Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Kerk na corona: we moeten zeilen op de wind van vandaag

Elke tijd stelt weer andere vragen en vraagt om steeds nieuwe antwoorden. Toen het volk Israël uit ballingschap terugkeerde, vond het niet het land terug dat het had achtergelaten. Hoe pakken wij nu, als kerk in het dorp, de draad na corona weer op?

De afgelopen anderhalf jaar was vervreemdend. We hebben allerlei fases en emoties doorleefd die horen bij wat je ballingschap zou kunnen noemen. Eerst de fase van afstand moeten nemen: van verdriet en pijn over dingen die niet door konden gaan, van het afgesneden zijn van geliefden en vrienden, van verstoorde relaties waar mensen andere wegen gingen omdat ze anders tegen de coronamaatregelen aankeken. Vervolgens een tijd van afwachten en berusten: ‘we moeten maar zien’. Soms was er misschien wel de neiging om de lier aan de wilgen te hangen, zoals in Psalm 137:

‘Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend en dachten aan Sion. 
In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren.’ 

Ergens was het misschien ook wel rustig, een periode van minder verplichtingen. Maar als je niet weet hoe lang die periode duurt, maakt het ook onzeker en heb je geen vaste grond onder de voeten. Je bevindt je in een soort tussenland, tussen verleden en toekomst. Dat is bij uitstek een situatie die kan leiden tot bezinning, tot vragen als: waar komen we vandaan en waar willen we naartoe? En willen we eigenlijk wel terug naar hoe het was?

Draad weer oppakken

Langzamerhand, nu er steeds meer versoepelingen komen, groeit de hoop weer, wordt het waakvlammetje  van het verlangen elkaar weer te ontmoeten aangewakkerd. Misschien kunnen we - weifelend, maar toch - zingen zoals in Psalm 126:  

‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.’

Een psalm van verwachting, hoop en verlangen: ‘Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn.’ 

Durven we uit onze schulp te kruipen en elkaar weer te ontmoeten? En wat treffen we aan, wie zien we weer terug? Niet alle ballingen wilden vanuit Babel terugkeren naar Jeruzalem. Vindt iedereen de weg terug naar de kerk? Of zijn er misschien nieuwe wegen ontdekt om op andere manieren kerk te zijn? Dan is er nog de vraag hoe verstoorde verhoudingen weer hersteld kunnen worden. Kortom: hoe pakken we de draad weer op, en hoe willen we kerk zijn in het dorp na corona? 

Lockfree

Het heeft iets van een nieuw begin. De Bijbel staat vol met verhalen over opnieuw beginnen. Denk aan het verhaal van Noach. Hoe zal het geweest zijn om maanden achter elkaar opgesloten te zitten? We kunnen ons er na de lockdown wel een aardige voorstelling van maken. En dan die fase nadat de ark vastgelopen is op een rots, maar men nog moest wachten tot het water gezakt was en men weer veilig naar buiten kon. Het lijken wel de coronacijfers die eerst naar beneden moesten, maar hoe lang dat zou duren? En dan het moment dat God tegen Noach zegt: ‘Ga de ark uit, samen met je vrouw, je zonen en de vrouwen van je zonen. Laat ook alle dieren die bij je zijn naar buiten gaan.’ En nadat iedereen naar buiten was gegaan bouwde Noach een altaar voor de Heer, en bracht daarop brandoffers van al het reine vee en alle reine vogels. 

Verdergaan

Het moment waarop Noach weer naar buiten kon en weer vaste grond onder de voeten had, kon hij niet ongemerkt voorbij laten gaan. Dat moment moest gemarkeerd worden met een offer, daar moest hij bij stilstaan. Ook hier worden op tal van plaatsen plannen gemaakt om het moment dat er weer meer kan te markeren. Van lockfreevieringen en dorpsterrassen op het kerkplein om elkaar te ontmoeten en bij te praten, tot een interkerkelijk festival met de wijkvereniging om het begin van een nieuw seizoen te openen. Dat zijn momenten om terug te kijken en te horen hoe het anderen vergaan is. Tegelijkertijd is het een goede gelegenheid om met elkaar vooruit te kijken hoe je als kerk - wellicht samen met andere kerken - en dorp vanaf hier verder wil gaan. 

Opnieuw beginnen

Toen het volk Israël uit ballingschap terugkeerde, vond het niet het land terug dat het had achtergelaten. Jeruzalem was veranderd, de mensen waren veranderd. Er ontstonden spanningen tussen wie in Juda waren achtergebleven en de mensen die terugkwamen. 

