Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Kerkelijk noodrecht biedt kerkenraden ruimte te doen wat nodig is

Welke ruimte heb je als kerkenraad of als moderamen om, nu het coronavirus het openbare leven voor een groot deel lamlegt, toch te doen wat nodig is? Kerkdiensten zijn niet mogelijk, vergaderingen kunnen niet gehouden worden. En toch moeten sommige dingen worden geregeld. De kerkorde geeft kerkenraden en andere organen daarin de nodige vrijheid, maar transparantie is dan des te meer van belang.

‘Voor een ambulance kun je geen dienstregeling maken’, zei een goede vriend eens. En zo is het ook. Je kunt dus ook niet verwachten dat in de kerkorde te vinden is wat onder de huidige omstandigheden wel kan en wat niet. Je kunt alleen maar naar bevind van zaken handelen.

Dat betekent echter niet dat de kerkorde helemaal geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid van een situatie als deze. Het laatste artikel van de romeinse artikelen, de ‘grondwet’ van de kerk, luidt: “Indien en voor zover buitengewone omstandigheden van land en volk het normaal functioneren van het leven van de kerk onmogelijk maken, treffen de daarvoor in aanmerking komende lichamen van de kerk of hun leden de door de omstandigheden tijdelijk geboden, van de orde van de kerk afwijkende maatregelen” (artikel XIX).  

Toen de drie synodes van de kerken die samen de Protestantse Kerk in Nederland zouden gaan vormen in januari 1996 de concept-kerkorde vaststelden, heeft niemand aan deze bepaling ook maar een woord gewijd. Dat blijkt uit het verslag. De bepaling was ook al te vinden in de hervormde en in de gereformeerde kerkorde. Hij komt uit de hervormde koker, en als je weet dat de hervormde kerkorde kort na de Tweede Wereldoorlog werd vastgesteld, kun je dit wel begrijpen. Maar het blijft bij deze ene bepaling. Er is geen ordinantie die hem verder uitwerkt, geen ‘generale regeling noodtoestand’. Een ambulance rijdt nu eenmaal niet op vaste tijden.

Buitengewone omstandigheden

Maar wat staat hier nu eigenlijk in de kerkorde? Er wordt gesproken over ‘buitengewone omstandigheden van land en volk’. Dat is een vrij ruime omschrijving. Er hoeft dus niet sprake te zijn van een noodtoestand in de zin van de Nederlandse wet. Daar is momenteel ook geen sprake van. In art. 103 van de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden wordt wel gesproken over de mogelijkheid van een ‘uitzonderingstoestand’, en in de daarbij horende uitvoeringswet, de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, lezen we in art. 1 over de mogelijkheid dat de minister-president, bij koninklijk besluit, een ‘beperkte noodtoestand’ of ‘de algemene noodtoestand’, afkondigt. Premier Rutte heeft vanwege de coronacrisis tal van maatregelen afgekondigd, maar de noodtoestand is niet uitgeroepen.

Toch is wel aan de orde wat we in de kerkorde lezen: het normaal functioneren van het leven van de kerk is onmogelijk geworden. Als kerkdiensten niet op de vertrouwde manier kunnen doorgaan, moet er wel sprake zijn van buitengewone omstandigheden.

Onder zulke omstandigheden ligt de verantwoordelijkheid om er wat van te maken bij ‘de daarvoor in aanmerking komende lichamen van de kerk of hun leden’. Dat geldt natuurlijk voor (het moderamen van) de generale synode, maar op synodale besluiten hoeft niet gewacht te worden! De plaatselijke gemeente heeft haar eigen verantwoordelijkheden, en dan gaat het dus vooral om de kerkenraad en om de colleges van kerkrentmeesters en van diakenen.

De kerkenraad vergadert (niet)

In veel gemeenten is het nu niet mogelijk om als kerkenraad te vergaderen. Zeker niet in de vertrouwde consistorie, maar veelal ook niet online. Daarvoor is het aantal ambtsdragers te groot, en/of niet alle ambtsdragers beschikken over de digitale mogelijkheden om een online vergadering te organiseren. Dat is lastig, want ons kerkelijk leven zit nu eenmaal – gelukkig! – zo in elkaar dat alle belangrijke beslissingen worden genomen door ambtelijke vergaderingen, dus door de kerkenraad, de classicale vergadering en de generale synode. Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid voor allerlei zaken bij andere ‘kerkelijke lichamen’, zoals de plaatselijke, classicale en generale colleges en tal van commissies en werkgroepen die specifieke taken hebben uit te voeren.

Het moderamen

Voor een moderamen van de kerkenraad ligt het misschien eenvoudiger; als het mogelijk is online te vergaderen, dan is het ook aan te bevelen. Dat is dan ook gewoon een vergadering. Nergens staat dat je daarvoor in één ruimte bij elkaar moet komen.

