Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Er zijn voor 75-plussers

Het ouderenwerk in Protestants Dronten loopt gesmeerd. Hoe hebben zij dat zo georganiseerd?

Meer dan eens krijgen coördinator Evert Jan Morren en pastoraal werker Gert den Boef vanuit gemeenten in de omgeving het verzoek om wat meer te vertellen over ‘hun’ ouderenbezoekwerk. Hoe hebben ze het georganiseerd en lukt het om voldoende vrijwilligers in te schakelen?

Protestants Dronten telt zo’n 4000 ingeschrevenen. Voor de 650 75-plussers in de gemeente zijn 83 bezoekers beschikbaar. Meestal hebben die acht à tien adressen ‘onder hun hoede’. De ouderen krijgen zo vaak bezoek als ze op prijs stellen. “In elk geval bij verjaardagen”, aldus Morren. “Dan wordt een kleine attentie meegenomen, een bloemetje meestal. Ook rond huwelijksjubilea of een overlijden worden bezoeken afgelegd. En iedere oudere ontvangt een uitnodiging voor de kerst- en paasmiddagen.”

Niet elke oudere zit op bezoek te wachten, zegt Den Boef. “Veel 75-jarigen van nu voelen zich een stuk jonger dan 75-jarigen van 20 jaar geleden. Wel koppelen we iedereen aan een ouderenbezoeker. Het lijntje houden we intact. De situatie kan veranderen, waardoor er opeens wel behoefte aan een gesprek is.” Morren: “Vrijwel niemand van de 75-plussers wenst helemaal geen contact met de kerk. Waarschijnlijk is de groep die dat afwijst er in een eerder stadium, onder andere via Kerkbalans, al uitgefilterd. Wat meespeelt is de laatste levensfase: de toenemende confrontatie met ziekte en het naderende levenseinde.” Den Boef: “Opeens willen mensen die voor hun 75ste niet zoveel met de kerk hadden, weer minimaal contact. Zeker bij ziekte of overlijden vinden ze het toch heel fijn dat er iemand van de kerk op bezoek komt.”

Boekje 

“Er zijn voor de 75-plusser” is volgens Den Boef de taak van het ouderenbezoekwerk. “Een bezoekje, een gesprekje. Dat hoeft niet aan de oppervlakte te blijven. We komen per slotte niet van de voetbalvereniging, maar namens de kerk. Ontmoeting is de hoofdzaak, even een kopje koffie komen drinken. Des te ouder mensen zijn, des te meer ze het bezoek meestal waarderen. De eenzaamheid wordt groter, mensen om hen heen vallen weg. Met de dame of heer die hen vaak al jaren bezoekt, kunnen ze hun verdriet delen dat er weer een broer is overleden en dat ze als enige over zijn van een gezin van twaalf.”

Het coördinatieteam heeft een boekje met bijbelteksten en gedichten samengesteld, dat de bezoekers behulpzaam kan zijn, bijvoorbeeld om een bezoek mee af te sluiten. “Gaat het gesprek wat dieper, dan kan eventueel de pastoraal werker of iemand anders van het pastoresteam het overnemen. Het verschilt per bezoeker hoe ver men gaat.” 90-plussers krijgen overigens ook verjaardagsvisite van een predikant.

In het geval van overlijden wordt de ouderenbezoeker meestal gevraagd ‘ouderling van dienst’ te zijn bij de uitvaart. Morren: “Bezoekers komen soms al 20 of 30 jaar bij een oudere, die hebben een hele band met hem of haar opgebouwd. In een ziekteproces was er mogelijk ook contact met de familie. Onze gemeente heeft ouderlingen voor het (crisis)pastoraat, de wijkouderlingen van weleer kennen we niet meer. De familie waardeert het doorgaans als bij de uitvaart iemand aanwezig is die bekend was met de overledene.”

Wachtlijstje 

Het ouderenbezoekteam blijft op sterkte. “Daar hoeven we geen moeite voor te doen”, zegt Den Boef. “Elk jaar zijn er bij de kennismaking met de nieuw-ingekomenen wel een paar jongeren die iets willen doen in de kerk en het heerlijk vinden om een stuk of tien adressen te hebben waar ze met bepaalde regelmaat even naar toe gaan. We hebben zelfs bijna een wachtlijstje. Ook mannen doen mee, steeds meer. Zeker tien, op dit moment.”

De ene bezoekwerker is de andere niet, weet ook Den Boef. “Dronten is een dorp, we kennen de meeste mensen wel. Als iemand zich aanmeldt voor het bezoekwerk, bespreken we dat in het coördinatieteam: Bij wie kan hij of zij op bezoek, waar gaat dit klikken? De bezoekers zijn niet geografisch ingedeeld. Sommigen bezoeken heel Dronten door. Iemand die naar het verzorgingshuis verhuist, houdt dan ook de vertrouwde bezoeker.”

Begeleiding 

Geregeld krijgen de bezoekers instructie, over de praktijk van het bezoekwerk, maar ook over een onderwerp als dementie (‘Hoe signaleer je het, hoe ga je er mee om?’). Maandelijks is er – wegens de omvang in twee groepen - een bijeenkomst van maximaal anderhalf uur, om ervaringen uit te wisselen, maar ook voor de gezelligheid. En er worden kaarten geschreven naar zieken en gemeenteleden die een schouderklopje nodig hebben. Met alle namen van de aanwezigen erop. Den Boef: “Laatst was ik bij een mevrouw die heel eenzaam is. Ze liet me ‘onze kaart’ zien. Die had ze op een kastje staan, zo blij was ze met dat enige contact dat ze blijkbaar nog had.”

De ouderenbezoekers hebben ook een signaalfunctie. Als ze bijvoorbeeld merken dat de bezochte oudere het financieel moeilijk heeft of vervoershulp nodig heeft om naar kerk of ziekenhuis te kunnen gaan, geven ze dat door aan de diaconie. “Daarom zitten er in het coördinatieteam ook twee diakenen”, aldus Morren. Nieuwe ouderenbezoekers leggen in de maandelijkse vergadering de belofte van geheimhouding af ten overstaan van iedereen. “Dat doen we niet in een kerkdienst, dat vinden de meesten te beladen”, zegt Morren. Den Boef: “Soms krijgen bezoekers wel heel veel te horen. De bezochte moet weten dat het vertelde binnen de vier muren blijft. Daar wordt in het gesprek wel eens aan gerefereerd: Ik kan dat tegen jou wel zeggen, want je hebt die belofte afgelegd.”

>Jan Kas, freelance journalist (Bron: Kerkinformatie nr. 245, maart 2016)