Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Protocol jeugdactiviteiten in coronatijd

Het jeugdwerk in gemeenten mag vanaf 1 juli naast de online- en buitenactiviteiten ook weer reguliere binnenactiviteiten organiseren. Voor de binnenactiviteiten gelden de volgende basisregels. Er mogen bij een inloopactiviteit (dus zonder reservering) voor het jeugdwerk maximaal 100 deelnemers (exclusief mensen van de organisatie; predikant, jeugdwerker, etc) aanwezig zijn. Als je werkt met een reserveringssysteem én triage dan mogen meer dan 100 personen aanwezig zijn. Voor buitenactiviteiten ligt de grens op 250 deelnemers (exclusief mensen van de organisatie; predikant, jeugdwerker, etc) zonder reserveren en triage.

In dit protocol lees je hoe om te gaan met de coronamaatregelen voor verschillende leeftijdsgroepen. Het protocol is een aanvulling op het Protocol kerkdiensten en andere kerkelijke bijeenkomsten.

Oppasdienst: 0-4 jarigen

Breng- en haalmomenten, contact met ouders:

  • Organiseer de breng- en haalmomenten van kinderen zo dat het mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden tussen volwassenen. 
  • Laat kinderen door één volwassene brengen, dus zonder extra volwassenen of kinderen, die daar geen opvang gebruiken. 
  • Haal- en brengmomenten zijn kort. Informatie over een kind kan bijvoorbeeld via de digitale weg of telefonisch, om dit niet uitgebreid te hoeven bespreken tijdens het brengen en halen. 
  • Beperk het contact tussen kinderen uit verschillende groepen, tussen kinderen en ouders en tussen ouders onderling zoveel mogelijk. 
  • Denk hierbij aan: 
    • Spreiding in haal- en brengmomenten 
    • In etappes brengen van kinderen en/of maximum aantal ouders tegelijk naar binnen 
    • Het aanbrengen van lijnen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten. 
  • Denk er ook over na hoe de overdracht van het (jonge) kind van ouder naar de vrijwilliger kan plaatsvinden met inachtneming van de 1,5 meter afstand. Bijvoorbeeld door een ouder het kind in een Maxi-Cosi, in een wipstoeltje of op een speelkleed te laten zitten/neer te leggen en afstand te nemen zodat de vrijwilliger het kind kan oppakken. De emotionele veiligheid dient bovenal te worden gewaarborgd. Oudere kinderen kunnen bijvoorbeeld op het plein worden opgehaald.

Tijdens de opvang:

  • Tussen vrijwilligers en kinderen is het niet nodig om 1,5 meter afstand in acht te nemen. 
  • Jonge kinderen zijn vaak verkouden, daarom mogen kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool ook met een neusverkoudheid naar de oppasdienst.
  • Als een kind elk jaar hooikoorts heeft of chronisch verkouden is, dan is dit bekend bij de ouder(s) van het kind. Het kind mag dan gewoon naar oppasdienst. Neem bij twijfel contact op met de ouder(s).
  • Beperk het contact tussen kinderen uit verschillende groepen.
  • Zorg dat de binnen- en buitenruimte waar de opvang plaatsvindt het toelaat om 1,5 meter afstand te bewaren tussen volwassenen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de ruimte of door activiteiten in groepjes (onder begeleiding van 1 vrijwilliger) te doen.
  • Er mogen (zonder reserveren) vanaf 1 juli in het gebouw 100 mensen aanwezig zijn. Als er gebruik wordt gemaakt van een reserveringssysteem en triage mogen er meer dan 100 mensen aanwezig zijn. Dit gaat over alle deelnemers die in het kerkgebouw aanwezig zijn. Mensen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie, zoals jeugdleiders, kosters of predikanten vallen hier niet onder.

