Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Rond de tafel voor een preekconsent

Kerkelijk werkers die willen preken, worden uitgenodigd voor een gesprek met de commissie preekconsenten. Zwaar gesprek? Nee, juist verhelderend, vindt P. Boomsma (commissie preekconsenten).

‘Ik vond het spannend, want een paar mensen hadden mij gezegd dat het een heel zwaar gesprek zou worden.’ Haar kerkenraad had een preekconsent aangevraagd, voor de eerste keer. Dat kon, omdat zij als kerkelijk werker een vast dienstverband had gekregen. Zij is afgestudeerd HBO-er en haar gemeente (of verpleeg- of verzorgingshuis) wil haar ook graag in een kerkdienst zien en horen.

Als dit het geval is – en de kerkenraad heeft de instemming van de classicale vergadering, die beoordeelt of het écht nodig is – komt het verzoek in Utrecht bij de commissie preekconsenten van de synode. Deze commissie formuleert een advies, nadat twee leden een ontmoeting hebben gehad met de aanvrager of aanvraagster. Tijdens dit collegiale en professionele gesprek wordt een door betrokkene ingeleverde orde van dienst, met preek, gebeden en liederen, besproken.

Zelden is dat een ‘zwaar’ gesprek. Soms wordt er zelfs enthousiast gereageerd, omdat men het als leerzaam ervaart, wanneer eigen materiaal door anderen wordt gewogen. Bijna altijd is er openheid om opbouwende, kritische opmerkingen, als leermomenten te ontvangen. Moeilijker wordt het pas wanneer de gesprekspartner meent in alles gelijk te hebben en het best mogelijke op tafel te hebben gelegd.

De criteria, welke de commissie hanteert bij de bespreking en beoordeling van een aanvraag, zijn in de loop der jaren geformuleerd. Natuurlijk zijn er allereerst de kerkordelijke regels, maar inhoudelijk, exegetisch, homiletisch en liturgisch, is de commissie toegegroeid naar een vraagstelling die, wat de eredienst betreft, kan worden omschreven als volgt:

  • De rol en plaats van de Bijbeltekst in de preek.
  • De rol en plaats van de hoorders in de preek.
  • De wijze waarop de persoon van de voorgang(st)er in de preek aanwezig is.
  • De relatie tussen de preek en de verdere orde van dienst.


Ten aanzien van de orde van dienst (vaak ‘liturgie’ genoemd) wordt bijvoorbeeld bekeken of deze op verantwoorde wijze is samengesteld. Niet alleen wat de vormgeving betreft, maar bijvoorbeeld ook met betrekking tot de gekozen liederen en gebeden. Uiteraard houdt de commissie hierbij rekening met de diversiteit binnen onze kerk.

Een enkele keer gebeurt het, dat er zoveel vragen blijven, dat wordt gevraagd om nogmaals materiaal op te sturen ter beoordeling. Meestal is dat niet nodig.

De commissie preekconsenten is bepaald geen ‘commissie van censuur’. Samen met hen voor wie een consent is aangevraagd, willen wij komen tot verhelderende en leerzame gesprekken. Dat een aantal kerkelijke werkers om welke reden dan ook voor blijft gaan zonder preekconsent, is dan ook jammer. Zowel voor henzelf als voor het geheel van de kerk.

P. Boomsma, voorzitter van de commissie preekconsenten vanwege de kleine synode

Lees meer over

Het thema Kerkelijk werker