Wat te doen als het misgaat?

“Hij was kerkenraadslid, net als ik. Hij stelde zich in een vergadering zo intimiderend naar mij op dat ik er helemaal beroerd van was. Ik was te verslagen om adequaat te reageren. Ik heb me nooit meer op mijn gemak gevoeld in zijn bijzijn. En in de kerkenraadsvergaderingen deed ik niet meer echt mee.”

Als gemeentelid, als ambtsdrager, als lid van een werkgroep, als tiener op de tienerclub of tijdens catechisatie: op alle ‘posities’ in de kerk moeten mensen zich veilig voelen. Juíst in de kerk. Als er dan iets gebeurt wat als onveilig wordt ervaren - een arm om je heen die heel onprettig voelt, een intimiderende houding, een seksuele toespeling of zelfs handeling - is het mis.

Hoe kom je erachter?

Mensen komen niet snel uit zichzelf met hun gevoelens van onveiligheid of seksueel misbruik. Als ze het al aandurven om er iets over te vertellen, bijvoorbeeld in een pastoraal gesprek, dan weet de predikant of pastoraal vrijwilliger niet altijd goed te reageren. Het gemeentelid voelt zich niet gehoord, niet begrepen en niet erkend en zal niet gauw opnieuw iemand in vertrouwen nemen.
Hoe kom je er dan achter of mensen in onveilige situaties zitten? Dat vraagt grote fijngevoeligheid en afstemmen op de ander. En het vraagt soms om zelf het gesprek te openen.

Signalen

In de gemeente kan een ‘niet-pluisgevoel’ ontstaan bij een gemeentelid of ambtsdrager. Een paar voorbeelden:

  • Iemand is stiller in bepaald gezelschap dan gebruikelijk.
  • Iemand is schichtig of angstig in het gezelschap van een specifieke ander.
  • Iemand wil niet meer met een activiteit meedoen en wil niet aangeven waarom.
  • Iemand wil niet meer met een persoon te maken hebben en wil niet aangeven waarom.
  • Iemand krijgt erg veel aandacht van iemand met een specifieke taak in de gemeente.
  • Iemand zondert zich regelmatig af met een ander gemeentelid.
  • Iemand wil graag alleen de crèche of een andere kinderactiviteit leiden.

Dit kunnen signalen zijn dat er grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Het kan ook iets anders betekenen.

Hulpmiddel signalen

Als het gaat om signalen van huiselijk en/of seksueel geweld vindt u onder het kopje ‘Meer weten?’ een link naar de signalenkaart en naar de website seksueel geweld. Deze bieden een handreiking om zo vroeg mogelijk signalen voor huiselijk en seksueel geweld te onderkennen.
Signaleren is mensenwerk. Signaleren van wat er niet pluis is, vraagt oog en hart van mensen.

Benoem vertrouwenspersonen

Benoem twee vertrouwenspersonen in de gemeente, een man en een vrouw. Gemeenteleden kunnen bij hen terecht met hun vragen, vermoedens en meldingen. Vertrouwenspersonen kunnen bij vermoedens van misbruik binnen de gemeente zelf proactief iemand benaderen. Bijgaand model maakt inzichtelijk wat profiel en taken van de vertrouwenspersonen zijn.

>Benoem vertrouwenspersonen (pdf)

Een meldprotocol geeft inzicht in wat de vertrouwenspersoon kan doen als zij of hij zich zorgen maakt over een situatie in de gemeente. Het geeft suggesties voor vervolgstappen.

>Stel een plaatselijke meldcode op (pdf)

Pastorale zorg

Blijvende pastorale aandacht is nodig. Voor pastoraal betrokkenen is het van belang te beseffen wat de impact van misbruik kan zijn: je hebt levenslang. Voor veel slachtoffers is het ‘doodzwijgen’ haast nog pijnlijker dan het misbruik zelf. Net als overigens de vraag ‘Zit je er nu nog mee?’ Jij moet in therapie, terwijl de ander rustig verder leeft.

Onder het kopje ‘Meer weten?’ vindt u meer hulpmiddelen:

  • een gesprekshandleiding bij een melding over grensoverschrijdend gedrag waar minderjarigen bij betrokken zijn;
  • een verwijzing naar het protocol dat beschrijft wat te doen bij seksueel misbruik van een gemeentelid door een ambtsdrager;
  • een handreiking 'do’s en don’ts in de communicatie' na een melding in de gemeente.