvoeringsbepalingen bij de generale regeling rechtspositie predikanten. Grofweg houdt de regeling in dat de predikant het gewone traktement krijgt, maar niet verzekerd is voor het inkomen bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, ouderdom (ouderdomspensioen) en na overlijden (nabestaandenpensioen).

Voor de predikant in tijdelijke dienst en voor de dienstdoende predikant die door de ene gemeente gedetacheerd wordt naar de andere gemeente, geldt de normale traktementsregeling, inclusief de verzekering van het inkomen bij onvrijwillige werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, ouderdom (ouderdomspensioen) en na overlijden (nabestaandenpensioen). Bij detachering brengt de 'uitlenende' gemeente een evenredig deel van de totale traktements- en pensioenlasten bij de 'inhurende' gemeente in rekening.

Voor de arbeidsvoorwaarden van kerkelijk(e) (mede)werkers: zie arbeidsvoorwaarden kerkelijke medewerkers.

Modelovereenkomsten

Bovenaan deze pagina vindt u de modelovereenkomsten voor opdracht door een gemeente aan een predikant tot:

  • structurele hulpdiensten door een predikant (ord. 3-24-2 en 3-28-2)
  • structurele hulpdiensten door een proponent (ord. 13-18-9)
  • detachering van een dienstdoende predikant (ord. 3-24-3)
  • opdracht tot het waarnemen van het dienstwerk in gemeenten, die door het breed moderamen van de classicale vergadering zijn vrijgesteld van de verplichting om een predikant te beroepen (ord. 3-28-3)

Voor een modelovereenkomst voor het aanstellen van een kerkelijk werker: zie arbeidsvoorwaarden kerkelijke medewerkers.

Modelberekening vergoeding structurele hulpdiensten

Voor het verrichten van structurele hulpdiensten (ord. 3-24-2 en 3-28-2) en voor het verrichten van het dienstwerk in een kleine gemeente (ord. 3-28-3) geldt een uniforme vergoedingsregeling. De beloning kan eenvoudig worden uitgerekend met behulp van het rekenblad dat u bovenaan deze pagina kunt aanklikken.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)

Lees meer over

Het thema Arbeids­voorwaarden