Kan ook online vergaderen niet, dan zullen sommige beslissingen genomen moeten worden door middel van het nodige mail- en telefoonverkeer. Als ik me verder beperk tot de plaatselijke gemeente, dan lijkt het me duidelijk dat het moderamen van de kerkenraad allereerst zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Ik meen te zien dat dat ook gebeurt.

Daarbij is het echter van belang om zoveel mogelijk transparant te zijn. Houd als moderamen optimaal contact met de andere leden van de kerkenraad. Laat ze zo snel mogelijk weten wat het moderamen besloten heeft, bijvoorbeeld over de manier waarop invulling wordt gegeven aan de eredienst. Geef ze snel de mogelijkheid om te reageren, zodat goede suggesties nog kunnen worden meegenomen en (misschien niet verwachte) bezwaren kunnen worden weggenomen. En als straks het kerkelijk leven weer ‘gewoon’ kan worden hervat, ligt het voor de hand dat de kerkenraad achteraf expliciet zijn goedkeuring uitspreekt over het door het moderamen gevoerde beleid.

De kerkdiensten

Het zal wel allereerst om de kerkdiensten gaan. De verantwoordelijkheid voor tijd, plaats en aantal ligt immers bij de kerkenraad (ord. 5-1-3). In veel gemeenten is intussen overgegaan tot online kerkdiensten, met geluid en vaak ook beeld. In het kerkgebouw zijn dan misschien alleen de voorganger, de organist en de ouderling van dienst aanwezig. Je kunt moeilijk volhouden dat ‘de gemeente samenkomt’, maar nood breekt wet (in dit geval ord. 5-1-1). 

Er zullen ook gemeenten zijn die nog niet zijn aangesloten bij bijvoorbeeld kerkdienstgemist.nl, en die online kerkdiensten niet direct kunnen regelen. Het is denkbaar dat in dat geval de kerkdienst volledig worden afgelast, en dat de gemeenteleden wordt gewezen op de mogelijkheid de diensten van een andere (wijk)gemeente online te volgen.

Andere zaken

Heel veel andere zaken die normaal op de agenda van de kerkenraad staan, zullen wel een tijdje uitgesteld kunnen worden. Pastoraat en diaconaat kunnen waar echt nodig op een andere dan de gebruikelijke manier geregeld worden – . Voor sommige zaken zal een college moeten zorgen.

Een heel praktisch punt dat in deze tijd van het jaar speelt, betreft de vaststelling van de jaarrekening 2019. De kerkorde noemt immers verschillende termijnen waaraan de plaatselijke gemeente zich dient te houden. Als eerste stap moeten het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen de ontwerpjaarrekeningen voor 1 mei a.s. aan de kerkenraad voorleggen (ord. 11-6-1). Daarvoor zouden de colleges en de kerkenraad dus bijeen moeten komen. Intussen zijn vanwege de generale synode hiervoor bekendgemaakt. Zo kan de kerkenraad in dit geval voorlopig volstaan met een e-mailrondje, en kunnen de benodigde verklaringen van kerkenraad en accountantscontrole in eerste instantie zonder fysieke handtekeningen worden ingediend. Dit alles moet wel voor 15 juni gebeuren (vgl. ord. 11-7-1). Getekende verklaringen dienen uiterlijk 15 september alsnog te zijn ingediend. Eenzelfde regeling zal ook wel gelden voor de vaststelling van de jaarrekeningen van de classicale vergadering en van de generale synode, al wordt dat niet met zo veel woorden gezegd. 

Tijdige vaststelling van jaarrekeningen is formeel van belang omdat de kerk, maar ook de gemeenten – als algemeen nut beogende instellingen (ANBI) – wettelijk verplicht zijn voor 1 juli een verkorte staat van baten en lasten te publiceren op de website. Op dat punt is niets veranderd.

De classicale vergadering en de generale synode

Van ‘buitengewone omstandigheden van land en volk’ zal, voor zover nu bekend, in elk geval sprake zijn tot 1 juni 2020. De datum van 1 juni komt ook elders in de kerkorde voor, namelijk in GR 7-2-3. Voor die datum dient het breed moderamen van een classicale vergadering kerkenraden uit te nodigen om aanbevelingen in te dienen van personen die verkozen zouden kunnen worden als leden van de classicale vergadering. Ook hier kan de scriba van de classis vermoedelijk meestal volstaan met enig email-overleg met de leden van het breed moderamen, en vervolgens de uitnodigingen versturen. Maar het is ook denkbaar dat hierover toch eerst nog in juni 2020 moet worden vergaderd.

De generale synode komt ten minste tweemaal per jaar bijeen (ord. 4-26-1), maar nergens staat dat de eerste vergadering in april plaatsvindt. Dat is slechts een gewoonte waarmee zonder kerkordelijke problemen kan worden gebroken. Intussen is al bekend gemaakt dat de synode in juni hoopt te vergaderen.

Al met al kan met de nodige creativiteit en transparantie veel bereikt worden. En misschien ook wel veel geleerd worden.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)