Luther en de joden: verklaringen

Eeuwout van der Linden, projectmedewerker Kerk en Israël, maakte een inventarisatie van wat er door met name lutherse kerken en instanties gezegd en gedaan is ten aanzien van Luthers gewraakte uitspraken over de joden.

Deze inventarisatie is niet uitputtend. In ieder geval valt op dat er veel op internationaal gebied is gebeurd. De Lutherse Wereldfederatie, de Lutherse Europese Commissie voor Kerk en Jodendom (LEKKJ) en afzonderlijke kerken hebben zich in tal van verklaringen uitgesproken over Luther en de Joden, over antijudaïsme en antisemitisme.

De Evangelisch-Lutherse Kerk in Nederland (ELK) maakt deel uit van de Lutherse Wereld Federatie (LWF), dus alle verklaringen vanuit LWF en LEKKJ zijn door haar impliciet maar ook bewust instemmend overgenomen. De Protestantse Kerk in Nederland is rechtsopvolger van drie kerken, waaronder de ELK, dus alle verklaringen behoren tot het publieke spreken van de Protestantse Kerk.

Er is geen afzonderlijke synode-uitspraak of verklaring vanuit Nederland, zoals dat wel in andere landen gebeurd is; niet vanuit de evangelisch-lutherse en niet vanuit de protestantse synode. Wel is in 1990 in Driebergen een LEKKJ-bijeenkomst  geweest: de verklaring over wat (lutherse) christenen over de verhouding met joden en het jodendom kunnen zeggen is mede ondertekend door de Evangelisch-Lutherse Kerk in Nederland. En uiteraard hebben lutherse vertegenwoordigers zich flink op het internationale forum geroerd.

Lutherse Wereld Federatie en de Lutherse Europese Commissie voor Kerk en Jodendom  

De algemene vergadering van de Lutherse Wereldfederatie (Boedapest, 1984) sprak zich uit om de verklaringen over Luther, het lutheranisme en de joden over te nemen. Deze verklaringen waren een jaar eerder (Stockholm 1983) opgesteld door de Europese Lutherse Commissie voor Kerk en Jodendom (LEKKJ) en door de Internationale Joodse Commissie voor Interreligieuze Consultaties (IJCIC). Er zijn drie verklaringen: die van de lutherse deelnemers, die van de joodse deelnemers en een gezamenlijk verklaring. In de lutherse verklaring wordt gesproken van de zonden van Luthers anti-joodse uitspraken. De heftigheid waarmee hij zijn aanvallen deed wordt zeer betreurd. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat Luther zich niet heeft ingelaten met een racistisch, nationalistisch en politiek antisemitisme. De joodse deelnemers geven aan dat een nieuw hoofdstuk begint in de verhouding tussen joden en lutheranen met de belofte dat Lutherse geschriften nooit meer gebruikt mogen worden om haat tegen het Jodendom te leren en daarmee het Joodse volk te ontkennen. In de gemeenschappelijke verklaring wordt naar voren gebracht dat de integriteit van beide geloofsgemeenschappen wordt erkend, dat er bij beide de verplichting is zich te keren tegen racistische en religieuze vooroordelen, en dat beide met de profeten van Israël een gemeenschappelijk erfgoed delen dat ertoe aanzet zich in te zetten voor vrede, recht en gerechtigheid.

In opeenvolgende bijeenkomsten van de LEKKJ werden diverse belangrijke punten naar voren gebracht.

In de bijeenkomst in Driebergen van mei 1990 wordt onomwonden gezegd dat wij als kerk moeten leren boete te doen. Dat vertaalt zich niet alleen in het afstand nemen van antisemitisme, maar ook in een nieuwe theologische bezinning. Typisch lutherse theologische thema’s als ‘geloof en werken’, ‘belofte en vervulling’ en ‘twee rijkenleer’ moeten opnieuw doordacht worden vanuit en met het oog op het joods-christelijke gesprek.

In een LEKKJ-verklaring over antisemitisme en antizionisme uit 2004 wordt nogmaals gezegd dat lutheranen een speciale verantwoordelijkheid dragen met betrekking tot anti-joodse elementen in de lutherse traditie. De theologische doordenking blijft een actueel thema!

In de LEKKJ-bijeenkomst in Boedapest in 2010 wordt al vooruitgeblikt op het reformatiejaar 2017: dat kan alleen waardig herdacht worden als ook de schaduwzijde van Luther benoemd wordt. Een oorzaak van de Jodenhaat wordt gezien in de hermeneutiek van het Oude Testament. Er is dus werk aan de theologische winkel.

