Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Pastoraat aan een dorp, kan dat?

Niemand had erom gevraagd, maar ineens was daar de coronacrisis. In een snel tempo moesten we leren omdenken en aanvaarden. Wat betekende en betekent dit voor dorpskerken en hun plaats in het dorp? Vanuit pastoraal oogpunt gaat het om het leggen van relaties met mensen vanuit het oogpunt van Gods omzien naar deze wereld. Kan een dorpskerk in een crisis of in andere tijden een pastorale relatie aangaan met het dorp?

Toen de coronacrisis uitbrak, was de eerste reactie van veel kerken: omzien naar de oudere leden. De eerste actie was dan ook het verdelen van adressen van de ouderen onder kerkenraadsleden of bezoekwerkers om hen nabij te kunnen zijn in deze eenzame periode. Dezelfde reflex zagen we bij dorpsverenigingen.

Ook werd gedacht aan ‘traditionele armen’, mensen met een bijstandsuitkering bijvoorbeeld. Gaandeweg kwam echter het besef dat door deze crisis ook veel mensen getroffen werden die het normaal prima redden. Gezinnen met kinderen die ineens thuis waren, jongeren die niets meer te doen hadden en hun vrienden misten, flexwerkers, zzp’ers, kleine ondernemers. Het werd een uitdaging om ook voor deze groepen en individuen iets te betekenen. Zeker als je dat niet alleen voor je gemeenteleden wilt organiseren, maar in samenwerking met anderen voor het hele dorp.

Zo gingen in Langezwaag plaatselijke belangenorganisaties in samenwerking met de kerk zeer enthousiast en met veel inzet aan de slag om de mensen in het dorp een steuntje in de rug te geven. Gaandeweg werd daar duidelijk dat de kerk een toegankelijke organisatiestructuur en het netwerk heeft om dit (snel) te organiseren. Door hierin initiatief te nemen, voegde de kerk niet alleen inhoudelijk maar ook praktisch waarde toe. De kerk is gewoon beter toegerust én heeft de ervaring om snel en effectief te kunnen handelen. Het financieren van dergelijke acties via gemeentelijke instanties kan door te moeten volgen procedures traag verlopen. Binnen de kerk is overleg met de diaconie vaak genoeg om tot handelen over te gaan. Later kan de rekening alsnog gedeeld worden.

Obstakels

Het bovenstaande klinkt eenvoudig, maar het kost soms best wat moeite om een goede verbinding te maken tussen kerk en dorp. Waar liggen obstakels en hoe kunnen we die overwinnen?

Het gebeurt nogal eens dat er een kloof ervaren wordt tussen de kerk en het dorp. Dorpsgenoten weten niet altijd wat er in en rond de kerk gebeurt. Ze hebben zo hun eigen ideeën, die (soms) uit een ver verleden stammen, gevormd zijn door negatieve ervaringen met mensen uit de kerk of de (niet altijd positieve) berichten in de media. Bovendien is er in de samenleving steeds minder kennis van het christelijk geloof (religieus analfabetisme). Tegelijkertijd is er onder gelovige mensen vaak verlegenheid om hun geloof ter sprake te brengen. Hoe kan deze kloof overbrugd worden?

De dorpskerk heeft iets te bieden

Wanneer je als dorpskerk verbinding zoekt met het dorp, begint het, net als in een persoonlijke pastorale relatie, met luisteren en kijken.

Dorpskerken en dorpen zijn er in allerlei soorten en maten. Er zijn kleine agrarische dorpen en grotere forenzendorpen. Dorpen waar bijna alle inwoners aan een kerk verbonden zijn tot dorpen waar de kerk nauwelijks een plaats heeft in de levens van de dorpsbewoners. Er zijn ‘open’ dorpen waar nieuwe bewoners snel worden opgenomen, en er zijn meer gesloten dorpen waar je als nieuwkomer altijd ‘import’ blijft. Dorpskerken zijn al even divers.

Toch zijn er een paar gemeenschappelijke kenmerken te vinden. In bijna alle dorpen zien we de invloed van korte lijnen: mensen kennen elkaar, er wordt vaak spontaan voor de buren gezorgd, kinderen gaan vaak samen naar dezelfde school. Maar ook is er de invloed van lange lijnen: sommige families wonen al generaties lang in het dorp of op dezelfde boerderij. Tradities en de manier van het vieren van feesten worden van generatie op generatie doorgegeven. Ook de kerk heeft hiermee te maken.

Tijdens de coronacrisis werd opnieuw duidelijk hoe belangrijk het is dat je weet hebt van de tijd en plaats waar(in) je je pastoraat (en diaconaat) handen en voeten geeft. Het maakt bijvoorbeeld nogal uit of je dorp zwaar getroffen is door corona, of niet.

Wanneer een dorpskerk goed naar zichzelf én naar het dorp luistert, kan zij van grote waarde zijn in het dorp. Daarvan zijn vele voorbeelden te vinden, onder andere op protestantsekerk.nl/dorpskerkenbeweging. In het boek Sporen van God in het dorp (Jacobine Gelderloos, 2018) worden drie bronnen genoemd waaruit de kerkgemeenschap kan putten. Place, People en Practices.

