Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Heel Urk loopt warm voor de zending

Een kwartje voor de zending, wie is er niet groot mee geworden? Velen kregen het iedere week mee naar school, voor in het zendingsbusje. ‘De zending’, het doet denken aan vroeger. Maar op Urk lopen ze er - letterlijk - nog steeds warm voor en halen ze tienduizenden euro’s op. “Je geeft aan de zending, dat is een ingesleten traditie.”

Of het nu regent, stormt of bloedheet is, Nel van Slooten gaat langs de deuren met haar zendingsbusje. Niet maandelijks of wekelijks, maar vrijwel dagelijks. Want Nel heeft een hele waslijst van adressen en ze doet het graag, ook voor de sociale contacten. “Ik ging op mijn zestigste met pensioen en wilde vrijwilligerswerk doen: klaarstaan voor een ander. Ik loop nu zo’n vijftien jaar voor de zending.” Ze vindt het belangrijk om zo mee te kunnen werken aan de verspreiding van het evangelie. 

Vrijgevig dorp

En zo denken generaties Urkers erover. Het geld ophalen voor de zending gebeurt – vanuit de gereformeerde kerk - misschien al zeventig of tachtig jaar. Nog steeds met de ouderwetse blikken busjes. Want waarom iets veranderen als het werkt? Alle leeftijdsgroepen doen eraan mee: kinderen, zelfs een paar tieners en ook ouderen. “Tot ze niet meer kunnen. Ik sprak laatst een bejaarde vrouw die in tranen was omdat ze vanwege ouderdom moet stoppen”, zegt Richard van Urk, penningmeester van de zendingscommissie. 

Er lopen maar liefst zo’n zestig mensen met het busje langs de deuren en dat levert jaarlijks een flink bedrag op: circa 15.000 euro. Urk is een vrijgevig dorp. “Hoewel het ook hier minder wordt omdat mensen haast geen contant geld meer in huis hebben. En het wordt iets moeilijker om vrijwilligers te krijgen.”

Leen en Nienke Bos coördineren het project. Nienke heeft een heel systeem opgezet van de routes, van wie er lopen en hoeveel geld er is opgehaald. De lopers krijgen het advies om wekelijks of tweewekelijks op een vast moment langs de deuren te gaan, zodat gevers het geld klaarleggen. Eén keer in de twee of drie maanden halen Leen en Nienke de volle bussen op en laten ze de lege achter.

“En dan begint het tellen”, lacht Leen Bos vergenoegd. “Kijken hoeveel al die bussen hebben opgebracht. Altijd weer een mooi moment.” 

Van moeder op dochter

Het geheim van het succes? Dat zit ‘m in de opvolging, vertelt hij. Lopen voor de zending gaat van vader op zoon en van moeder op dochter. “Kleine kinderen lopen met hun ouders mee, en daarna samen met leeftijdgenootjes, meestal tot de tienerleeftijd. Zodra een tiener iemand van het andere geslacht twee keer nakijkt, weet je dat het voorbij is met het lopen voor de zending”, grapt Leen. “Dan nemen de jongere broertjes en zusjes het meestal over. Als ze volwassen zijn pakken ze het vaak weer op. We hoeven bijna niets te doen aan promotie.”

Van Urk beaamt dat: “Mijn vader was de oprichter van deze zendingscommissie. Toen hij overleed zeiden ze: ‘Jij kunt het wel overnemen.’ Betrokkenheid bij de zending, dat erf je. Maar je wilt het ook omdat het een bijbelse opdracht is: gaat heen en verkondig de blijde boodschap.” De anderen knikken: zo is het.

Ingesleten traditie

Zending, het leeft op Urk. Kinderen raken er al mee vertrouwd op school; elke maandag krijgen ze geld mee van thuis voor het zendingsbusje. “Je geeft aan de zending, dat is een ingesleten traditie”, verklaart zendingscommissielid Ria de Vries de grote betrokkenheid van Urk. “Maar het komt ook doordat sommige van onze projecten een connectie hebben met Urk.” Wat van het zendingsgeld overblijft na de financiële steun aan Kerk in Actie wordt verdeeld onder andere projecten. “Zo steunen we bijvoorbeeld zendingsvliegers van de Mission Aviation Fellowship die van Urk komen. En we nodigen weleens uitgezonden medewerkers uit om hier te komen spreken. Dan gaat het nog meer leven.”

Het bezoek van een bisschop uit Bangladesh heeft veel indruk gemaakt op Leen Bos. “De christenen daar worden vervolgd. Indrukwekkend als je met zo iemand mag praten.” Ria vult aan: “Het is een islamitisch land, en het evangelie verspreiden is gevaarlijk. Als iemand daarover vertelt krijg je veel respect en tevens het besef hoe vrij wij hier zijn. Terwijl hier teruggang is, is daar kerkgroei.”

“Verhalen van uitgezonden medewerkers maken me weleens jaloers”, zegt Richard van Urk. “Sommigen verbranden al hun schepen achter zich om naar het zendingsveld te gaan. Ik zou wel willen, maar nooit durven. Door mijn betrokkenheid bij de zending kan ik ze toch steunen.”

Oliebollen, koek en vis

Behalve het lopen met de zendingsbusjes heeft de gereformeerde kerk diverse andere missionaire projecten. Bij elkaar zetten zo’n tweehonderd gemeenteleden zich in voor de zending. Een verhaal apart vormt de jaarlijkse zendingsbazar die zo’n 30.000 euro opbrengt. Daarvoor is de ‘zendingskrans’ verantwoordelijk: vrouwen die voor dit doel van alles organiseren, maken en verkopen. Er worden worsten, oliebollen en koeken verkocht, en uiteraard vis. Er wordt gebreid, gehaakt, geschilderd. Het hele jaar door staan er kraampjes in de kerk. Er worden zelfs complete high teas klaargemaakt en thuisbezorgd. Op de bazar zelf levert het rad van fortuin de nodige contanten op. “En het mooie is”, zegt Ria de Vries, “de zending is van ons allemaal. In dit dorp zijn de kerkmuren hoog, maar aan de zending geeft iedereen.” 

“Het is een klein gebaar met veel effect”, vindt Leen Bos. “Je hoeft geen zendeling te zijn om het evangelie te verspreiden. Iedereen kan er op een simpele manier voor zorgen dat ergens ter wereld iemand tot geloof komt. Want je gunt andere mensen toch het weten dat er een eeuwigheid is, en een boei om op te varen.”

Na het gesprek krijgen journalist en fotograaf heel gul een dik pak gerookte zalm in de handen gedrukt. “Want dat is Urk”, verklaart Van Urk.

Lees ook:

Tekst: Thea Westerbeek | Beeld: Sandra Haverman

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)