Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Versnelde bewegingen

Over tien jaar, als iedereen corona vergeten is, zal iemand vragen: ‘Waar komt toch dat rare gebruik vandaan om het slotlied buiten op het pleintje te zingen?’De huidige beperkingen hebben de eredienst aan banden gelegd: we mogen nog maar met maximaal dertig mensen samenkomen, er wordt niet meer gezongen, de maaltijd van de Heer wordt zelden gevierd, en bij alles wat we doen houden we afstand. 

De Dorpskerkenbeweging hield een aantal digitale netwerkbijeenkomsten over liturgie in coronatijd onder de titel ‘Er is geen bal aan’. Toch zijn veel gemeenten in de afgelopen zomermaanden ook op nieuwe ideeën gebracht. 

Het kan anders

Sommigen hebben, toen de lockdown net was ingegaan, muziekbestanden van ‘Nederland zingt’ ingezet of YouTube-filmpjes in de uitzendingen van hun kerkdiensten opgenomen. Mooie uitvoeringen, maar veel te massaal. In een doorgaans kleine gemeente kunnen al die grote koren, trompetten en pauken al gauw vervreemdend klinken. Maar het kan ook anders! Onder kerkdienstgemist.nl zijn oude uitzendingen van de gemeente te achterhalen met eigen gemeentezang. Daarin vind je je eigenheid wel terug, met stemmen die je herkent, net iets te hard, niet helemaal zuiver. Ja, dit is mijn gemeente.

Coronakwartet

Er is meer afwisseling mogelijk. Een paar geoefende stemmen – ‘het coronakwartet’ – zingt een aantal liederen, meerstemmig zelfs. De week daarop zingt de vrouwenschola de antwoordpsalm en een geloofsbelijdenis, eenstemmig. Liederen die tot nog toe werden overgeslagen omdat ze te moeilijk zouden zijn of onbekend, komen nu dankzij die kleine groepjes zangers toch aan bod. De gemeente vergroot haar repertoire en krijgt meer noten op haar zang. De geloofsbelijdenissen, het Liedboek biedt een hele reeks aan, zijn geschikt om in beurtspraak te bidden. Voorganger: ‘Ik geloof in de levende God’. Allen: ‘Vader van onze Heer Jezus Christus’ (lied 340d). Ook psalmfragmenten met mooie parallelle zinnen lenen zich voor beurtspraak. In een doopdienst bijvoorbeeld, als halleluja om het evangelie te begroeten. Voorganger: ‘Halleluja! Zoals een hinde smacht naar stromend water,’ Allen: ‘zo smacht mijn ziel naar u, o God, Halleluja!’ (Psalm 42,2). Als het niet regent, spreekt de predikant meteen na het Onze Vader de zegen uit. Daarop gaat de hele  gemeente naar buiten om rond de linde voor de kerk het slotlied te zingen. Toch zingen! De organist gaat volop het orgel, de deuren staan wijd open. We zingen alle coupletten. De buurman die zijn deurpost staat te schilderen vindt het prachtig, fietsers over de dijk kijken om en zwaaien.

Behoefte aan meer diensten

Dit is een tijd voor muzikale afwisseling. De paar mensen die zingen kunnen ook met een fluit/viool/piano begeleid worden. Er zijn gemeenten die een lijst hebben opgesteld van alle zangers die een keer willen meezingen. Elke zondag is een ander groepje aan de beurt. 

Nu het maximum aantal kerkgangers is teruggebracht naar dertig, zullen veel diensten al gauw overtekend zijn. Dat plaatsje in een kerkbank is een schaars goed geworden. Als vanzelf ontstaat behoefte aan meer diensten, maar niet meer van hetzelfde. Er is een gemeente die elke laatste maandag van de maand de maaltijd van de Heer viert. Meer dan voorheen zijn we er alert op om het sacrament te brengen bij zieken thuis, bij ouderen op hun kamer in het verzorgingstehuis, bij ouderen én jongeren in het verpleeghuis. In een andere gemeente staan elke vrijdagmiddag de kerkdeuren open voor wie stil wil worden of een boek wil lezen, de predikant is in de kerk aanwezig, de middag wordt afgesloten met vespers. 

Niet meer zoals het was

De viering op Eeuwigheidszondag als de overledenen worden herdacht, vraagt nu ook om een aparte dienst: ’s morgens een ‘gewone’ zondagochtendviering, ’s middags de gedachtenisdienst waarvoor nabestaanden van de overleden gemeenteleden zijn uitgenodigd. Ook doopdiensten worden apart belegd, anders lukt het niet zoveel mensen onderdak te brengen. En hoe zullen we straks Kerst vieren? Misschien met een lichtjestocht door het dorp, langs de taferelen van de herders met hun schapen in het parkje, het engelenkoor op het klimrek, Jozef, Maria en het kindeke in de stal. En een serie kerstdiensten in de kerk, ’s nachts, ’s morgens, geen herhalingen maar verschillende! 

De diensten die we nu slechts in kleine kring kunnen houden, bieden de mogelijkheid van gesprek. Wat in een kathedrale liturgie niet kan, doet zich nu zomaar voor: ‘Is er nog iets gebeurd waarvoor we moeten bidden?’ Zoals het was, wordt het niet meer. Tendensen die in de huidige crisis zichtbaar worden, waren toch al gaande. Ze hebben zich inmiddels versneld. Wat zullen we over tien jaar aan deze tijd hebben overgehouden? Vaker en meer gedifferentieerd vieren? Ik mag het hopen. 

Foto: Heiko Bertram

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)