Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Tagline Vindplaats van geloof, hoop en liefde

Jan Jaap Stegeman: verbind liturgie en diaconaat

In de nieuwe ELKkwartaal vertelt pionier Jan Jaap Stegeman over zijn werk in en rondom de Oudekerkgemeente in Amsterdam.

Een pioniersplek is te zien als een experimentele geloofsgemeenschap voor mensen die niet (meer) naar de kerk komen, of zich niet meer betrokken voelen. Het is een vernieuwende vorm van kerk-zijn die aansluit bij een veranderende kerk. Soms ontstaat zo’n plek vanuit het niets, soms voortbouwend op wat er al is. De Protestantse Kerk stimuleert het ontstaan van pioniersplekken. Jan Jaap Stegeman (1987) werkt sinds december 2014 als pionier in en rondom de Oudekerkgemeente in Amsterdam.

Broedplaats van liturgie en kerkmuziek 

Hij kon het slechter treffen. De Oudekerkgemeente is een broedplaats van liturgie en kerkmuziek met de klinkende erfenis van Willem Vogel, Sytze de Vries, Christiaan Winter. Het is het oudste nog bestaande gebouw van Amsterdam en behoort tot de top 100 van de Nederlandse rijksmonumenten. Een mooie plek voor een lutheraan. Jan Jaap Stegeman beaamt het volmondig. “De meeste pioniers zijn kerkplanters die met niks beginnen en alles uit de klei moeten trekken. Ik kon beginnen in zo ongeveer de meest van zichzelf overtuigde liturgische kerkelijke traditie denkbaar.”  

Hoe kwam je hier zo terecht?

 “Ik ben vijf jaar geleden in Zwolle de lutherse traditie binnengestapt omdat ik op zoek was naar een zorgvuldige manier van vieren van de katholieke liturgie. Dat is in de Oude Kerk ook zo. Pas las ik een boekje van Nico ter Linden waarin hij schrijft dat ze in de Westerkerk nauwelijks avondmaal vieren omdat dat de mensen maar afschrikt. Dat zou in de Oude Kerk ondenkbaar zijn.”

Maar ondertussen ben jij er als pionier wel om vragen te stellen aan jullie toegankelijkheid. “

Op dat punt laten we ons ook door niet-kerkelijke mensen gezeggen. Dan horen we dat de virtuositeit en de beweging in de liturgie hogelijk gewaardeerd worden, maar dat het lastig is om er deel van uit te maken. Zo’n de sterren van de hemel zingende gemeente die zich nooit vergist in welke acclamatie waarop volgt, is een op elkaar ingespeelde ploeg. Het is alsof je als amateur mee moet doen met het Nederlands elftal. Deze gestileerde liturgie vraagt om een hoge participatie door de gemeente. Als je er zomaar eens binnenkomt, krijg je wel het idee dat dit kerkelijk gedoe van meedoen leuker wordt, maar je komt er niet zomaar toe omdat je steeds achteraanwaggelt. Je moet erin worden ingewijd, maar dat geduld brengen mensen niet altijd op. Bij yoga heb je een beginnerscursus, in de kerk niet. Die zingende gemeente is een olietanker die gewoon doorstoomt.”

Zoals veel liturgische gemeenten is ook die van de Oude Kerk blank en hoogopgeleid. Buiten, op de wallen, beweegt zich een heel wat gemêleerder publiek. Jij als pionier staat in een spagaat.

