Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Het verhaal van Ester spreekt tot de verbeelding - Joodse gemeenschap viert het Poerimfeest 

Van maandagavond 9 tot dinsdagavond 10 maart 2020 wordt in de Joodse gemeenschap het Poerimfeest gevierd. Dit feest gaat over koningin Ester, Mordechai en de bevrijding van het kwaad. In de synagoge wordt de Esterrol gelezen. Vorig jaar maakte ik het mee in de synagoge in Middelburg. Kinderen hadden zich verkleed, er waren lekkere hapjes, en iedere keer als de naam Haman viel, maakten de kinderen kabaal met hun ratels. 

Het verhaal van Ester is een verhaal met veel gezichten, zoals de ondertitel luidt van een pas verschenen boek van de Stichting Pardes Pijl naar beneden . ‘Op weg naar 75 jaar bevrijding’ staat er op de cover. Ester heeft met bevrijding te maken. In dit artikel maak ik gebruik van enkele inzichten uit dit rijke boek Esther en Poeriem.

Farao is geen Haman

Even terzijde: juist in deze periode staan ook teksten uit Exodus op het leesrooster. In mijn gemeente in Oost-Souburg volgen we het alternatieve leesrooster, waarbij grote delen van Exodus in de hele Veertigdagentijd tot na Pasen gelezen worden. Een handreiking daarbij is het bijzondere commentaar op Exodus van de emeritus rabbijn van Groot-Brittannië, Jonathan Sacks Pijl naar beneden . Hij wijst erop – en dat vind ik een eye-opener – dat Farao uit Exodus 1 geen Haman is. Hij is niet zoals Haman de belichaming van het kwaad. Zijn volk is niet dat van de Amalekieten. Zeker, er staat een farao op die Jozef niet gekend heeft (Ex.1:8), maar deze heerser wordt gedreven door politieke motieven, niet door haat. Terwijl de Hebreeuwse Bijbel duidelijk is over Amalek: ‘Het moet zo zijn dat u de gedachtenis aan Amalek van onder de hemel uitwist’ (Deut.25:19, HSV), is de houding tegenover Egypte anders: ‘Ook Egyptenaren moet u respectvol benaderen, want u hebt als vreemdeling in hun land gewoond’ (Deut.23:8, NBV).

Parodie op onderdrukking van vrouwen en minderheden

Terug naar het boek Esther en Poeriem. Als je het bijbelverhaal hoort navertellen op grond van rabbijnse aanvullingen in midrasj en commentaren, valt je oog op details waar je anders al snel overheen leest. Marcus van Loopik laat in zijn bijdrage aan de hand van rabbijnse visies zien dat de vernedering van koningin Vasjti (Wasti) nog groter wordt dan het bijbelverhaal vertelt. Als er staat dat koning Achasjwerosj (Ahasveros) koningin Vasjti sommeert om voor hem en zijn rijksgroten te verschijnen, getooid met koninklijke hoofdband, dan moet ze volgens sommige rabbijnen geheel naakt met alleen haar diadeem op voor de begerige blikken van de mannen optreden. De vernedering van vrouwen ademt volgens Van Loopik de sfeer van mannelijke onderdrukking, zelfverrijking en zelfverheerlijking, en daarom is het zo vol ironie dat een moedige Joodse vrouw een weldoordachte diplomatieke heldenrol vervult. Voor mij werpt hij nieuw licht op die moeilijke hoofdstukken aan het slot van Ester als de Joden wraak lijken te nemen en van slachtoffer dader lijken te worden. Bloedbaden worden aangericht. Je wordt er niet vrolijker van. Zonder de weerbarstigheden weg te poetsen, laat Marcus van Loopik zien dat de Joden in het Perzische rijk zich verdedigen met uitdrukkelijke toestemming van koning Achasjwerosj: het is dus op zich geen onwettige daad, hoewel er altijd de vraag blijft of een wet ook moreel goed is. En het is zelfverdediging: de Joden zijn niet uit op buit of zelfverrijking (Ester 9:10: ‘Hun bezittingen raakten ze met geen vinger aan.’). De rol van Ester is volgens hem een parodiërend verhaal, een novelle die een tijdloze en universele boodschap wil overbrengen. Je ziet de uitwassen van een totalitaire samenleving die geen ruimte biedt aan minderheden.

