Wat kunnen we doen aan preventie?

“Het gaat natuurlijk verder dan de zaken op papier goed geregeld hebben, het gaat erom dat je met z’n allen weet wat het inhoudt.”
- Robert Nieuwenhuijse, Jeugdraad Oisterwijk

Naast zorg voor hen die te maken hebben (gehad) met geweld is het zaak ervoor te zorgen dat de eigen gemeenschap veilig is en blijft voor iedereen.

Bewustzijn en fijngevoeligheid

De eerste bouwsteen voor een veilig huis is bewustzijn dat er per definitie sprake is van ongelijke machtsverhoudingen in een gemeenschapsstructuur. Of we het nu willen of niet, groepsleiders, voorgangers en ambtsdragers hebben een andere positie dan andere gemeenteleden. Hoe integer die rol ook wordt vervuld en hoezeer ook met elkaar wordt omgegaan op basis van gelijkwaardigheid, de positie brengt automatisch een bepaald gezag of zekere voortrekkersrol met zich mee. Dat heeft effect op de onderlinge communicatie: op ‘nee’ durven zeggen, op uitspreken wat je als ongemakkelijk of grensoverschrijdend ervaart in de omgang.
Taakdragers in de kerk dienen zich hier bewust van te zijn, en fijngevoelig te zijn in hun doen en laten. Ook mag van hen extra inzet verwacht worden om onderlinge veiligheid te bespreken.

Regels

Naast bewustzijn en fijngevoelige communicatie is het goed om als gemeente duidelijke regels en beleid te hebben omtrent de veilige omgang. Denk aan gezamenlijk opgestelde omgangsregels, het instellen van vertrouwenspersonen, een aanstellingsbeleid voor vrijwilligers en het afspreken van een gedragscode. Als er sprake is van ‘overtreding’, kan degene die zich er niet aan houdt erop worden aangesproken.

Omgangsregels zijn afspraken in een groep over hoe je met elkaar omgaat. Die maak je met elkaar en je houdt elkaar eraan. Het maken van omgangsregels is een activiteit die heel goed aan het begin van het seizoen of bij het starten van een groep gedaan kan worden. Die activiteit helpt de groepsleden zich bewust te worden van de verantwoordelijkheid naar elkaar en respectvol omgaan met elkaar. Als de groep van samenstelling is veranderd, ben je toe aan een update.

In een gedragscode staat wat de kerkenraad van de vrijwilligers en beroepskrachten verwacht, welk gedrag wel en welk gedrag niet geaccepteerd wordt. Een gedragscode is een officieel document dat door vrijwilligers en beroepskrachten bij de start van hun werk ondertekend wordt. Het verschil met omgangsregels is dat een gedragscode een vaste set regels is voor iemand met verantwoordelijkheid voor anderen: een jeugdleider, een pastoraal vrijwilliger, een crècheleidster.

Voorbeelden van omgangsregels en gedragscodes vindt u onder het kopje ‘Meer weten?’

Vertrouwenspersonen

Vertrouwenspersonen in de gemeente kunnen bij vermoedens van misbruik binnen de gemeente zelf iemand benaderen. Gemeenteleden kunnen bij hen terecht met hun vragen, vermoedens en meldingen. Bijgaand model maakt inzichtelijk wat profiel en taken van de vertrouwenspersonen zijn.

>Benoem vertrouwenspersonen (pdf)
>Stel een plaatselijke meldcode op (pdf)

Aanstellingsbeleid voor vrijwilligers

Als gemeente ben je blij met iedereen die zich voor het kerkenwerk wil inzetten. Maar kies zorgvuldig wie je inzet, zeker in het jeugdwerk. Liever één vrijwilliger te weinig dan de verkeerde. Een zorgvuldige selectie laat zien dat de gemeente het vrijwilligerswerk en het werken met minderjarigen en kwetsbare mensen in de gemeente serieus neemt. Durf ook nee tegen iemand te zeggen.
Dit werkt het beste als je uitdraagt dat iedereen hetzelfde wordt behandeld: de waarde van beleid. Het opstellen daarvan is een taak van de kerkenraad.

In het aanstellingsbeleid wordt opgenomen:

  • criteria voor elke vrijwilliger (verwachtingen, kennis, ervaring)
  • de opmerking dat elke vrijwilliger de gedragscode moet ondertekenen
  • [eventueel de opmerking dat elke vrijwilliger een recente Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) moet overhandigen; dit is een keuze]
  • een alinea over een jaarlijks gesprek met vrijwilligers waarin ook de veiligheid in de gemeente besproken wordt en het naleven van de gedragscode
  • het naleven van bovenstaande punten met een verantwoordelijke hiervoor.

>Hier vindt u een model voor plaatselijk beleid voor een veilige gemeente (pdf).

Vraag nu gratis VOG’s aan

Gemeenten van de Protestantse Kerk kunnen gratis VOG’s aanvragen voor een deel van hun vrijwilligers. Het gaat om vrijwilligers die in direct contact werken met personen in een afhankelijkheidssituatie en in een kwetsbare positie, zoals pastorale vrijwilligers, diaconale vrijwilligers en ouderenbezoekers. Ook mensen die leidinggeven aan groepen in de gemeente met deelnemers van jong tot ouder kunnen gratis een VOG aanvragen. De definitie wordt door het ministerie van VWS breed gehanteerd.
De regeling is een uitwerking van het regeerakkoord uit 2017. Eerder was de gratis VOG alleen aan te vragen voor vrijwilligers die met minderjarigen en mensen met een verstandelijke beperking werken.

Voorwaarden voor de aanvraag
Om in aanmerking te komen voor gratis VOG’s zijn er enkele voorwaarden.
De gemeente heeft een vastgesteld preventief beleid ter voorkoming van grensoverschrijdend gedrag en handhaaft deze. Het beleid is op de website van de gemeente te vinden óf moet opgestuurd worden naar de dienstenorganisatie via po-services@pkn.nl. De vrijwilligers, die moeten beschikken over een Digid, hebben schriftelijk toestemming gegeven voor het gebruik van hun persoonsgegevens t.b.v. een VOG bij de Protestantse Kerk en het ministerie van VWS.

Werkwijze
Gemeenten kunnen de aanvraag niet rechtstreeks doen. De landelijke kerk heeft met het ministerie een voorziening kunnen treffen. De aanvraag gaat via dit aanvraagformulier.
Het is handig vast af te spreken wie in uw gemeente de aanvragen gaat coördineren en de administratie van de VOG's gaat bijhouden. Deze persoon moet de vrijwilligers één voor één invoeren via het formulier. Nodig per vrijwilliger: voorletters, naam en e-mailadres. De vrijwilliger krijgt daarna een e-mail, waarbij hij/zij moet inloggen met DigiD en wachtwoord. De vrijwilliger krijgt de VOG opgestuurd via de dienst CBIG van het ministerie van VWS (de dienstenorganisatie krijgt hierover niets te horen). De vrijwilliger levert de VOG in bij de contactpersoon van de kerk.