Vragen en antwoorden Kerk2025

Vragen en antwoorden

  1. Wat is Kerk 2025
  2. Hoe is Kerk 2025 tot stand gekomen?
  3. Hoe verloopt het kerkordetraject?
  4. Is het huidige tempo van het proces niet te hoog? Is er ruimte voor uitstel?
  5. Hoe verloopt de verkiezing van de leden van de classicale vergadering? Kan de verkiezing gekoppeld worden aan de ringen? Hetzij met kieslijsten per ring hetzij door roulatie over kerkenraden?
  6. Hoe weet de classicale vergadering wat er in de gemeenten leeft, als niet alle kerkenraden direct vertegenwoordigd zijn. Hoe verloopt de communicatie over en weer?
  7. Wie is verantwoordelijk voor de organisatie van de ringen en de ontmoeting van gemeenten? Wat is de rol van de visitator, de classispredikant, de werkgemeenschap, de classicale vergadering, de kerkenraden. Wie doet wat?
  8. Is het takenpakket niet te groot?
  9. Wat is nu precies de bevoegdheid? Wat houden de voorlopige maatregelen wel resp. niet in? Kan de classispredikant maatregelen opleggen zonder overleg met een gemeente? Is er voldoende controle en mogelijkheden tot correctie?
  10. Kan men bezwaar maken tegen een voorlopige maatregel van de classispredikant?
  11. Waarom is gekozen voor de classispredikant als voorzitter? De generale synode kent een scriba. En de Lutherse Synode heeft naast een president ook een voorzitter.
  12. Is de invulling van de functie niet teveel die van een manager met vergaande bevoegdheden?
  13. Kan er bij een bezoek aan een kerkenraad iemand meegaan, bv.een visitator?
  14. Hoeveel gaat dit alles (meer) kosten?

Kerk 2025 algemeen

1. Wat is Kerk 2025?

Kerk 2025 is het beleidsplan van de generale synode voor de Protestantse Kerk in de komende tien jaar. Daarin worden de beleidslijnen uit de laatste visienota 'De hartslag van het leven' (2012) verder doorgetrokken. De kern van Kerk 2025 kan worden samengevat in de woorden ‘terug naar de kern’ (back to basic). In een krimpende kerk, komt het aan op een krachtige concentratie op de kernen van kerk-zijn en het overboord gooien van bestuurlijke ballast die ons hindert om de vreugde van het evangelie te ervaren en met anderen te delen. De organisatorische vereenvoudiging die daarmee gepaard zal gaan, moet daarom gericht zijn op transparantie (tot op de kern van kerk-zijn), eenvoud en ruimte. Kort gezegd: van vergaderen naar ontmoeten.

2. Hoe is Kerk 2025 tot stand gekomen?

Het initiatief hiertoe werd in de zomer van 2014 genomen door het moderamen van de generale synode. Gedurende een jaar werden tientallen gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van gemeenten, kerkenraden, brede moderamina van classicale vergaderingen, regionale en landelijke colleges en de dienstenorganisatie. Ook werden jongeren, (theologische) wetenschappers en leidende figuren uit het bedrijfsleven geconsulteerd. Centraal stond daarbij de vraag hoe wij de Protestantse Kerk van de toekomst zien en wat daarvoor nodig is. Tweemaal discussieerde de synode over tussenrapportages van het moderamen. In het voorjaar van 2015 werd een landelijke enquête gehouden over de vraagstelling van Kerk 2025, waarop meer dan 18.000 personen hebben gereageerd. Dit proces resulteerde in de bespreking en unanieme aanvaarding door de generale synode van de nota 'Kerk 2025 – Waar een Woord is, is een weg' in november 2015. In klankbordgroepen van deskundige kerkleden en synodeafgevaardigden werden de daarin beschreven vijf beleidsthema’s voor de kerkordelijke herinrichting nader uitgewerkt.

