Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Dopen moet je leren

In de kapel van Nieuw Hydepark oefenen kerkelijk werkers het dopen op pop Nigel Theodorus.

“Denk er om”, corrigeert de docent . "Het sacrament van de doop is een ‘zichtbaar teken’. Sta niet met je rug half naar een deel van de gemeente toe. Zorg er daarom voor dat de doop voor iedereen te zien is.” 

Kerkelijk werkers kunnen voorgaan in  kerkdiensten voorgaan, onder voorwaarde dat daarvoor een speciale training volgen.  ‘Voorgaan in kerkdienst is veel meer dan alleen preken’ Een groot rijbewijs heeft ds. Peter Hoogstrate niet. “Met een vrachtwagen mag ik daarom de weg niet op.
Zo is het ook met kerkelijk werkers. Die hebben nooit geleerd hoe ze een preek moeten maken of een kerkdienst moeten leiden. Vaak zeggen ze ook zelf dat ze daarin tekort komen. Vakken als liturgiek en preekkunde hadden ze in hun hbo-opleiding niet of nauwelijks. Kerkenraden moeten dan ook geen mensen ‘zonder rijbewijs laten rijden’, dus onbevoegd laten voorgaan, daar komen ongelukken van.”

Een kerkdienst leiden is meer  dan preken

Hoogstrate, emeritus dominee in Ermelo, is voorzitter van de synodale commissie preekconsenten. Samen met dr. Rein Bos, predikant in Putten, verzorgt hij de training ‘Aanvullende homiletische en liturgische vorming’ voor kerkelijk werkers. Een certificaat daarvan is een vereiste voor eventuele toestemming om in erediensten voor te gaan. In kerkelijke terminologie: preekconsent. Hoogstrate: “De kerkorde spreekt van de bevoegdheid om voor te gaan in de dienst des Woords. Een kerkdienst leiden is immers veel meer dan preken, alleen al in minuten. De cursisten vinden bidden of omgaan met kinderen in de dienst vaak ook veel moeilijker.”

Pastoraat als opstap voor preken

Tot voor kort moest sprake zijn van ‘roostertechnische noodzaak’, wilde een kerkelijk werker preekconsent krijgen. “Als er niet genoeg dominees zijn om het preekrooster voor alle diensten ingevuld te krijgen.” Het moderamen van de synode bepaalde onlangs dat ook ‘pastorale noodzaak’ aanleiding kan zijn voor een preekconsent. “Een kerkenraad kan daar bij de classis voor zijn kerkelijk werker om verzoeken als het gewenst wordt geacht dat hij of zij, die veel in de gemeente doet in het pastoraat, de catechese of de gemeenteopbouw, daarom ook af en toe ‘s zondags voorgaat.”

Preekconsent gebonden aan gemeente

Een preekconsent, dat de eerste keer voor twee jaar en vervolgens indien gewenst steeds voor vier jaar wordt verleend, geldt in principe alleen voor de gemeente waaraan de kerkelijk werker is verbonden. Classes met niet al te veel dominees stemmen nogal eens in met een consent voor de hele classis, aldus Hoogstrate. “In advertenties in Kerkinformatie vragen kerkenraden echter om een kerkelijk werker in het bezit van een preekconsent. Dat kan niet. Als een kerkelijk werker van A naar B gaat, vervalt dat consent. Bedoeld wordt wellicht iemand met ervaring in het voorgaan in kerkdiensten. Een preekconsent is gebonden aan een werkplek.”

Goed preken is helemaal niet makkelijk

De commissie preekconsenten vindt het belangrijk dat voorgangers in erediensten bevoegd zijn, dat de orde van dienst klopt, dat de preek een echte preek is en dat de tekstuitleg naar behoren is. “De verschillende gebeden moeten niet door elkaar gehaspeld worden. Het is ook niet de bedoeling dat in het gebed de preek herhaald wordt. En goed preken is helemaal niet makkelijk. Dat is niet het navertellen van het bijbelverhaal met een moralistische spits en dan ‘amen’. Ook moet in de dienst iets van persoonlijke doorleving doorklinken, zodat de gemeente merkt dat je er met je hart, met je emotie bij betrokken bent. Je werkt niet even een boodschappenlijstje af.”

Oefenen in doop en avondmaal

Ook doop en avondmaal worden in de training besproken en geoefend, al zullen lang niet alle kerkelijk werkers met preekconsent ooit de sacramenten bedienen. Hoogstrate: “Dat dacht een oud-cursiste ook. Ze is pastor in een verpleeghuis. Dat heeft niet eens een doopvont en avondmaal wordt daar nooit gevierd. Met het volgen van de training kreeg ze toch een aantekening voor de sacramenten en wie schetst haar verbazing? Een maand later vroeg een bewoonster met wie ze goed contact had, om gedoopt te worden en belijdenis te mogen doen. Wat was zij blij dat ze die aantekening had.”

Jan Kas, freelance journalist, in Kerkinformatie nr. 249  (juli-augustus 2016)

>Lees meer over preekconsenten bij www.protestantsekerk.nl/actief in de kerk/besturen

 

Lees meer over

Het thema Synode