Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Pinksteren: 'Wat moeten wij doen?'

'Wat moeten wij doen?' vragen de mensen zich tijdens het eerste Pinksterfeest af. Die vraag is nog steeds actueel, schrijft preses ds. Saskia van Meggelen. "Door Pinksteren ben ik vrij om een nieuwe wending aan mijn leven te geven."

effect
Wat raakt mij aan dat eerste Pinksterfeest, toen daar in Jeruzalem? Ik zou kunnen zeggen: die bijzondere tekenen, die zich daar lieten zien: windgeruis en vurige tongen… Ik zou het talenwonder kunnen noemen: mensen van overal vandaan horen in hun eigen taal van de grote daden van God. Maar mij raakt niets zo diep als het effect dat de preek van Petrus op de eerste Pinksterdag heeft op de luisteraars. ‘Wat moeten wij doen?’ vragen ze zich – haast vertwijfeld – af!

wat moeten wij doen?
Een vraag die zoveel in zich bergt. Schrik, verlangen, gevoel van momentum.
Schrik als duidelijk wordt dat er in hun midden een Man onschuldig ter dood veroordeeld werd, een Man aan wie God nieuw leven gaf om het ongelijk te bevestigen, dat harde machten altijd winnen. Een Mens die verheven werd hoog boven allen, door God tot Heer en Messias aangesteld…
Verlangen, omdat ze ontdekken dat dit ingrijpen van God iets voor henzelf mag betekenen, dat ze erbij willen horen, bij die opwekkingsbeweging die hier en nu in deze Jezus begonnen is.
Gevoel van momentum, omdat het geen uitstel duldt. Hier en nu vraagt God iets van mij! ‘Wat moeten wij doen?’

vandaag
Wat raakt mij aan de beweging van de Geest in onze dagen? Ik zou kunnen zeggen: wat is het bemoedigend dat wereldwijd het christendom nog steeds groeit. Ik zou het élan kunnen noemen dat ik ons eigen land bespeur bij het ontstaan en vieren van pioniersplekken, ‘de Geest waait in de Protestantse Kerk’, hoorde ik onlangs zo’n pionier, buurtpastor zeggen. Maar mij raakt niets zo diep als het effect van het evangelie op mijzelf: wat staat mij te doen, als ik mijn leven in overeenstemming wil brengen met die bevrijdingsbeweging van de God van Israël in Jezus, zijn Zoon?

adoptiekind
Ik ben als buitenstaander niet van nature een kind van God, leer ik van Paulus, maar ik mag – geleid door de Geest – een kind van God worden. Een adoptiekind met gelijke rechten als die ware Zoon van God: Jezus Messias!

wat moet ik doen?
Pinksteren brengt ook bij mij een moment van schrik, een verlangen en een gevoel van urgentie.
Schrik omdat ik ontdek dat mijn leven op zoveel vlakken helemaal niet beantwoordt aan Gods bedoelingen. Ik die afhankelijk ben van de mening van anderen. Ik die me uitentreuren probeer te bewijzen, de lat zó hoog leg, dat ik presteren móét, gelukkig zijn móét, dat ik alle ballen van het leven maar in de lucht moet zien te houden.
Maar ook het verlangen, het verlangen om te veranderen. Om te leven zoals ik door God bedoeld ben, als een vrij en blij mens, zonder angst voor een oordeel van (W)wie dan ook, inclusief mezelf.
En het gevoel van momentum: waarom niet nu? Hier, op dit moment? Omdat ik het nu nodig heb, omdat het zich nu aandient, omdat God het mij nu wil geven… Zo maak ik door Pinksteren pas op de plaats, ik laat los, ik keer mij om, ik ben zo vrij om een nieuwe wending aan mijn leven te geven.

Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn.
Romeinen 8: 14-15a

Als je de Geest krijgt komt het op gang: net als met Pinksteren komt het op gang!

Schep God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij.
Dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt,
en ga de weg die U behaagt.
Lied 834: 2

ds. Saskia van Meggelen
Preses Generale Synode Protestantse Kerk

Lees meer over

Het thema Synode