Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Pastoraat in coronatijd - “Wij waren de bodem die onder hun bestaan weggeslagen was”

In het pastoraat draait het om nabijheid. En juist dat is lastig in coronatijd. De categoriale pastoraten - voor mensen die zich niet binnen het bereik van de plaatselijke gemeente bevinden - moesten de afgelopen maanden dan ook het wiel opnieuw uitvinden. “Het werk doet er meer dan ooit toe, dat laten mensen ons ook weten.” Vijf predikanten vertellen over de bijzondere en onmisbare rol van pastoraat in coronatijd.

Studentenpastor Martin Jans

“Ik heb vanaf half maart mijn werk een beetje opnieuw moeten uitvinden. Je zou denken dat werken met studenten veel online zou zijn, maar zij hebben juist behoefte aan fysieke, echte ontmoeting. Nu creëer ik andersoortige ontmoetingsmogelijkheden om te kunnen praten over de zin van het leven en zingeving. Sommige studenten ervaren deze tijd een beetje als vakantie, andere verpieteren op een studentenkamer. Het is heel divers wat deze tijd met hen doet.” 

Er zijn

“Ik werk als studentenpastor voor alle studenten in de stad Zwolle. Mijn werk draait erom daar te zijn waar de studenten zijn, in de gebouwen van de onderwijsinstellingen. Een kwart van mijn werk bestaat uit een-op-een ontmoetingen met studenten. Verder gaat het om gastlessen, groepsactiviteiten en groepsgesprekken. In april zouden studenten en gevangenen samenkomen in de gevangenis om samen een kunstwerk te maken. ‘Uitzicht’ was het thema: om het uitzicht van de gevangenen te verbeteren en om mensen met elkaar in contact te brengen die elkaar normaal gesproken niet tegenkomen. Dat ging natuurlijk niet door.”

Het moet zinnig zijn

“Nu ben ik online daar waar de studenten zijn. Individuele gesprekken gaan door, via bijvoorbeeld Teams. Via Instagram en Facebook plaats ik berichten om te laten zien wat er gebeurt. Zo heb ik een online filosofisch café in het leven geroepen, om de geest te scherpen en met andere dingen bezig te zijn. Dat werkt; na corona gaan we daar misschien wel mee verder. Verder reik ik online meditatie aan; daar doen tussen de 10 en 30 studenten aan mee. Samen met een student Journalistiek maak ik een wekelijkse podcast met een gast, om inspiratie aan te reiken. Zo hadden we rapper Typhoon als gast, maar ook een monnik die sprak over leven in afzondering. Best toepasselijk voor de eerste maanden van de coronacrisis. De kunst is om er een goede vorm aan te geven. Leuke ideeën bedenken is niet moeilijk, maar het moeten zinnig zijn, aansluiten bij de belevingswereld van studenten, en het moet werken.

Het lijkt erop dat dit nog wel even de manier van werken zal blijven. Ik neem ervan mee dat ik met wat creativiteit prima online wat kan betekenen voor studenten. De echte ontmoeting kan het natuurlijk nooit vervangen.”

Martin Jans werkt namens drie onderwijsinstellingen en vijf plaatselijke kerken.

Koopvaardijpastor Helene Perfors

Koopvaardijpastor Helene Perfors te midden van zeelieden

Corona heeft op zeevarenden veel impact, weet koopvaardijpastor Helene Perfors. “Schepen worden wel toegelaten in de havens, maar zeevarenden mogen niet van boord. Dat heeft gevolgen voor hun aflossing. Er ontstaan treurige situaties. Niet alleen voor zeevarenden zelf maar ook voor het thuisfront: wanneer kan iemand naar huis? Het aantal suïcides aan boord is significant toegenomen. Voor Filipijnse zeevarenden geldt dat als ze nu niet af kunnen lossen, dus niet aan boord kunnen, ze niet worden betaald. Ook dat is treurig. Praktische zaken, zoals het vervangen van een kapotte bril, kunnen ook al niet geregeld worden; alleen de loods komt aan boord, verder niemand. En het gebrek aan sociaal contact buiten het schip is buitengewoon moeilijk.”