Ook de verklaring van LEKKJ (Helsinki, 2011) is reeds met het oog op 500 jaar Protestantisme geschreven. Veel van wat eerder gezegd is wordt herhaald. Het wordt als huiswerk voor de kerken gezien dat al die verklaringen ook ingang krijgen in het bewustzijn van kerkelijke gemeenten.

Verklaringen vanuit de Wereldraad van Kerken over antisemitisme

De Wereldraad van Kerken is vanaf het begin ondubbelzinnig en helder geweest als het om antisemitisme gaat. Antisemitisme is zonde tegen God en mensen, verklaart de eerste assemblee in 1948. p de derde assemblee in New Delhi in 1961 wordt de lidkerken nadrukkelijk voorgehouden om alles in hun vermogen te doen om iedere vorm van antisemitisme tegen te gaan.

Op een consultatie van de Church and the Jewish People (CCJP), een onderafdeling van de Wereldraad, in Sigtuna (Zweden) in  november 1988, wordt ten diepste betreurd dat christenen geloofsovertuigingen hebben misbruikt als wapens tegen het Joodse volk. In de christelijke traditie, in de lezing van de Bijbel en in de liturgie zijn er nog steeds ideeën en gebruiken die discriminerend en neerbuigend zijn ten aanzien van Joden.

Deze Sigtuna-verklaring wordt bevestigd in een verklaring van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken in augustus 1992, volgend op de assemblee van de Wereldraad in Canberra in 1991. ‘Antisemitisme en iedere vorm van neerbuigend onderwijs of catechese moet worden afgewezen.’

Daarna wordt het wat stil in de Wereldraad. Soms worden wel pogingen gedaan om zich duidelijk uit te spreken, maar het blijkt dat de Midden-Oostenproblematiek erdoorheen gaat lopen. Er is eveneens de tendens dat antisemitisme als een onderdeel van racisme wordt gezien.

Verklaringen vanuit de joods-christelijke dialoog

Er zijn tal van belangrijke verklaringen uit de joods-christelijke dialoog. Een helder overzicht is te vinden in twee omvangrijke delen Bridges. Documents of the Christian-Jewish Dialogue (red. Franklin Sherman).

Een belangrijk orgaan is de International Council of Christians and Jews. In 2009 werden vanuit de ICCJ de zogeheten Twaalf punten van Berlijn geformuleerd. Het eerste punt behelst een oproep aan christenen en christelijke gemeenschappen tot het bestrijden van religieus, raciaal en alle andere vormen van antisemitisme. Dit wordt uitgewerkt in concrete voorstellen op het gebied van bijbelverstaan, liturgie en catechese. Een aantal belangrijke inzichten daaruit:

  • Besef dat zowel Jezus als Paulus Joden waren die beiden leefden in de context van het eerste-eeuwse Jodendom. Interpreteer de brieven en de evangeliën dan ook vanuit die context en neem hedendaagse wetenschappelijke inzichten serieus.
  • Erken de unieke relatie tussen het jodendom en het christendom. Het christendom heeft Joodse wortels, en synagoge en kerk zijn op een complexe manier met elkaar verbonden.
  • Het Oude en Nieuwe Testament zijn complementair en ze bevestigen elkaar. Ze spreken over dezelfde God. Breng geen rangorde aan door het Oude Testament als minder te beschouwen en het Nieuwe Testament als superieur.
  • Bij het bewust worden van de lange traditie van anti-judaïsme hoort ook het aanbieden van nieuwe modellen om de joods-christelijke relaties opnieuw te benoemen.
     

Dabru Emet (Hebreeuws voor ‘Spreek de waarheid’) is een document uit 2000 over de relatie tussen joden en christenen, ondertekend door ruim tweehonderd rabbijnen en Joodse intellectuelen. In dit document wordt o.a. ingezoomd op nazisme. Hoewel dit op zich geen christelijk fenomeen is, is de nazi-ideologie niet goed denkbaar zonder de lange geschiedenis van christelijk anti-judaïsme en christelijk geweld tegen Joden. Overigens wordt ook vermeld dat de naziterreur zich op den duur ook richtte tegen de christenen. Met dankbaarheid wordt melding gemaakt van de christelijke inzet tegen nazisme. Velen hebben hun leven geriskeerd door Joden te redden. De christelijke pogingen om de christelijke theologie te zuiveren van Jodenhaat en –verachting worden toegejuicht. ‘We applaud those Christians who reject this teaching of contempt, and we do not blame them for the sins committed by their ancestors.’

