Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Visite of visitatie: wat doet de classispredikant?

Is een bezoek van de classispredikant een visite of een visitatie? Prof. dr. Leo Koffeman legt uit wat er sinds 'Kerk2025' met betrekking tot de visitatie is veranderd.

Twee woorden die best op elkaar lijken. Maar met een heel verschillende gevoelswaarde, zeker buiten de kerk. Visite, dat vinden we meestal plezierig – al kan bezoek ook wel eens een bezoeking zijn. Maar visitatie, daar hebben sommige mensen hooguit mee te maken bij een grenscontrole op het vliegveld. Gevisiteerd worden op het bezit van drugs, dat is zeker geen leuke ervaring. Verder kennen bepaalde beroepsgroepen, zoals artsen, de visitatie ook: om een goede dokter te blijven moet een arts bijvoorbeeld regelmatig deelnemen aan een visitatieprogramma waarin het eigen functioneren onder de loep wordt genomen. 

Kerkvisitatie – zo was het

Lang voordat ‘de wereld’ over visitatie sprak, kende de kerk het al. Precies 400 jaar geleden regelde de Dordtse kerkorde (art. 44) de kerkvisitatie al, en sindsdien is zij eigenlijk niet meer weggeweest. De term is zelfs nog ouder. In de Latijnse vertaling van het nieuwe testament vinden we het als vertaling van het Griekse woord episkopè (Lucas 19:44, 1 Petrus 2:12). In de Nederlandse vertalingen vinden we hiervoor allerlei woorden: ontferming, omzien, maar ook: bezoeking of rechtspraak. De goede verstaander hoort in het Griekse woord ook ons Nederlandse woord bisschop.

Tot 2018 was de praktijk rond de kerkvisitatie overzichtelijk. Deze vorm van ‘opzicht’ over de gemeenten, kerkordelijk vastgelegd in ord. 10, hield allereerst in dat elke (wijk)gemeente ten minste eens in de vier jaar werd bezocht door twee visitatoren, dat wil zeggen twee leden van het regionale college voor de visitatie. Die spraken dan met de predikant en met de kerkenraad, terwijl ook gemeenteleden de mogelijkheid kregen om desgewenst met de visitatoren te spreken. Ze stelden zich op de hoogte van het geestelijk leven in de gemeente, deden onderzoek naar de wijze waarop de gemeente en in het bijzonder de ambtsdragers functioneerden en gaven waar nodig en mogelijk advies. Ze brachten rapport uit aan hun college, en daar bleef het dan zo’n beetje bij. Soms kwamen ze ook tussendoor op bezoek: dat heette dan een buitengewone visitatie. Dat gebeurde bijvoorbeeld als er specifieke problemen waren, zoals verstoorde relaties tussen een gemeente, een kerkenraad en een predikant of andere ambtsdragers. In ord. 2, over de gemeenten, werden ook verschillende situaties aangeduid waarin de visitatoren langs moesten komen, bijvoorbeeld als het breed moderamen van een classicale vergadering twee gemeenten wilde samenvoegen zonder dat deze gemeenten daar zelf om vroegen.  

En nu: de classispredikant

Bij de in 2018 van kracht geworden herziening van de kerkorde was een van de meest opvallende nieuwigheden de introductie van de classispredikant. Het aantal classicale vergaderingen werd rigoureus verminderd, namelijk van 74 tot 11. Aan elk van die classicale vergaderingen werd vervolgens een classispredikant verbonden, een predikant in algemene dienst met een bijzondere verantwoordelijkheid. In ord. 4-16 is een en ander kerkordelijk geregeld.

Het hart van wat de classispredikant doet, is hier te vinden: “De classispredikant bezoekt in de classis elke gemeente, elke predikant en elke kerkelijk werker die in het ambt of in de bediening is gesteld in de regel eenmaal per vier jaar, met het oog op het geestelijk leven van de gemeente, de wijze waarop zij gehoor geeft aan haar roeping, en de vervulling van ambten en diensten” (lid 3). Het is een bezoek, een visite, maar het zal weinigen ontgaan dat wat hier staat als twee druppels water lijkt op wat we hierboven zagen als de primaire taak van de kerkvisitatoren. Visite, maar inhoudelijk toch ook een soort visitatie. Toch valt die term hier niet. Natuurlijk kan de classispredikant zich bij zo’n bezoek laten vergezellen door bijvoorbeeld een lid van de classicale vergadering, maar dat hoeft niet.

Kerkvisitatie – nu

In de kerkorde wordt in ord. 10 ook nu gesproken over de kerkvisitatie. Er is nog steeds in elke classis een college van kerkvisitatoren. Maar er is een belangrijk verschil met vroeger: wat nu kerkvisitatie heet, heette vroeger ‘buitengewone visitatie’. Visitatoren overleggen daarover nu altijd eerst met de classispredikant die immers dikwijls goed op de hoogte is van de situatie. Het is denkbaar dat de classispredikant de visitatoren zelf gevraagd heeft om een visitatie te houden. Maar het kan ook zijn dat de kerkenraad erom heeft gevraagd, of dat er ‘feiten of omstandigheden’ zijn die een visitatie wenselijk maken. Dat laatste kan van alles zijn: een artikel in een kerkblad of een dagblad, een brief van een gemeentelid of enige andere vorm van verontrustende informatie over wat er speelt in een gemeente. Zoiets kan duiden op problemen waarbij het goed is als de kerk betrokken raakt bij de gemeente. Het is aan de visitatoren te bepalen hoe zij zo’n visitatie willen vormgeven, en wie zij erbij willen betrekken.

