Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Religie in kinderdagverblijven - verlegenheid als uitdaging

Kerken hebben talloze mogelijkheden om samen te werken met scholen. Hoe zit dat met de kinderdagverblijven waar kinderen naar toe gaan voordat zij leerplichtig worden? Dr. Henk Kuindersma, godsdienstpedagoog en kindertheoloog, verkent de mogelijkheden.

Veranderingen in de kinderopvang

Tot voor kort was kinderopvang professionele kinderoppas. In elke stadswijk, dorp of regio was wel een vorm van kinderopvang aanwezig. Per 1 januari 2018 is dit voorbij. Op deze datum trad de wet op Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) in werking. Door deze wet kreeg de ontwikkeling van kinderen het primaat. Hiervoor moet iedere organisatie voor kinderopvang een helder pedagogisch beleidsplan hebben en is er ruime aandacht voor de voortdurende professionalisering van de pedagogisch medewerkers.  

Het is opvallend dat er zowel op de site van de overheid over de IKK als in lokale pedagogische beleidsplannen niet of nauwelijks gesproken wordt over de religieuze ontwikkeling van de kinderen. Op dit punt is er volstrekte verlegenheid. Kunnen kerken hierop dienstbaar zijn? Verkennenderwijs proberen we deze vraag te beantwoorden.  

Van oppas naar educatie

Van kinderopvang als kinderoppas maakten Nederlandse ouders decennialang veel gebruik. Met 45 procent waren ze samen met Zweedse ouders de koplopers van Europa. Het beleid in Nederland veranderde echter steeds en kende van plaatselijk particulier tot landelijk georganiseerd een zeer verschillend aanbod. Wel was er één gezamenlijk doel: een zo groot mogelijk aantal ouders in staat stellen om deel te nemen aan het arbeidsproces.

Onder de werktijd van de ouders waren de kinderen actief met verhaaltjes, filmpjes, speelmateriaal, spelletjes, beeld- en leesboekjes, werkjes, zingen, etc.; al of niet in projectjes. En dat in een dagritme van professioneel begeleide activiteiten, eten en rusten. Vorming en ontwikkeling vond zeker plaats, maar werden niet beoogd; ook niet als subsidievoorwaarde. Vanaf 2000 werd het belang van educatie beargumenteerd. Maar de overheid maakte pas in 2018 de omslag van oppas naar educatie. De kinderdagopvang moet zich vandaag de dag richten op planmatige educatieve activiteiten en die vastleggen in een activiteitenplan.

Activiteiten in het activiteitenplan

Hoe moeten de kinderdagverblijven, die zich richten op jonge kinderen van 0-4 jaar, dat doen? Sporend met de meest actuele educatieve inzichten in kerncompetenties. En die verwoordt in kindertaal:   

  • Kijk, ik mag er zijn (emotionele competenties)
  • Kijk, ik kan het zelf (motorische competenties)
  • Kijk, we doen het samen (sociale competenties)
  • Kijk, ik ben een lief, goed kind (morele competenties)
  • Luister, ik kan het zelf zeggen (taalcompetenties)
  • Kijk, ik voel, denk en ontdek (cognitieve competenties)

Wat direct opvalt: de religieuze competentie ontbreekt. Hoe zouden we die kunnen verwoorden? We doen een voorstel:

  • Ik ontmoet religie in mijn wereld en ik wil daarmee iets doen (religieuze competentie)

Wat reikt de overheid over religie aan?

Publicaties van de overheid geven kinderdagverblijven goede handreikingen om de zes voorgegeven kindercompetenties te beschrijven en door vele, goed afgestemde activiteiten te ontwikkelen. In deze handreikingen is religie echter nauwelijks een onderwerp. Summier wordt iets geschreven over het ontwikkelen van godsdienstige gevoelens. Ook wordt gezegd dat kinderen ervan houden om godsdienstige liedjes te zingen en religieuze feesten te vieren. Kortom: eigenlijk geen houvast. Hoe nu verder?

