Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Naar nieuwe vormen van verbinding?

Lid worden van de Protestantse Kerk blijkt voor velen een grote stap. Moet de kerk blijven streven naar een uitgesproken en vaste relatie in de vorm van een (belijdend) lidmaatschap? Of mag het ook een beetje losser?

Predikanten reageren op de stelling: Moet de kerk blijven streven naar een uitgesproken en vaste relatie in de vorm van een (belijdend) lidmaatschap?

Paul Blom, predikant Hervormde Gemeente Barneveld

‘Kerk kan trouwe kern niet missen’ 

‘Ik zie de kerk als een huisgezin en als een herberg. De kerk zal nooit die kern kunnen missen van mensen die zich er echt thuis voelen, zich trouw geven en zich willen inzetten met hun gaven. Dus een tijdelijk lidmaatschap voor iedereen zal nooit werken. Natuurlijk krijg je ook weleens iemand te logeren. Dus ja, de kerk kan best een herbergfunctie hebben en meer mogelijkheden bieden om mensen tijdelijk onderdak te verlenen. Dat lijkt me prima. Maar dan zou ik wel zeggen: laat het lidmaatschap een wenkend perspectief zijn.

Ik heb eens meegemaakt dat iemand zei steunlid te zijn, zoals je lid bent van de ANWB. Die persoon wilde wel eens een bijdrage geven maar verder niet. Ik gaf die ruimte, maar maakte tegelijk op allerlei manieren duidelijk dat het in de kerk om veel meer gaat. Je verlangt dat mensen echt groeien naar het lidmaatschap. Daarbij denk ik aan de belijdeniscatechisatie en het moment van de geloofsbelijdenis. Een duidelijk ja-woord dat je uitspreekt tegenover God en de gemeente. Er wordt vaak gewezen op het evangelie waarin Jezus een discipelkring heeft met een schare mensen eromheen. Je ziet dat Jezus die mensen iedere keer bedient. Hij spreekt het woord tot hen en nodigt hen uit om ook echt volgeling te worden.’

Wim van der Wel, predikant van een wijkgemeente in Hardenberg

‘Gun mensen verbinding op hun manier’

‘Heel lang had je in de kerk de categorie ‘blijkgever van verbondenheid’. Dat vond ik een draak van een typering. In onze wijk hebben we vaak te maken met mensen die geen kerklid zijnmaar wel regelmatig langskomen. Dat zijn mensen die je een manier van verbinden gunt die voor hen passend is. In dat kader vind ik vriend een heel mooi en hartelijk woord. Ik kwam dat op het spoor door een boek van Sake Stoppels, die het merkwaardig vindt dat op een kerkwebsite niet staat dat je vriend kan worden. Daarmee heeft hij een punt. 

Eigenlijk zijn vrienden de oude categorie blijkgevers van verbondenheid. Ze mogen geen ouderling worden, maar kunnen wel meedraaien in allerlei commissies en activiteiten. Wij hebben een vriendin die contactdame is in onze gemeente en meedraait in het bezoekteam. Iemand anders is getrouwd met een kerklid van ons. Hij gelooft er weinig van maar hij wil er op zondagochtend toch bij zijn. Nou, dan word je toch een hartstikke leuke vriend! Als jij komt aanwaaien en je bent blij met ons, moet ik je dan onder druk zetten om er vol voor te gaan? Of moet ik zeggen dat het leuk is dat je er bent? Het laatste uiteraard! Het gaat erom een open gemeenschap te zijn.’

Hélène Evers, voorzitter College voor de Kerkorde en predikant in Zwolle

‘Beperking zit in de mens, niet in de vorm’

‘Mijn eerste reactie is: die grote stap om lid te worden, heeft eerder te maken met tot geloof komen dan met het lidmaatschap. Ik vind dat je in de Protestantse Kerk in Nederland al heel gemakkelijk mee kunt doen. We hebben doopleden, belijdende leden en gastleden - mensen die bij andere kerken lid zijn. Dan hebben we nog mensen die 'blijk geven van verbondenheid' met de gemeente. Die noemen we blijkgevers, maar vrienden is ook een prima term. 

Ik ben predikant in Zwolle en zie daar hoe mensen zó bij een kerkdienst kunnen gaan zitten, zó kunnen meedoen aan een cursus. Niemand vraagt of je wel lid bent. Er worden wel eisen gesteld als je ambtsdrager wordt. Maar in zo’n geval kan een gemeente besluiten dat ook doopleden ambtsdrager kunnen worden in plaats van alleen belijdende leden. De kerkorde krijgt vaak de beschuldiging beperkend te zijn maar biedt juist heel veel ruimte. 

Ik kan me wel voorstellen dat de stap om toe te treden om andere redenen moeilijk kan zijn. Vanuit het geloof zelf of vanuit een sociaal element. Als je nieuw in een gemeenschap komt, kun je je een buitenstaander voelen. Maar dat ligt dan aan wat in een mens zit of aan hoe gastvrij een gemeente is.’

Tekst: Jurgen Tiekstra

Woord&weg

Dit artikel verscheen eerder in woord&weg, het gratis maandelijks tijdschrift voor ambts- en taakdragers.

Bekijk het magazine hier online en abonneer gratis.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)