In ord. 2, over de gemeenten, worden de visitatoren echter niet meer genoemd: bij belangrijke organisatorische veranderingen in een gemeente, zoals het laten samengaan van twee gemeenten (ord. 2-8-5), ligt het voor de hand dat de classispredikant langskomt. De classispredikant en de visitatoren – en dan vooral de voorzitter van het classicale college voor de visitatie – stemmen hun werk dus onderling goed af. Een bijzondere taak van het classicale college voor de visitatie betreft tenslotte het stimuleren van de ontmoeting van gemeenten in de ringen (ord. 10-5-1, vgl. ord. 4-14-1).

Opnieuw: de classispredikant

De classispredikant is in feite het gezicht van de classis, zowel naar buiten (naar bijvoorbeeld de overheid) als intern. De classicale vergadering heeft onder meer als taak ‘het erop toezien dat de gemeenten haar roeping en taak nakomen’ (ord. 4-14-1) en de classispredikant ‘geeft daaraan gestalte’. In hem of haar is de classicale vergadering aanwezig en aanspreekbaar. Daarom is het ook goed dat zo iemand niet voor een paar jaar wordt benoemd: het gaat om minimaal vijf jaar, en eventueel zelfs tien jaar. Zo kan iemand de gemeenten, predikanten en kerkelijk werkers in het werkgebied ook goed leren kennen.

Om die reden staat ook in ord. 4-18-3 dat een werkgemeenschap van predikanten – waarvoor ook de in een bepaalde ring actieve kerkelijk werkers worden uitgenodigd – de classispredikant standaard uitnodigt voor haar samenkomsten. Natuurlijk zal deze niet op alle uitnodigingen kunnen ingaan, maar juist een bijeenkomst van een werkgemeenschap van predikanten biedt een mooie gelegenheid om elkaar beter te leren kennen. Dat is voor de betrokken ambtsdragers van belang, omdat de classispredikant ook voor hen als een vertrouwensfiguur kan functioneren. Een predikant die het gevoel krijgt dat er een zekere spanning ontstaat met gemeente of kerkenraad moet vertrouwelijk bij de classispredikant terecht kunnen, zodat deze zich tijdig een goed beeld kan vormen van wat er precies aan de hand zou kunnen zijn. Voor een kerkelijk werker die persoonlijk problemen krijgt met de motivatie voor het werk in de gemeente, geldt hetzelfde. Anders gezegd: de classispredikant is ook geroepen om pastor pastorum (herder voor de herders) te zijn.

Voorlopige besluiten

Het valt niet te ontkennen dat een andere verantwoordelijkheid van de classispredikant dit soms gecompliceerd kan maken. Daar is in de besprekingen in de synode meer dan eens op gewezen. De classispredikant heeft namelijk ook een nieuwe bevoegdheid die in ord. 4-16-5 op het eerste gezicht nogal mysterieus omschreven wordt: “In zaken waarin het breed moderamen bevoegd is te besluiten, is in spoedeisende gevallen de classispredikant bevoegd een voorlopig besluit te nemen”. Nu is het breed moderamen van de classis in allerlei zaken bevoegd (bijvoorbeeld het aanpassen van gemeentegrenzen of het wijzigen van de werktijd van een predikant-in-deeltijd), maar gewoonlijk zal daarvoor ruim tijd beschikbaar zijn. Dan doet het breed moderamen het gewoon zelf. Maar soms is haast geboden, bijvoorbeeld als een conflict hoog oploopt. Dan kan de classispredikant bijvoorbeeld een predikant of een ander kerkenraadslid met directe ingang tijdelijk op non actief zetten; in kerkordelijke taal heet dat ‘vrijstelling van werkzaamheden verlenen’ (ord. 3-19, ord. 4-11). Een ander voorbeeld is: het aanstellen van een extern iemand bij een te klein geworden college van diakenen of van kerkrentmeesters, waardoor dit college weer geldige besluiten kan nemen (GR 12-2-2). Andere situaties die spoed vereisen zijn nauwelijks voorstelbaar. Een voorlopig besluit van een classispredikant wordt binnen twee maanden bekrachtigd door het breed moderamen zelf, tenzij dit een ander besluit neemt.

Visite of visitatie?

Is zo’n bezoek van de classispredikant nu een visite of een visitatie? Het bovenstaande zal wel duidelijk hebben gemaakt dat het hier niet echt gaat om een tegenstelling. Het gaat om de ontmoeting, om het elkaar werkelijk verstaan. En daarin ook om de bemoediging voor het werk in de gemeente van Christus. Dat is ook altijd de kern van de visitatie geweest. Maar het is dus niet vrijblijvend.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)

Lees meer over

Het thema Kerkorde