Meedenken en expertise aanbieden

We doen een poging binnen het nieuwe competentie- en activiteitenbeleid. Alle kinderdagverblijven hebben we daarbij op het oog: de vele op zichzelf staande kinderdagverblijven en de kinderdagverblijven die, steeds vaker, in brede scholen, openbare en christelijke, zijn opgenomen. Plaatselijke werkers in de kerk, predikanten en kerkelijk werkers, krijgen in onze poging een dienende rol: meedenken met werkers in de kinderdagverblijven en, in goed gesprek, religieuze expertise aanbieden. Ook andere gemeenteleden, onderwijsgevenden bijvoorbeeld, kunnen dat doen. De kerk heeft op dit punt echt iets te bieden. Hoe? Primair vanuit de gedachte dat alle kinderen van ongekende waarde zijn. Vervolgens door zo concreet mogelijk te kijken naar het eerste deel van de religieuze competentie, die we, aanvullend op de overheidscompetenties, formuleerden: 'Ik ontmoet in mijn wereld religie'.

Kerstfeest als voorbeeld

Kinderen worden in een wereld geboren die er al is. Ze verwonderen zich over alles wat er in die wereld, hun wereld, bestaat. Daar stellen vooral jonge kinderen vele vragen over. Ook vertellen ze onbevangen over alles wat ze in hun kinderwereld opdoen, ook over religie. Veel meer dan volwassenen denken, ontmoeten ze religie in allerlei vormen. Kerstfeest, het meeste gevierde feest in onze cultuur, is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Er is geen kinderdagverblijf dat aan kerstfeest voorbij gaat. Meer dan een maand roept dit bijzondere culturele en religieuze feest de aandacht van de kinderen op. Over het seculiere kerstfeest met de Kerstman en kerstversieringen is er een overweldigend aanbod via boekjes, filmpjes, liedjes en performances in winkelcentra. Met Kerstmis in de christelijke traditie ligt dat anders. Maar via (levende) kerststallen in straten en op pleinen, thuis en in kinderdagverblijven, wordt het Bijbelse kerstverhaal zeker ook opgeroepen.

Kinderen actief

Kinderen willen iets met religie: het tweede van onze religieuze competentie. Seculiere kinderen, die op straat en elders een kerststal zien, willen die bevragen. Kinderen die van huis uit het geboortefeest van Christus kennen en vieren willen, hoe jong ook, over hun kerstfeest vertellen. Alle kinderen samen willen best luisteren naar het verhaal van de leidster over de kerststal en praten over kerstvieringen van vriendjes thuis en in de kerk. Het is daarom van belang om beleef- en leeromgevingen in kinderdagverblijven aan te bieden met kinderbijbelverhalen, posters en liedjes; met gespreks- en expressievormen om ontdekkingen te doen en competenties te ontwikkelen. Met de landelijke, directe bereikbare expertise van JOP, Jong Protestant, achter de hand, moet het voor plaatselijke kerken mogelijk zijn daarin dienstbaar te zijn.

Vele andere onderwerpen

Naast het kerstfeest komen kinderen met vele andere religieuze uitingen en momenten in ontmoeting: Pasen en Pinksteren; feestelijke gedenkdagen (dierendag n.a.v. Franciscus, Sint Maarten); mensen, groot en klein, die bidden en danken; baby's en volwassenen, die worden gedoopt; ect. Dat geldt vooral in grote stadsgebieden ook interreligieus in verhalen en riten. Kortom, genoeg keus voor een op jonge kinderen afgestemde invulling van een activiteitenplan. Plaatselijke kerken zijn uitgedaagd. En ze hebben voor alle kinderen, hun begeleiders, ouders en buurtgenoten, cultureel en religieus echt wat te bieden.

Aanvullend

Religie in kinderdagverblijven staat inmiddels al geruime tijd op de agenda van katholieke en protestantse kerken en scholen in Europa. In 2018 gaf Henk Kuindersma aan de Universiteit in Hildesheim een conferentiebijdrage onder de titel 'Religieuze Bildung in Niederländische Kitas als Herausforderung' (publicatie in de conferentiebundel volgt). Belangstellenden voor de Nederlandse tekst kunnen contact met Henk Kuindersma opnemen.

Dr. Henk Kuindersma was tot aan zijn pensionering als godsdienstpedagoog verbonden aan de PThU. Als freelancer is hij momenteel vooral actief in projecten kindertheologie.

E-mailadres: henkkuindersma@gmail.com

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)

Lees meer over

Het thema School en kerk