Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Een klas vol kinderen die niet, wel of anders geloven

Het zal voor iedereen die wel eens een gastles op school verzorgt bekend zijn. Er zijn over het algemeen maar weinig kinderen vertrouwd met de kerk en de Bijbel. Wat doe je met al die (niet) geloven in de klas?

Grote diversiteit

Je weet één ding zeker als je een gastles op een school komt geven of een schoolklas ontvangt in je kerk: je hebt te maken met een grote diversiteit aan achtergronden. Je kunt niet uitgaan van een bepaald niveau van basiskennis, inzicht en interesse. Wat betekent dat voor jou als predikant, kerkelijk werker of vrijwilliger?

De (levensbeschouwelijke) diversiteit is ook voor het onderwijs zelf een uitdaging. Dat veel leerlingen in de klas niet vertrouwd zijn met en ook niet bij voorbaat een boodschap hebben aan levensbeschouwelijke inhouden, doet meer dan ooit de relevantievraag opkomen. Waarom wil ik kinderen eigenlijk Bijbelverhalen vertellen of hen iets laten ervaren van wat het kan betekenen om te geloven? Wat wil ik hen daarin meegeven voor hun leven?

De Bijbel relevant?

Dat leraren het nog niet zo eenvoudig vinden om die relevantievraag te beantwoorden, blijkt uit een recent onderzoek in opdracht van Verus naar Bijbelgebruik in het primair en voortgezet onderwijs. Het feit dat leerlingen niet bij voorbaat geïnteresseerd zijn in de Bijbel, leidt bij leraren tot handelingsverlegenheid, constateren de onderzoekers. Dat die het kennelijk moeilijk vinden om het relevantiebesef van hun leerlingen te wekken, kan volgens hen te maken hebben met een gering relevantiebesef bij henzelf.

Daar begint het dus als je met een groep werkt waarbij je niet bij voorbaat kunt uitgaan van interesse en betrokkenheid: dat je zelf goed weet waarom je hun iets wilt vertellen of laten ontdekken of met hen in gesprek wilt. Dat is de eerste van zeven tips om de kans zo groot mogelijk te maken dat je de nieuwsgierigheid van kinderen aanboort: 

  1. Weet waarom je het doet

  2. Laat zien waarom het voor jou en voor het leven hier en nu belangrijk is
    Maat het persoonlijk: als je jezelf laat zien, met je inspiratie, vragen en twijfels, nodig je de kinderen uit om dat ook te doen.

  3. Bedenk waar het de levens(vragen) van kinderen raakt.
    Als je bijvoorbeeld een Bijbelverhaal vertelt of kinderen meeneemt in de betekenis van Pasen, kan het helpen om je vooraf af te vragen welke vragen dat bij kinderen kan oproepen en hoe je die misschien al kunt aanraken in wat je vertelt. Dat neemt uiteraard niet weg dat kinderen vaak anders reageren dan je denkt.

  4. Sluit aan bij de ontwikkelingsfase van kinderen.
    Je hoeft geen pedagoog te zijn om met kinderen te werken, maar het kan geen kwaad om iets te weten van de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen. Dat vind je bijvoorbeeld in een didactisch handboek voor levensbeschouwelijke vorming.

  5. Zoek aansluiting bij de levensbeschouwelijke achtergrond van kinderen.
    Hoe ver je daarin gaat, is uiteraard afhankelijk van je eigen opvattingen over de verhouding tussen de godsdiensten en levensbeschouwingen. Als je dat gepast vindt, kun je bijvoorbeeld Bijbelverhalen in verband brengen met overeenkomstige verhalen uit de Koran.

  6. Zorg voor variatie in verwerkingsvormen.
    Behalve aan een (theologisch) gesprek kun je denken aan creatieve verwerkingsvormen, (biblio)drama en bijvoorbeeld een ontdekkingstocht door de kerk.

  7. Laat kinderen zelf ontdekken.
    Kinderen zijn eerder nieuwsgierig en geïnteresseerd als er iets te ontdekken valt. Zo gaan kinderen in een gesprek zelf actief levensbetekenissen ontdekken als je gaat theologiseren naar aanleiding van een verhaal. In een methode als Godly Play zit het ontdekken van betekenis al in de manier van vertellen ingebakken. Met bibliodrama ontdekken kinderen door zich in te leven in een Bijbelfiguur waar het verhaal hun levensverhaal raakt. Voor al deze methoden geldt wel dat die niet zonder training zijn toe te passen.

‘Valt er wat te ontdekken’ zou de leidende vraag kunnen zijn bij het vormgeven van een educatieve activiteit op school en in de kerk.

Door: Guido de Bruin, adviseur identiteit bij Verus, gdebruin@verus.nl

 

1) Zoals Bas van den Berg, Ina ter Avest, Tamar Kopmels, Geloof je het zelf?!, John Valstar, Henk Kuindersma, Verwonderen & Ontdekken, Jef de Schepper, Levensbeschouwing ontwikkelen.

2)Verhalen uit de Koran voor kinderen vind je o.a. in Abdulwahid van Bommel, De Koran. Uitleg voor kinderen en Petra van Helden, Kinderen van Adam. Verhalen uit de Koran.

3) Zie bijvoorbeeld Johan Valstar, Henk Kuindersma e.a., God is buiten de tijd. Kindertheologisch leren kijken. Hierin vind je in hoofdstuk 8 een kindertheologische vormgeving van een kerkbezoek.

4) Zie bijvoorbeeld Jean Agten, Bibliodrama spelenderwijs met kinderen.


Op de hoogte blijven van nieuws en verhalen over de samenwerking tussen school en kerk? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief School en Kerk.

Aanmelden nieuwsbrief School en Kerk

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)

Lees meer over

Het thema School en kerk