Onlangs, eind 2015, is een Orthodox Rabbinic Statement on Christianity verschenen. Dit is een belangrijke verklaring van vooraanstaande rabbijnen, onder meer ondertekend door de invloedrijke rabbijn David Rosen. Je zou het kunnen zien als een vervolg op de Joodse verklaring uit 2000, Dabru Emet.

‘After nearly two millennia of mutual hostility and alienation, we Orthodox Rabbis who lead communities, institutions and seminaries in Israel, the United States and Europe recognize the historic opportunity now before us. We seek to do the will of our Father in Heaven by accepting the hand offered to us by our Christian brothers and sisters. Jews and Christians must work together as partners to address the moral challenges of our era.’

Onlangs nog heeft het Vaticaan zich eveneens nadrukkelijk uitgesproken over nieuwe verhoudingen tussen joden en christenen (‘The Gifts and the Calling of God are irrevocable’). Het geeft aan dat er op internationaal niveau veel in ontwikkeling is. De orthodoxe verklaring omarmt allerlei kerkelijke documenten vanaf Nostra Aetate waarin het eeuwige verbond tussen God en het Joodse volk wordt erkend, godsmoord wordt afgewezen en de unieke relatie tussen joden en christenen wordt beklemtoond. Joden worden nu gezien als ‘onze oudste broeders’ (paus Johannes Paulus II) en als ‘onze vaders in het geloof’ (paus Benedictus XVI). ‘We appreciate the Church’s affirmation of Israel’s unique place in sacred history and the ultimate world redemption. Today Jews have experienced sincere love and respect from many Christians that have been expressed in many dialogue initiatives, meetings and conferences around the world.’

Verklaringen vanuit lokale kerken

Dit kan enkel een selectie zijn. De Evangelical Lutheran Church in America spreekt in een Declaration to the Jewish People uit 1994 haar diepe spijt uit over de gewelddadige woorden van Luther, en meer nog over het effect dat ze op volgende generaties heeft gehad. Vooral het misbruik door moderne antisemieten wordt betreurd. Antisemitisme staat haaks op wat het evangelie bedoelt.

Dezelfde Evangelical Lutheran Church in America neemt in 2014 in haar document ‘Why follow Luther past 2017? A Contemporary Lutheran Approach to Inter-Religious Relations’ afstand van Luthers oordelen over de Joden. Hij misinterpreteert Paulus. Tegelijkertijd zitten er in Luthers theologie aanzetten voor een open en vruchtbare dialoog. God ziet mensen aan zonder aanziens des persoons, God is een God van vrede, niet een God van triomfalisme. ‘We who enjoy God’s generosity are called to participate in God’s project of fostering this shalom. This principle of service to the neighbor can undergird all interreligious cooperation.’

De Evangelische Kirche in Bayern zegt in 1998 over het thema christenen en joden dat je niet om Luther en zijn anti-Joodse uitspraken heen kunt. Je moet ze tot je door laten werken, erkennen dat ze een theologische uitwerking hebben gehad. Je moet je distantiëren van ieder anti-judaïsme in de Lutherse theologie. Dat betekent tevens dat je je bewust moet zijn hoe je bijvoorbeeld spreekt over farizeeërs en over de wet. Ook roept de kerk op tot verzet tegen religieuze intolerantie zowel in de kerk als in de samenleving.

De synode van de Evangelische Kirche in Hessen und Nassau distantieert zich eveneens op haar bijeenkomst in 2014 van Luthers geschriften over de Joden. Luthers uitspraken zijn in strijd met het kerkordeartikel dat spreekt van de blijvende verkiezing van het Joodse volk. ‘Aus Blindheit und Schuld zur Umkehr gerufen, bezeugt sie ne die bleibende Erwählung der Juden und Gottes Bund mit ihnen. Das Bekenntnis zu Jezus Christus schliesst dieses Zeugnis ein.’ Luthers exegese en manier van bijbellezen moet weer opnieuw en kritisch tegen het licht gehouden worden.

Verschillende keren heeft de Evangelische Kirche im Rheinland zich over deze kwestie uitgesproken. In 1980 wordt in het zogeheten Rheinischer Synodalbeschluss een viertal gronden opgevoerd die moeten leiden tot een nieuwe joods-christelijke verhouding. Christenen dragen medeverantwoordelijkheid en schuld voor de holocaust. Er zijn nieuwe theologische inzichten over de blijvende heilshistorische betekenis van het volk Israël. Er is het inzicht dat het voortbestaan van het Joodse volk, zijn terugkeer in het land en de vestiging van de staat Israël een teken is van de blijvende trouw van God. En er is de bereidheid van Joodse zijde tot gemeenschappelijk leren en dialoog. Dit synodale besluit wordt nog eens bevestigd in 2005 door de Landessynode van de Evangelische Kirche im Rheinland. En in 2008 wordt hiervan weer een uitwerking gegeven.

