Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Mgr. Gerard de Korte en ds. René de Reuver schreven elkaar brieven over de Bijbel - de eerste brief

Mgr. Gerard de Korte en ds. René de Reuver schreven elkaar brieven over de Bijbel. Welke rol speelt dit boek in hun leven, op welke, vaak moeilijke momenten gaf dit boek hen troost en houvast? En hoe kan de Bijbel vandaag hoop bieden als zoveel mensen in onzekerheid leven en houvast soms ontbreekt? Een persoonlijk en troostrijk essay over het hart van de Bijbel.

Houvast

Beste Gerard, 

We kennen elkaar al vele jaren. In onze studententijd kruisten onze wegen elkaar al in De Uithof. Als katholieke en protestantse studenten volgden we voor een deel dezelfde colleges. Wie had toen kunnen denken dat we elkaar jaren later zouden treffen, jij als bisschop van Den Bosch en ik als scriba van de Protestantse Kerk. En nu schrijven we elkaar brieven. Niet over kerkelijke kwesties, maar over hoe de Bijbel ons in deze coronatijd tot steun is. Brieven waarin we ons een beetje in de ziel laten kijken. Bevindelijke brieven dus. Van huis uit leerde ik dat geloof ‘een voet te hoog’ kan zitten. Daarmee wordt bedoeld dat geloof niet alleen iets is voor het hoofd maar ook het hart moet raken. Ik ben blij dat ik deze wijsheid heb meegekregen.

In deze brieven deel ik graag met je hoe de Bijbel in deze verwarrende tijd mijn geloof voedt. Ik ben benieuwd naar jouw reactie, naar hoe jij dit persoonlijk ervaart. Hopelijk is onze uitwisseling herkenbaar en stimulerend voor meelezers. 

We leven in bizarre tijden. Deze eerste brief schrijf ik terwijl we in een bijna volledige lockdown verkeren. We mogen nog maar twee mensen per dag thuis ontvangen. Theaters, musea, restaurants en cafés zijn dicht. In de kerk mogen we slechts onder strenge voorwaarden met dertig mensen samenkomen. Binnenkort mag ik mijn kleindochter dopen. Slechts een paar familieleden en vrienden kunnen deze feestelijke dienst bijwonen. Elkaar na de dienst in de kerk of thuis ontmoeten, is niet mogelijk. 

Iedereen, wereldwijd!, ervaart de gevolgen van de pandemie en de impact van de beperkingen. Gewoonlijk ontmoet ik in een week veel boeiende mensen, met als hoogtepunt de ontmoetingen op zondag in de kerk. Al maandenlang is dit anders. Ik breng de dagen grotendeels door op mijn kamer, voor het computerscherm. En op zondag sta ik in de kerk voor een camera met slechts een paar mensen, onder wie een groepje gemeenteleden dat de liederen zingt. Het is noodzaak, maar ik word wel een beetje treurig van de onzekerheid en alle beperkingen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen de moed verliezen en depressief worden.

Wat houdt mij nu in deze donkere coronatijden op de been? En welke passage uit de Bijbel geeft me in deze tijd houvast? Goeie vragen. Juist als het stormt en niets meer zeker lijkt, komt het aan op houvast. 

Voor mij geeft het boek van de psalmen bemoediging en houvast. Ik ben met de psalmen opgegroeid. Op de basisschool moest ik elke week een berijmd psalmversje uit mijn hoofd leren. Ik heb er nog steeds plezier van. Het bijzondere van de psalmen is dat het hele leven aan de orde komt. Vaak zelfs in één psalm. De dichters maken van hun hart geen moordkuil. Ze schreeuwen vanuit de diepten om gehoor en redding, verwoorden een diep vertrouwen op God, en barsten uit in een uitbundige lofprijzing. En dat terwijl de feitelijke situatie van de dichter niet wijzigt. Het doet mij goed om zo te reflecteren op het leven van elke dag, het geeft houvast.  

Graag deel ik een voorbeeld met je: Psalm 31. Deze psalm reist al lange tijd met mij mee. In de tijd dat ik gemeentepredikant was, heb ik vaak verzen uit deze psalm met gemeenteleden gelezen, bijna altijd in crisissituaties. In de vertaling van 1951 (NBG) staat boven dit lied ‘Gebed in nood’. Ellende, ontreddering, angst, eenzaamheid, hoon én vertrouwen wisselen elkaar af. Aan het kruis citeert Jezus juist deze psalm als Hij roept: ‘In uw hand beveel ik mijn geest’ (vs. 6, zie Lucas 23:46). 

Wat mij in het bijzonder aanspreekt, is dat de dichter schreeuwt om erbarmen omdat hij in nood verkeert. Velen herkennen het in deze onzekere tijd. Het leven van de dichter vergaat in kommer en zuchten, juist ook door zijn eigen tekort. Je eigen tekort, daar waar je zelf schuldig aan bent, knaagt dat niet het sterkst aan ons? 

De dichter voelt zich in de steek gelaten en bespot. Niemand die zich om hem bekommert. Hij klaagt: ‘Vergeten ben ik als een dode, weg uit het hart, afgedankt als gebroken aardewerk’ (vs. 13). Hoe alleen en afgedankt kun je je als mens voelen? Zeker nu, nu het lastig is om elkaar op te zoeken en je nauwelijks echte ontmoetingen hebt met anderen. 

De dichter van de psalm vermoedt bovendien dat anderen hem naar het leven staan. Of dit een idee is in zijn hoofd of dat het werkelijkheid is, doet er niet zoveel toe. Alles wankelt, hij is zijn leven niet meer zeker. Juist nu herken ik deze existentiële worsteling. Zeker als ik bedenk dat een virus, maar ook een andere crisis, mijn leven zomaar kan verwoesten. Hoe ervaar jij dit?

Hoe verstikkend de nood van de dichter van dit lied ook is, toch wordt het geen wanhoop. Het laatste en diepste houvast van de dichter is God. Hij noemt hem bijna liefkozend ‘mijn God’. ‘Mijn tijden zijn in uw hand’ (vs. 15, 16), zo belijdt hij. Het gaat hier niet om een bepaalde kloktijd, maar om de tijden, de situaties van het leven. In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst klinkt het nog sterker: uw hand, mijn tijden. De Nieuwe Bijbelvertaling (2013) vertaalt: ‘In uw hand liggen mijn lot en mijn leven.’ Onder mijn levenslot, mijn leven met alle hoogten en diepten, ligt de hand van God. Dit houvast is geen wiskundige formule, geen rationele zekerheid, maar geloofsvertrouwen. Houvast is voor mij geen verzekering (securitas). Mij kan van alles overkomen en soms ben ik de zekerheid kwijt. Mijn houvast komt voort uit vertrouwen (certitudo) dat er Eén is die mij niet aan mijn lot overlaat, maar in liefde draagt.  

Ik vind het ontroerend dat de dichter na die stoere uitspraak over God die zijn leven draagt, ineens uitroept: ‘Red me!’ Vertrouwen is voor hem geen garantie dat hem niets overkomt, maar een vertrouwd adres waar hij een appel op kan doen. In het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam staat bij de ingang Psalm 31 vers 16 in een steen gebeiteld: ‘Mijn tijden zijn in uw hand, red mij’! Als houvast voor ieder die het ziekenhuis binnengaat.

Ik ben benieuwd naar jouw reflectie op houvast.

In geloof verbonden, 

René

De volledige briefwisseling is te lezen in het boekje 'Houvast' uitgegeven door Adveniat. Zie ook een interview door Leo Fijen met mgr. Gerard de Korte en ds. René de Reuver.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)