“In deze bijzondere buurt voelt het alsof wij op zondagochtend onze capsule binnentrekken en er na een uur weer verkwikt uitgaan. Ik heb daar last van. In en uit de zeepbel. De kerk heeft wat haar te doen staat keurig verkaveld in liturgie enerzijds en diaconaat anderzijds. Maar dat moet dan wel samen opgaan. Het zit mij niet lekker dat naast zo’n hoogontwikkelde liturgie het diaconaat onderbelicht blijft. We kennen het wel, ook van dichtbij, bijvoorbeeld Oudezijds 100, een communitaire gemeenschap die concreet hulp biedt door inloop, maatschappelijke opvang, begeleid wonen, medisch maatschappelijk werk en medische zorg voor onverzekerden. Maar niet in onze gemeente zelf. Die onbalans zet voor mij veel waardevols op de tocht. Ik vind de liturgie prachtig, maar van huis uit, in het Grieks, betekenen liturgie en diaconaat ongeveer hetzelfde en ik wil ze dus bij elkaar houden.”

Die katholieke liturgie, de reden dat je luthers werd, is dus niet alleen maar mooi maar moet ook relevant zijn.

“Er zijn lutheranen die wekelijks bijbelclubjes volgen over teksten van Luther. Daar heb ik helemaal niets mee. Zo’n historische interesse is voor mij, in de setting waarin ik werk, niet van belang. Maar ik ben geïnspireerd door Paul Tillich (1886-1965), Duits-Amerikaans luthers theoloog, die, zoals dat in onze traditie betaamt, inzet bij menswording. Niet bij wat ons als kerk onderscheidt en van de boze buitenwereld afscheidt, maar bij wat het is om werkelijk mens te zijn in deze wereld. Dat vraagt van mij als pionier om geduldig te luisteren. Sta nu eerst maar eens op ontvangen in plaats van op zenden. Dat vraagt van ons als kerk om naast mensen te staan en te zien en te horen wat hun ultimate concern is: hun angsten en vragen, hun zoeken en vinden. Mensen die wij op zondagmorgen nooit zien en die niet heel andere mensen zijn dan wij. Dus niet: kom maar hier en kijk hoe mooi wij hier vieren. Wij zouden veel nieuwsgieriger moeten zijn.”

Je sprak net van ‘inwijden’. Het problematische daarvan is dat het gemeenteleden op voorsprong zet, want die weten het al, en het zet de vreemdeling op achterstand, want die zou geheel onwetend zijn. Hoe trek jij – in het spoor van Tillich – dat recht? “

De beweging die ik nu veelal maak, is naar de stad toe. En ik neem mensen van de kerk mee. Ken je die en die? Is dat niet een interessant contact? Ondernemers, het buurtoverleg. De Oude Kerk moet uit haar comfortzone getrokken worden en voor verrassingen komen te staan, namelijk voor mensen die net zo goed ervaringen hebben met deze ultimate concern, Tillichs vertaling van Was uns unbedingt angeht (‘Wat ons ten diepste aangaat’). In de kerk pretenderen we vaak dat wij wat dat betreft met de bijbel en de preek een paar steken dieper graven, maar daar geloof ik niets van. Laten we eerst maar eens luisteren en in gesprek raken. Wat is dat voor jou?”

Welke veranderingen zijn inmiddels gaande?

“We onderzoeken hoe we de deuren tijdens de dienst open kunnen houden. Wij vieren in die grote monumentale ruimte, het schip en het koor, en ondertussen komen mensen binnen. Vele mensen, dat blijkt. Hoe kunnen we hen helpen in de eredienst aan te haken en even pelgrim te worden? Al is het maar door een Engelse vertaling klaar te hebben liggen. Op woensdagavond willen we de kerk openstellen voor storytelling, een groep waar mensen verhalen kunnen vertellen over wat ze zelf hebben meegemaakt. Aansluitend blijft de kerk open voor gebed, biecht, pastoraat. Maar hoe noem je dat? Een ‘pastoraal gesprek’? Daar hebben mensen een woordenboek voor nodig. Hier in Amsterdam is de aanduiding ‘loket levensvragen’ gangbaar geworden. Er gebeurt de hele tijd wel wat in de stad. Daar moet je bij zijn.”

>Klaas Touwen in ELKkwartaal jrg. 15, nr. 3 oktober 2015

Lees meer over

Het thema Diaconie