In 2015 komt een verklaring van de synode van de Evangelische Kirche in Deutschand, bijeen in Bremen. In herinnering wordt geroepen dat de Evangelische Kirche een nieuwe verhouding heeft gezocht tot het Jodendom, iedere vorm van vijandschap heeft verworpen en duidelijk de ontmoeting heeft gezocht. Luther heeft volledig over het hoofd gezien dat Gods verbondstrouw ten opzichte van zijn volk bijbels gefundeerd is en dat er sprake is van een blijvende verkiezing van Israël. Het blijft huiswerk voor de kerk om stereotyperingen ten nadele van het jodendom te vermijden. En theologische thema’s als Wet en Evangelie, Belofte en Vervulling, Oud en Nieuw Verbond moeten opnieuw doordacht worden. Er is de erkenning dat de joodse uitleg van Tenach ‘eine auch für die christliche Auslegung nicht nur legitime, sondern sogar notwendige Perspektive’ is. En ten slotte wordt voluit het aandeel van de reformatorische traditie in de pijnlijke geschiedenis tussen joden en christenen erkend met treurnis en schaamte. Het Reformatiejaar in 2017 geeft alle aanleiding om verdere stappen te nemen op de weg van omkeer en vernieuwing.

Uitspraken vanuit de Protestantse Kerk in Nederland

In 2015 verscheen het rapport Van conflict naar gemeenschap. Gezamenlijke Luthers-Katholieke herdenking van de reformatie in 2017. Het is een rapport van de luthers-rooms-katholieke Commissie voor Eenheid en werd in het Nederlands vertaald in opdracht van de Katholieke Vereniging voor Oecumene. Zowel het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland en de rooms-katholieke Bisschoppenconferentie bieden dit rapport aan als een belangrijke hulp bij het doordenken van de zin en inhoud van een gezamenlijke herdenking van het begin van de Reformatie.

Het rapport brengt naar voren dat er naast vreugde en dankbaarheid ook redenen tot spijt en droefheid zijn bij de gezamenlijke herdenking in 2017. Er moet ook ruimte zijn ‘om de pijn te voelen vanwege fouten en overtredingen, schuld en zonde in de personen en gebeurtenissen die worden herdacht’.

In paragraaf 229 staat helder:

‘Bij deze gelegenheid zullen lutheranen ook denken aan de hatelijke en denigrerende uitspraken van Maarten Luther tegen de Joden. Ze schamen zich ervoor en betreuren ze ten diepste. Lutheranen zijn met een diep gevoel van spijt tot het inzicht gekomen dat lutherse autoriteiten de anabaptisten hebben vervolgd, en dat Maarten Luther en Philipp Melanchthon deze vervolging theologisch hebben gesteund. Ze betreuren Luthers felle aanvallen op de boeren tijdens de Duitse Boerenoorlog. Het besef van de schaduwzijden van Luther en de Reformatie heeft onder lutherse theologen geleid tot een kritische en zelfkritische houding ten aanzien van Luther en de Wittenbergse Reformatie. Ook al zijn lutheranen het overwegend eens met Luthers kritiek op het pausschap, tegenwoordig verwerpen ze Luthers identificatie van de paus met de antichrist.’

In het al eerder genoemde artikel van Trinette Verhoeven zegt zij:

‘Luther heeft een onfrisse kant. Wat hij over Joden heeft gezegd kan absoluut niet. We komen er niet door te zeggen dat het antisemitisme wortelt in een lange Europese geschiedenis. Luther heeft hierin een akelige rol gespeeld. Wij wijzen zijn gedachtegoed over Joden dan ook met klem af.’

Ze wijst erop dat de lutherse geschiedenis ook andere opvattingen dan die van Luther kent; te denken valt aan de opvattingen van Urbanus Rhegius en Andreas Osiander die de dialoog zochten en voor Joodse rechten opkwamen. ‘Het wordt tijd dat deze mensen meer aandacht krijgen. Gelukkig zijn er op dit terrein ook gesprekken met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap geweest.’ Ze wijst ook op de gezamenlijke erfenis die Joden en lutheranen met de profeten van Israël delen.