Zeevarenden geven aan onzekerheid te ervaren en het gevoel echt opgesloten te zijn. Bovendien moeten ze het met elkaar zien uit te houden aan boord. “Geestelijke verzorging is nu cruciaal. We hebben beschermingsmiddelen ter beschikking gekregen. Op verzoek kunnen we nu aan de gangway komen, een gesprekje op het dek voeren, en een broodnodige telefoonkaart meenemen.” 

Enorme zet

De crisis biedt echter ook kansen. “Het boort creativiteit aan. Het contact met de zeevarenden gaat digitaal, deels was dat al zo. Ik gebruik de mail, Facebook en Messenger om contacten te onderhouden, meestal met zeevarenden die ik al wat beter ken. Nu stuur ik op zondag iedereen een vriendelijk woord en een mooie foto om hen moed in te spreken. Daarnaast maak ik meditatieve momentjes, filmpjes, van ongeveer 3 minuten.” 

De digitalisering heeft een enorme zet gekregen. In plaats van gastlessen die Perfors geeft op de zeevaartschool in Rotterdam en op Terschelling geeft ze nu met een collega online les en hebben ze e-learning modules gemaakt. “Die komen op een internationaal e-learning platform. We bereiken daar ook weer anderen mee. Het is een periode van veel opnieuw bedenken, van elkaar leren, en meer contact met de collega's. Het levert echt iets op.”

Namens de Protestantse Kerk werkt ds. Helene Perfors in de havens van Rotterdam-Rijnmond en ds. Leon Rasser in de havens van Amsterdam-IJmond. Zij werken samen met vrijwilligers, collega’s uit andere kerkgenootschappen en andere organisaties die zich richten op zeevarenden en hun omgeving, zoals de zeemanshuizen en de Nederlandse Zeevarendencentrale.

Meer informatie Nederlandse Zeevarendencentrale Pijl naar beneden

Krijgsmachtpredikant Johan Kromhout van der Meer

Krijgsmachtpredikant Johan Kromhout

Begin dit jaar ging krijgsmachtpredikant Johan Kromhout van der Meer, werkzaam op vliegbasis Eindhoven, op uitzending naar Irak. Een trainingsgroep en een ondersteunende groep, ca. 45 man, verbleven daar vierenhalve maand. Kromhout van der Meer zou drie periodes aanwezig zijn. Corona gooide roet in het eten, het bleef bij één periode van zesenhalve week. “Dat voelde heel erg onaf. Het motto van de luchtmacht is: één team, één taak. Maar ik kon het team niet compleet maken. Nu was ik afhankelijk van contact leggen via de groepsapp. Ik volgde precies wat er speelde. Gelukkig was ik er enkele weken bij geweest dus ik had er een beeld bij. Ik plaatste af en toe een bericht in de groepsapp. Als er meer aan de hand was, hoorde ik dat gelukkig ook en appte dan een-op-een, pakte de telefoon, of mailde. Maar het op afstand werken was veel minder bevredigend. De missie was voor mijn gevoel niet compleet.”

Het werk zelf opzoeken

Kromhout van der Meer is op de vliegbasis een ‘binnenslaper’ zoals ze dat bij Defensie noemen. “Ik heb daar mijn eigen kamer en slaap daar na activiteiten 's avonds. Je maakt je werk zelf, je moet het opzoeken. Voor mij betekent dat het goed lezen van mails en nieuwsbrieven, zodat ik weet wat er speelt. Ik zoek altijd de mensen op hun werkplek op, ook bij oefeningen. Of ik stap rond koffietijd het kantoor binnen voor een praatje. Ik loop heel zichtbaar rond. Mensen weten mij te vinden.” 

