Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Overkomst predikanten versoepeld

De generale synode heeft besloten dat het mogelijk wordt dat predikanten of geestelijken uit een ander kerkgenootschap na toelating meteen beroepbaar predikant worden met de daarbij behorende bevoegdheden. Dat is een wijziging van ordinantie 13-17 uit de kerkorde.

Tot nu toe waren predikanten die overkwamen van andere kerken slechts bevoegd om ‘als proponent te staan naar het ambt van predikant’ (ord. 13-17-7). Dat impliceert dat zij wel bevoegd zijn om ‘een kerkdienst te leiden en om hulpdiensten te verrichten in een gemeente’ (ord. 13-17-8), maar niet bevoegd zijn tot ‘de bediening van doop en avondmaal, het afnemen van de belijdenis van het geloof, de bevestiging van ambtsdragers en het leiden van trouwdiensten en het uitspreken van de zegen’ (ord. 5-5-2).

Het is vanzelfsprekend dat iemand die net de predikantsopleiding heeft afgerond deze bevoegdheden pas verkrijgt met de bevestiging in het ambt van predikant. Maar voor predikanten die deze bevoegdheden gedurende enige tijd hebben uitgeoefend in de kerk waaruit zij zijn overgekomen kwam het vreemd over dat zij op dit punt kerkordelijk gelijkgesteld werden met proponenten. Vandaar dat het generaal college voor de toelating de bevoegdheid krijgt betrokkene de status van beroepbaar predikant te verlenen.

Diaken J. Bas (classis Alblasserdam) vroeg zich af hoeveel predikanten en geestelijken gemiddeld per jaar overkomen naar de Protestantse Kerk. Prof. dr. L. Koffeman van het Generaal College van de Kerkorde gaf aan dat het zo'n zes keer per jaar voorkomt.

De nieuwe regeling geldt voor predikanten en geestelijken uit een ander kerkgenootschap zowel binnen als buiten Nederland. 

Lees meer over

Het thema Synode