Net als tijdens die ballingschap heeft iedereen de periode van corona op een andere manier beleefd. We komen elkaar met andere vragen en verwachtingen weer tegen. Daarom is het goed om bij het zien van elkaar ‘van aangezicht tot aangezicht’ - in de kerkenraad, bij de koffie of een maaltijd of gewoon op straat - te vertellen hoe het is geweest én waar je op hoopt. Dat vraagt om een voortdurend verkennen van de context. Dan gaat het niet alleen om de fysieke omgeving van het dorp of de regio en wat daar speelt. Ook de tijd, een bepaalde periode, is een context. Afgelopen jaar bevonden we ons door veranderende maatregelen in steeds weer een andere situatie waar we ons toe moesten verhouden, ook al gingen we nauwelijks de deur uit. Dat is bijvoorbeeld merkbaar aan hoe bijbelteksten je anders in de oren gaan klinken, zoals de verhalen van Noach en de ballingschap. Of een tekst uit het paasevangelie van Johannes als Jezus tegen Maria zegt: ‘Raak me niet aan.’ Die opmerking van Jezus resoneerde opeens met de situatie waar we ons dagelijks in bevinden. Ook als we ‘opnieuw beginnen’, misschien met horten en stoten, zal de tijd steeds weer om andere reacties vragen, andere vormen, andere bijbelverhalen om ons leven in te spiegelen. 

Kerk naar buiten

Het is dubbel. Aan de ene kant willen we misschien wel weer terug naar hoe het was vóór corona: onbekommerd bij elkaar komen, samen eten, samen zingen zonder je druk te maken over anderhalve meter afstand. Aan de andere kant: hoe kijken we nu naar het ‘oude normaal’? 

Een predikant vertelde dat in coronatijd de kerk zichzelf eigenlijk binnenstebuiten had gekeerd: “Binnen in het kerkgebouw konden we niet zo veel doen, dus hebben we zo veel mogelijk buiten gedaan, zoals het herdenken van overledenen en de palmpaasoptocht. Ik hoop dat we dat vast kunnen houden en ons niet in beslag laten nemen door allerlei dingen die geregeld en besproken moeten worden.” 

De coronatijd heeft iets gedaan met hoe je als kerk present bent in de samenleving. Enerzijds waren er de nodige beperkingen: evenementen waar kerken bij betrokken zijn, zoals de jaarmarkt, het dorpsfeest, herdenken en vieren van 75 jaar bevrijding waren afgelast. Laagdrempelige activiteiten zoals inloopochtenden, maaltijden voor alleengaanden, kliederkerken konden niet doorgaan of vonden online plaats. In de kerkgebouwen was het stil, maar daar stond tegenover dat de buitenruimte veel meer benut kon worden: van speurtochten en verdiepende wandelingen tot samen met het dorp groente verbouwen in de tuin van de kerk, openluchtvieringen en sportkerken. 

Meer dan eens wordt gezegd: we gaan door met de buitenactiviteiten. Zo gaat de kerk letterlijk naar buiten. Daarnaast zijn kerken ook online en in de (lokale) media meer present. Kerkdiensten, podcasts en blogs worden niet alleen door vaste kerkgangers gevolgd. Predikanten en kerkelijk werkers schrijven columns in de dorpskrant of presenteren een programma op de lokale tv-zender. Dat maakt ook dat je met andere oren naar soms overbekende woorden luistert. Je luistert met de oren en kijkt met de ogen van een buitenstaander, de kijker die thuis toevallig meeviert. Zo krijgen geloofswoorden een maatschappelijke lading. 

Andere vragen, nieuwe antwoorden

Na een periode van afwezigheid zijn geleidelijk aan dingen veranderd, zijn panelen verschoven. Dat zullen ze blijven doen. Het is een ontdekkingstocht om elkaar weer terug te vinden, om te zien wat elk moment van ons vraagt. De lockdown kwam van het ene op het andere moment, plotsklaps. Het heropenen van de samenleving, de kerk, het dorp gaat meer geleidelijk. Dat betekent dat elke tijd, elk moment weer andere vragen stelt en om steeds nieuwe antwoorden vraagt. Dat vereist om scherp te zeilen op de wind, te zien wanneer de wind gaat draaien, wanneer de wind aantrekt tot een storm en we ons schrap moeten zetten, of wanneer we weer even stil komen te liggen en wat doelloos liggen te dobberen, omdat we even niet zo veel kunnen. 

Je moet zeilen op de wind van vandaag
De wind van gisteren helpt je niet vooruit
De wind van morgen blijft misschien wel uit
Je moet zeilen op de wind van vandaag

Het betekent dat we de tekenen van de tijd moeten proberen te verstaan, enerzijds kijken wat er hier en nu van ons gevraagd wordt, anderzijds vooruitkijken naar wat er mogelijk gaat komen en ons daarop voorbereiden. 

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)