Online bezinning

In mei, enkele weken voordat de groep weer terug naar Nederland zou gaan, kwam uit de groep het verzoek voor een online bezinning. “Prachtig dat dat verzoek uit de groep zelf kwam” vindt Kromhout van der Meer. “Ik voldeed daar natuurlijk met liefde aan.” Hij verzorgde op de vrijdagavond na Hemelvaartsdag een online viering die aansloot bij de dagelijkse realiteit van de groep in Irak. “Vanuit mijn huiskamer was ik live met hen verbonden. De liederen voor de dienst had ik per app doorgegeven. Na een kort woord van welkom luisterden we naar ‘Brother in Arms’ van The Dire Straits. Daarna volgde het ritueel van het aansteken van de kaarsen en luisterden we naar ‘Coming Home’ van John Legend. In de overdenking sprak ik over dat ‘thuiskomen’. Aan de hand van een samenvatting van de periode van uitzending vroeg ik: Wat neem je mee? Wat laat je achter? Hoe voeg je je straks weer bij je geliefden? Daarna luisterden we naar ‘Vaarwel’ van Stef Bos. Ten slotte sprak ik een zegen uit. Het was indrukwekkend, voor mij net zo goed als voor de groep.”

De Werkgroep Kerk en Krijgsmacht is namens de Protestants Kerk verantwoordelijk voor pastorale zorg en begeleiding van de krijgsmachtpredikanten die als ambtsdragers werkzaam zijn bij Defensie. 

Meer informatie kerk en krijgsmacht Pijl naar beneden

Dovenpastor Frans van Dijke

Dovenpastor Frans van Dijke

“De gangbare mogelijkheden om met dove mensen op te trekken zijn weggevallen. Kerkdiensten, het persoonlijke geloofsgesprek, bijbelstudiegroepen en andere bijeenkomsten gaan allemaal niet door op de manier die we gewend waren. Dat doven niet als groep bij elkaar kunnen zijn, raakt hen diep. Het kerkelijke aanbod dat specifiek op hen gericht is, is voor een aantal van hen een van de weinige mogelijkheden om in de eigen taal met anderen te kunnen communiceren.”

Eigen diensten

Opeens moest alles digitaal. Er zijn zo'n 20 kerken in ons land waar dove mensen lid zijn die zelf voor een tolk gebarentaal in de kerkdienst zorgen. Als zo'n kerk digitaal gaat, gaat de tolk gebarentaal mee. Van Dijke: “Sinds half maart maken we de linkjes naar de diensten van deze kerken beschikbaar voor dove mensen. Verder hebben we als dovenpastoraat onze eigen diensten voor dove mensen, wekelijks, verspreid over het land. Dit zijn diensten die speciaal gericht zijn op doven en hun familie en vrienden, of reguliere diensten waarin horenden en doven samen een dienst houden. Deze zogenaamde gecombineerde diensten proberen we zo vorm te geven dat iedereen mee kan doen.”

Daarnaast is aan kerken die online gingen, gevraagd te denken aan de inzet van tolken gebarentaal, zodat doven de dienst mee kunnen maken. Het vraagt extra techniek, menskracht en dus budget. Doven worden vaak in de plannen niet meegenomen, ziet Van Dijke. “We sporen omroeporganisaties aan om waar ze in hun programma’s het evangelie verkondigen ook te denken aan dove mensen. Met een tolk gebarentaal en waar mogelijk ook ondertiteling kom je een heel eind. Maar ook hier laat het beschikbare budget het meestal niet toe.”

De dovenpredikanten maken nu ook zelf korte diensten in gebarentaal. Elke week is er een nieuwe beschikbaar. Vanaf september verzorgen ze wekelijks een volledige dienst die via een livestream te volgen is.

Creatief

Bijbelstudie gaat momenteel schriftelijk. Van Dijke stuurt een bijbelstudie naar de deelnemers en vervolgens wordt daar via een appgroep een gesprek over gevoerd. “Dat is erg behelpen natuurlijk, opeens moeten de deelnemers in geschreven taal gaan communiceren.” 

Een aparte groep binnen de dovenwereld vormen de doofblinde mensen. Zij wonen vaak in speciale zorghuizen. “Spreken met hen gaat via aanraaktaal, via de handen. Daar kan nu geen sprake van zijn. Zij leven al in een isolement, nu komt het corona-isolement erbij. Gewone doven hebben tenminste nog het beeldscherm.” 

Er ontstaan ook creatieve initiatieven. In Woerden is er bijvoorbeeld met enige regelmaat een gezellige avond in een café waar doven en horenden bij elkaar komen. Doven leren horenden gebarentaal, in minicursussen. Het café ging nu digitaal, de gebarencursus online, en het glas wordt geheven via het beeldscherm. “Een prachtige oplossing, en het levert technische know how op die in de toekomst nog van pas kan komen.”

