Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

“Ga vierkant achter slachtoffers staan”

Hoe ga je als gemeente om met slachtoffers van seksueel misbruik in pastorale relaties? Alleen door vierkant achter hen te gaan staan, geef je de erkenning die zo belangrijk is, aldus Sophie Bloemert.

Al in 1999 spraken de gezamenlijke synoden uit: ‘Seksueel misbruik is zonde: kwaad in Gods ogen en onrecht tegenover de medemens.’ En: ‘De kerk dient onomwonden te kiezen voor de slachtoffers van seksueel misbruik.’ Ruim twintig jaar later is duidelijk dat die onomwonden erkenning van slachtoffers nog niet zo eenvoudig is. Sophie Bloemert, specialist veilige gemeente en coördinator van SMPR, meldpunt seksueel misbruik in pastorale relaties, verdiepte zich in het onderwerp. “Uit gesprekken met mensen die seksueel misbruikt zijn blijkt dat hun verlangen naar erkenning groot is. Niet alleen tijdens de heftige tijd nadat het seksueel misbruik aan het licht is gekomen, maar ook tijdens procedures én daarna. Het is een levensbehoefte.”

Een soort familie

In de praktijk blijkt hoe complex de situaties rond seksueel misbruik in pastorale relaties zijn. Bloemert: “De pleger van het misbruik is over het algemeen iemand met wie veel mensen binnen de gemeente positieve ervaringen hebben: een predikant, ambtsdrager of gemeentelid. En de onderlinge relaties binnen een gemeente zijn vaak heel hecht en persoonlijk. In die zin lijkt een kerkelijke gemeenschap op een familie: zusters en broeders zijn loyaal aan elkaar. Dat is een kracht, maar kan bij dit soort situaties dilemma’s veroorzaken. Gemeenteleden vragen zich af: moet ik nu een keuze maken?” Dat kan ertoe leiden dat het leed van het slachtoffer niet onomwonden wordt erkend. “Er kan een soort doofpot ontstaan.”

Signaal

En dat terwijl slachtoffers zo gebaat zijn bij het expliciet benoemen van het onrecht. Bloemert: “Het komt aan op de bereidheid om nauwkeurig te luisteren naar de benadeelde. Durf open te staan voor het verhaal van de ander, ook wil je dat eigenlijk niet. Wees je bewust van de vooroordelen en stereotypen die in ieders hoofd zitten. Gedachten als ‘Diegene zal het er zelf wel naar gemaakt hebben’ of ‘Als je zo’n kort rokje aan hebt...’ Laat je niet te makkelijk verleiden tot victim blaming. Of tot het ontkennen of bagatelliseren van de situatie. Het slachtoffer heeft baat bij het expliciete signaal: ‘We nemen je serieus en geloven je op je woord. We isoleren je niet en kiezen voor jou. We gaan vierkant achter je staan.’”

Nieuwe start

Dat heeft wel gevolgen voor de omgang met de pleger of dader, vervolgt Bloemert. “Waar de benadeelde is, kan de pleger niet zijn, zo leert de praktijk. Dat ‘trekt’ een slachtoffer doorgaans niet. Tegelijkertijd is het belangrijk om als gemeente aan te geven wat je wel en niet kunt doen. Niet alles wat benadeelden aan erkenning nodig hebben, zal mogelijk zijn. Het kerkgebouw blijft hetzelfde, met alle pijnlijke herinneringen, de foto van de predikant hangt er soms nog … Dan kan het beter zijn om uit te spreken wat je als gemeente wel en niet kunt bieden, en het slachtoffer te begeleiden om ergens anders een nieuwe start te maken.”

Cultuur

Bloemert pleit voor constante aandacht in gemeenten voor thema’s als macht, grenzen en victim blaming. “Werk met elkaar aan een cultuur waarin ook niet-leuke dingen besproken kunnen worden. Zie je dat iemand zich geïntimideerd voelt door een ander? Kaart het aan. Het lijkt misschien iets kleins, maar maak dit soort dingen bespreekbaar. Dat vormt de basis voor een klimaat waarin gemeenteleden zich veilig voelen. En het zorgt ervoor dat iedereen zich bewust wordt van de eigen rol in het benoemen en voorkomen van grensoverschrijdend gedrag.”

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)