Het kerkgebouw en de relatie tot de omgeving (Place)

Place staat voor de plaats waar wij wonen, maar ook voor het kerkgebouw. In veel dorpen heeft het kerkgebouw een prominente plaats in het dorp, en veel mensen ervaren dit gebouw dan ook als hun kerk, of zij daar nu vaak binnen komen of niet. Zo’n gebouw kan de kerkgemeenschap voor zichzelf houden, maar het gebouw kan ook gedeeld worden met het dorp voor concerten, exposities, lezingen. In de coronatijd zijn kerken soms open om mensen de gelegenheid te bieden even tot rust te komen, een kaarsje te branden. Andere kerken hangen een spandoek aan de kerk met de tekst ‘Houd moed, heb lief’. Een kruis uit de kerk wordt buiten gezet, of een kleine kapel gebouwd. Zo ontstaan plekken van bezinning en troost voor alle dorpsbewoners en passanten.

Maar het kan nog verder gaan. Uit het Jeugdjournaal: “Groep acht van de Oranje Nassau School in Zandvoort krijgt les in een kerk. Hun juf durft geen les te geven op hun school. Ze heeft astma en kan ernstig ziek worden als ze het coronavirus krijgt. In de kerk kunnen de leerlingen veel beter afstand houden, en komt de juf zo min mogelijk mensen tegen.”

Hier wordt de ruimte van het kerkgebouw gebruikt voor wat nodig is op deze plaats en in deze tijd. Hier wordt geen antwoord gegeven op de vraag: “Wie doet als laatste het licht uit?”, het doemscenario, maar op de vraag: “Wie mag bij ons het licht áán doen?” Met de focus op gastvrijheid.

Mensen in plaats van leden (People)

Wanneer we niet naar de kaartenbak - ben je wel of geen lid van de kerk - kijken maar naar de mensen, openen zich direct veel meer mogelijkheden. De uitdaging is om de kloof die soms ervaren wordt te overbruggen door je als mensen met elkaar te verbinden. Contacten met het dorp zijn er al in de persoon van de ouderling die op yoga zit, de koster die scheidsrechter is bij de voetbalvereniging, het gemeentelid dat werkt bij de bloemisterij. Als mensen participeren wij in een enorm netwerk van verbindingen dat je alleen maar zichtbaar hoeft te maken.

In Terwolde-De Vecht, waar ik predikant ben, namen de protestantse gemeente en de vereniging Dorpsbelangen samen het initiatief voor een verrassingstas voor alleenstaande en zorgbehoevende ouderen. De supermarkt sloot aan, evenals de molen, een bed&breakfast, een schoonheidssalon, een geitenboerderij annex vakantiepark, de muziekvereniging, de bloemist.

Zo’n samenwerking lukt het beste als de relaties al in normale tijden zijn opgebouwd. Het begint met het leggen van contact en dat contact onderhouden, het hele jaar door, zodat kerk en dorp geen vreemden voor elkaar zijn, wanneer het eropaan komt. Verbindingen leggen met het dorp vraagt om een doorgaande investering van alle kanten. Dat klinkt als veel werk maar kan heel eenvoudig zijn, wanneer je de natuurlijke lijnen die er in een dorp zijn benut.

Maar we zijn toch kerk? (Practices)

Jazeker zijn we kerk. Daarom zullen de dingen die we doen in en met het dorp ook bij de kerk moeten passen. Dat verwachten mensen ook van de kerk. Zoals van de voetbalvereniging niet wordt verwacht dat zij ineens muziek gaat maken, zo wekt de kerk verwachtingen die passen bij kerk-zijn. Maar in wat de kerk doet (practices) kan zij ruimhartig en open zijn. Zet de kerk open als er iets ernstigs is gebeurd in het dorp. Maak er een mooi en toegankelijk feest van als het Kerst, Pasen of Pinksteren is. Houd de bid- of dankdienst voor gewas en arbeid op een boerderij of in een lokaal bedrijf. Zoek aansluiting bij wat er al gebeurt op het gebied van zorg voor elkaar en leefbaarheid in de eigen omgeving. Besef dat daar waar leefbaarheidsvragen levensvragen worden, de kerk aan zet is. Heb een luisterend oor voor wie dat maar nodig heeft. Wanneer we geloven dat God zich met mensen heeft verbonden en dat dat dwars door alle menselijke grenzen (dus ook door kerkmuren) heen gaat, dan kunnen we zelf op zoek gaan naar sporen van God in het dorp en, zoals in elke pastorale relatie, zullen we die vinden.

Dorpskerken verlangen ernaar gehoord en gezien te worden

Pastoraal aanwezig zijn bij mensen is in de eerste plaats een antwoord op een verlangen dat in ieder mens leeft om gehoord en gezien te worden met alles wat er in je is en alles wat er in je leven speelt. Als dorpskerkambassadeurs in gesprek met dorpskerken van allerlei soorten en maten merken we dat ook kerkelijke gemeenten dat verlangen kennen. Dat je gezien wordt in je eigenheid en dat wat je doet gewaardeerd wordt. In al het, op zich positieve, ‘geweld’ van nieuwe initiatieven in de kerk, stelden veel dorpskerken - vaak in stilte - de vraag: worden wij wel gezien en gehoord in al het al eeuwen doorgaande werk dat wij doen in en met onze eigen gemeenschap? Zo ontstond de Dorpskerkenbeweging, een platform voor dorpskerken, ondersteund door dorpskerkambassadeurs.  

Lees ook:

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)