Het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP) is een samenwerkingsverband van vier kerken: de Protestantse Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Als ‘hulpdienst’ van deze kerken helpt het IDP hen zo goed mogelijk invulling te geven aan het kerkelijk werk met en onder dove mensen.

Meer informatie doof en kerk Pijl naar beneden

Martin van Hemert, justitiepredikant 

Martin van Hemert

Samen met andere geestelijk verzorgers werkt Martin van Hemert in het justitieel centrum Zaanstad, een grote inrichting met 950 gedetineerden. In ‘normale’ tijden loopt hij veel op de afdelingen van zijn clusters rond. Hij houdt vier keer per week een groepsgesprek, en heeft een-op-eengesprekken. “Als ik op de afdeling rondloop, schieten mensen mij nog weleens aan. ‘Bent u de dokter?’ ‘Nee, ik ben de dominee.’ Zo ontstaat soms een gesprek dat uitmondt in meer.” Ook bezoekt hij de mensen die zich aanmelden voor de kerkdienst. “Ook dat kan het eerste van meer gesprekken zijn.”

In coronatijd

Om het aantal ‘bewegingen’ te beperken, werken de geestelijk verzorgers in deze coronatijd nog maar op één cluster. Daarbij zijn ze er voor álle levensbeschouwingen. Dat is best lastig, vindt Van Hemert. “Kan ik hen die gevraagd hebben om bijvoorbeeld een humanistisch verzorger of een imam net zo goed bijstaan?” Nu het stiltecentrum is gesloten, zit Van Hemert met zijn gespreksgroepen op de afdelingen. “Daar zijn veel meer prikkels zijn dan in de beslotenheid van het stiltecentrum. Deelnemers kunnen zich moeilijker concentreren op het thema waarover we in gesprek zijn. De afstand tot elkaar maakt het niet beter.”

De kerkdienst is digitaal. “Een groepje gedetineerden maakt muziek voor de kerkdienst. Ik film dat met mijn iPad. Verder laat ik weleens mensen reageren op een stelling. Dat film ik dan ook. Die filmpjes krijgen een plek in de viering. Zo is deze toch iets van ons samen.”

Verveling slaat toe

Drie maanden lang kregen de gedetineerden geen bezoek. Nu is het weer mogelijk, met gebruik van plexiglas schermen. Veel beter, maar toch ook beperkt. “Een man in een van de gespreksgroepen zei laatst: ‘Ik had een doktersbezoek en realiseerde me toen dat ik drie maanden lang niet door iemand was aangeraakt.’ Dat zo'n man dat durfde te zeggen in de groep, dat vond ik heel bijzonder. Je realiseert je dit soort dingen wel in je hoofd, maar nu voelde ik het ook.” 

Ook verder hebben de gedetineerden veel beperkingen. “Een maand lang was er geen mogelijkheid om te sporten. Dat kan nu weer, buiten, maar minder vaak. Bibliotheekbezoek is nog niet mogelijk. Onderwijsactiviteiten kunnen ook niet, net als activiteiten in het stiltecentrum. De tijd dat gedetineerden op hun afdeling moeten verblijven is veel groter. De verveling slaat toe.”

Saamhorigheid

Toch levert deze tijd ook iets moois op, vindt Van Hemert. “Veel gedetineerden proberen er met elkaar het beste van te maken. Ze doen hun best om elkaar te bemoedigen, de saamhorigheid groeit. Meer nog dan anders heb ik ontmoetingen met mensen die zich willen openen. Dat maakt ook iets open bij mij. Er ontstaat wisselwerking, een samenspel. Er is meer gelijkwaardigheid.”

In ons land zijn ongeveer 30 protestantse predikanten werkzaam in verschillende inrichtingen van Justitie, Jeugdinrichtingen en Forensisch Psychiatrische Centra. 

Meer informatie Dienst Justitiële Inrichtingen Pijl naar beneden zoek op: protestans geestelijke verzorging.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)