Vaste patronen doorbreken

Volgens de bijdrage van Leo Mock zijn parallellen te trekken en ook verschillen te ontdekken met andere boeken die het thema aansnijden hoe je je als minderheid staande kunt houden in tijden van crisis: Daniël, Judit en Tobit. Anders dan in het boek Ester spelen in het boek Daniël religie en spiritualiteit een belangrijke rol: dagelijks gebed en spijswetten. Dat bevestigt je identiteit en maakt dat je het als minderheid vol kunt houden. In het boek Judit komt een strijdbaarheid naar voren om de vijand te verslaan, maar dat is allemaal niet genoeg. Juist de list en de verleiding van de Joodse Judit is cruciaal. Als minderheid verweer je je. In Tobit worden accenten gelegd op het doen van goede werken: het kleden van de naakten, het voeden van de hongerigen en het begraven van de doden. Al deze boeken geven antwoorden op de vraag naar identiteit en zelfbeeld en op de vraag wat te doen in een concrete situatie van crisis. Het boek Ester onderscheidt zich doordat het de richting uitgaat van integratie en een milde vorm van assimilatie, waarbij de eigen identiteit zeker niet verdwijnt.

Het plan dat niet doorging

Het loopt goed af in het boek Ester. Het snode plan van de antisemiet Haman vol van ‘xenofobie, negatieve propaganda en een uitgekiende strategie in het aanwakkeren van haat, angst en afkeer’ (Marcus van Loopik) gaat niet door. Maar 75 jaar geleden werd dit plan niet verhinderd, vertelt Klaas Smelik in zijn bijdrage. Het is niet meer mogelijk om dit verhaal te lezen zonder de context van dat andere plan dat wel doorging: ‘die Endlösung der Judenfrage’, de Shoah. Als je het boek door deze ogen leest, dan komt de vraag waar God is in dit hele verhaal met kracht naar voren. De naam van God wordt in het hele boek niet genoemd. Klaas Smelik zoekt een antwoord in de schroom van de auteur. De schrijver wil Gods Naam niet betrekken in het web van intriges. Het gaat hier om een realiteit van vervolging en ondergang, die niet zomaar met de Naam van God kan worden verbonden. God zwijgt volgens hem in deze situatie van absoluut verdriet en absolute rouw. ‘God zwijgt niet, omdat Hij het lijden van zijn volk niet zou zien, maar omdat Hij het maar al te goed ziet.’ Met dit gezicht van het Esterverhaal wordt de vraag opgeroepen waar in onze tijd het veelkoppige monster van antisemitisme opduikt en waar een uitgekiende strategie van haat, angst en afkeer leidt tot het buitensluiten van groepen en volken.

Plezier

Al deze vragen en lagen in het verhaal hoeven het plezier van het lezen en uitbeelden niet weg te nemen. Marcel Poorthuis trekt in Esther en Poeriem parallellen met het sprookje van duizend-en-één-nacht. Je komt terecht in een wereld van despotische heersers en moedige vrouwen. Je merkt het in de synagoge en ook in de kerk (en daarbuiten): het verhaal van Ester spreekt tot de verbeelding, het is spannend, humoristisch, met diepe lagen van dreiging en vernietiging. De kinderen lachen en ratelen wel, en dat er tal van vragen overblijven geeft alleen maar aan dat het een geweldig goed verhaal is, met veel gezichten.

Eeuwout Klootwijk werkt voor Kerk en Israël/joods-christelijke relaties bij de dienstenorganisatie en is predikant in Oost-Souburg

Detail van Marc Chagall´s Esther, 1960

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)