Kindernevendienst/Jeugdclub: 4-12 jarigen

Breng- en haalmomenten, contact met ouders:

  • Organiseer de breng- en haalmomenten van kinderen zo dat het mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden tussen volwassenen. 
  • Laat kinderen door één volwassene halen of brengen, dus zonder extra volwassenen of kinderen, die daar geen opvang gebruiken. 
  • Haal- en brengmomenten zijn kort. Informatie over een kind kan bijvoorbeeld via  de digitale weg of telefonisch om dit niet uitgebreid te hoeven bespreken tijdens het brengen en halen. 
  • Beperk het contact tussen kinderen uit verschillende groepen, tussen kinderen en volwassenen en tussen ouders onderling zoveel mogelijk. Denk hierbij aan: 
    • Spreiding in haal- en brengmomenten 
    • In etappes brengen van kinderen en/of maximum aantal ouders tegelijk naar binnen 
    • Het aanbrengen van lijnen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten 
    • Kinderen onder begeleiding van de vrijwilliger buiten laten ophalen 
    • Let op dat ouders (buiten) ook 1,5 meter afstand houden

Tijdens de activiteit:

  • Tussen vrijwilligers en kinderen moet zo veel mogelijk 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Jonge kinderen zijn vaak verkouden, daarom mogen kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool ook met een neusverkoudheid naar de kindernevendienst of bijeenkomst van de kinderclub.
  • Als een kind elk jaar hooikoorts heeft of chronisch verkouden is, dan is dit bekend bij de ouder(s) van het kind. Het kind mag dan gewoon naar kindernevendienst of bijeenkomst van de kinderclub. Neem bij twijfel contact op met de ouder(s).
  • De jeugdleiding hanteert looproutes, waar mogelijk eenrichtingsroutes. Dit betekent maatwerk voor iedere locatie.
  • Kinderen onder de 12 jaar mogen samen zingen. 
  • Zorg dat de binnen- en buitenruimte waar de opvang plaatsvindt het toelaat om 1,5 meter afstand te bewaren tussen volwassenen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de ruimte of door activiteiten in groepjes (onder begeleiding van 1 vrijwilliger) te doen.

 

Jeugdclubs, catechesegroepen : 12-17 jarigen

Breng- en haalmomenten, contact met ouders:

  • Laat indien mogelijk, de jongeren zelfstandig naar de activiteit komen
  • Organiseer de breng- en haalmomenten van jongeren zo dat het mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden tussen volwassenen. 
  • Laat indien noodzakelijk, jongeren door één volwassene halen of brengen, dus zonder extra volwassenen of kinderen. 
  • Haal- en brengmomenten zijn kort. Informatie over een jongere kan bijv. via de digitale weg of telefonisch om dit niet uitgebreid te hoeven bespreken tijdens het brengen en halen. 
  • Beperk het contact tussen jongeren uit verschillende groepen, tussen jongeren en volwassenen en tussen ouders onderling zoveel mogelijk. Denk hierbij aan: 
    • Spreiding in haal- en brengmomenten 
    • In etappes brengen van jongeren en/of maximum aantal ouders tegelijk
    • Het aanbrengen van lijnen (of andere afbakening) waarachter ouders (buiten) moeten wachten 
    • Let op dat ouders (buiten) ook 1,5 meter afstand houden

 Tijdens de activiteit:

  • Tussen vrijwilligers en jongeren moet onderling moet 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • De jongeren hoeven onderling geen afstand te houden.
  • Als een jongere elk jaar hooikoorts heeft of chronisch verkouden is, dan is dit bekend bij de ouder(s) van de jongere. De jongere mag dan gewoon deelnemen aan de georganiseerde activiteiten. Neem bij twijfel contact op met de ouder(s).
  • Openen, sluiten en andere momenten waarbij je dichter op elkaar staat, doe je nu ook met 1,5 meter afstand, of sla je over.
  • Bekijk de mogelijkheid om vriendjes en vriendinnetjes (niet-leden) deel te laten nemen.
  • Er mogen (zonder reserveren) vanaf 1 juli in het gebouw 100 mensen aanwezig zijn. Als er gebruik wordt gemaakt van een reserveringssysteem en triage mogen er meer dan 100 mensen aanwezig zijn. Dit gaat over alle deelnemers die in het gebouw aanwezig zijn. Mensen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie, zoals jeugdleiders, kosters of predikanten vallen hier niet onder.

Lees ook:

Jeugdwerk zomer 2020: Wat gaan we doen?

Protocol kerkdiensten en andere kerkelijke bijeenkomsten


Geactualiseerd d.d. 25 juni 2020