Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Zwolle: investeren in het gevoel van urgentie

Steeds een beetje minder doen? Dat wilde de Protestantse Gemeente Zwolle niet langer. Beter is het te investeren in het gevoel van urgentie voor verstrekkende maatregelen. Het leidde tot lastige gesprekken, maar ook tot grotere betrokkenheid en een hogere geefbereidheid.

Toen voormalig kerkenraadslid Henk van der Sar in 2014 voorzitter werd van het College van Kerkrentmeesters en lid van het moderamen van de Algemene Kerkenraad, was duidelijk dat de Protestantse Gemeente Zwolle afstevende op een steeds groter tekort. “De uitgaven waren structureel hoger dan de inkomsten. We realiseerden ons: je kunt beter investeren in het gevoel van urgentie voor verstrekkende maatregelen, dan steeds een beetje minder doen om de lieve vrede te bewaren.”

Om die urgentie duidelijk te maken, ontwikkelde het College een financiële meerjarenplanning waarin jaarlijks steeds vijf jaar vooruit werd gekeken. Zo werden de kosten van de pastorale formatie en het gebouwenbeheer inzichtelijk. Van der Sar: “We zagen dat het deel van de inkomsten dat kon worden besteed aan pastoraat zonder ingrijpen af zou nemen van 43 tot 33 procent. Dat inzicht was voor de Algemene Kerkenraad aanleiding om de projectgroep ‘Heilige Huisjes’ in te stellen. De opdracht was: kom met voorstellen waardoor we het percentage voor pastoraat op termijn naar minstens 50 procent kunnen brengen.”

Belangrijke basis

Dat enkele van de zes kerkgebouwen op termijn zouden moeten sluiten was duidelijk, maar dat werd niet als uitgangspunt van het proces genomen. Van der Sar: “We hebben eerst geïnvesteerd in inhoudelijke gesprekken. Gemeenteleden in alle wijken gevraagd: wat vindt u belangrijk als het gaat om de kerk? Dat leverde niet één gemeenschappelijk antwoord op, maar wél betrokkenheid en waardering voor elkaar. Dat was een belangrijke basis om later ook lastige discussies te kunnen voeren en moeilijke beslissingen te kunnen nemen.”

De projectgroep kwam uiteindelijk met het advies om drie clusters van twee wijkgemeenten te vormen, die zelf mogen bekijken hoe ze kunnen voldoen aan de randvoorwaarden van ‘50 procent pastoraat’ en het hebben van een adequaat kerkgebouw. Van der Sar: “Op termijn zal er waarschijnlijk één kerkgebouw per cluster zijn. Hierin kan dan duurzaam geïnvesteerd worden. Om dat proces de ruimte te geven, werd geadviseerd om de vier kosters te vervangen door vrijwilligers. Een heel pijnlijke beslissing, maar uiteindelijk konden we daar toch brede steun voor vinden.” 

Het project heeft nog een positief bij-effect gehad, ziet hij. “De geefbereidheid is gegroeid. Gemeenteleden realiseren zich: mijn bijdrage heeft rechtstreeks invloed op de toekomst van mijn eigen wijkgemeente.”