Deze thema’s zijn:

  • kerk zijn met elkaar,
  • kerkelijke presentie,
  • predikant en mobiliteit,
  • vereenvoudiging van de kerkordelijke regelgeving en het beheer
  • kerkelijke rechtspraak.

Het resultaat daarvan werd beschreven in de vervolgnota 'Kerk 2025: een stap verder' die in april 2016 door de synode wederom unaniem werd aanvaard. Vervolgens is gewerkt aan de kerkordelijke vertaling van de beleidsbeslissingen rond de thema’s, met uitzondering van het thema mobiliteit. Het moderamen werd opgedragen hierover met een nieuw besluitvoorstel te komen, in samenspraak met alle betrokken partijen, gehoord de discussie in de synode.

Gedurende dit proces zijn leden van het moderamen het land in gegaan om op gemeenteavonden en classicale vergaderingen Kerk 2025 toe te lichten.

3. Hoe verloopt het kerkordetraject?

De vijf thema’s (zie vraag 2) worden in delen besproken.

Kerk zijn met elkaar & Kerkelijke presentie
In november 2016 werd het eerste deel van de kerkordelijke voorstellen als gevolg van Kerk 2025 door de generale synode behandeld en vastgesteld. Dit betrof de thema’s 'kerk zijn met elkaar' (de vorming van 11 classes en de classispredikant) en de kerkelijke presentie (vormen van gemeente-zijn, samenwerking, nieuwe gemeenten, opheffing van gemeenten). Deze z.g. eerste lezing werd vervolgens ter consideratie (bespreking en becommentariëring) voorgelegd aan de (wijk)kerkenraden en de classicale vergaderingen. Uiterlijk op 1 mei 2017 moeten de consideraties zijn ingezonden aan de generale synode. Op 22 september 2017 zal de generale synode de voorstellen in tweede lezing behandelen, gehoord de consideraties.

Vereenvoudiging van kerkordelijke regelgeving, het beheer en kerkelijke rechtspraak
Het tweede deel van de kerkordelijke voorstellen zal in eerste lezing worden behandeld door de generale synode op 20 en 21 april 2017. Dit betreft het thema's: vereenvoudiging van kerkordelijke regelgeving, het beheer en kerkelijke rechtspraak. Dit pakket zal weer ter consideratie worden voorgelegd aan de kerkenraden en classicale vergaderingen.

Predikant en mobiliteit
In dezelfde vergadering zal de generale synode spreken over de nieuwe beleidsvoorstellen rond het thema 'mobiliteit', op basis van een vervolgrapport ‘Naar een cultuur van mobiliteit’. De kerkordelijke vormgeving daarvan staat gepland voor de synodevergadering van november 2017.

Het tijdpad

4. Is het huidige tempo van het proces niet te hoog? Is er ruimte voor uitstel?

Voor een strakke planning is gekozen om de kerk niet langer dan nodig is te belasten met de herstructurering van de kerkelijke organisatie. Ook moest voorkomen worden dat oude structuren voortijdig zouden doodbloeden.

In het voorjaar van 2017 werd in de classes gesignaleerd dat men voor de consideraties van deel II in de zomer van 2017 te weinig tijd had gekregen voor een goede beoordeling van de voorstellen. Dit heeft het moderamen doen besluiten tot aanpassing van de oorspronkelijke planning. De classes kregen 6 weken meer tijd voor hun consideraties over deel II in het najaar van 2017 (15 november in plaats van 1 oktober). In een extra ingelaste synodevergadering op 9 maart 2018 zullen de voorstellen van deel II in tweede lezing worden behandeld. De invoeringsdatum van de nieuwe kerkordelijke bepalingen en de nieuwe classisindeling werden uitgesteld tot 1 mei 2018. De generale synode in nieuwe samenstelling treedt aan per 1 januari 2019.

Een en ander houdt in dat de classicale vergaderingen (huidige samenstelling) en hun colleges in functie blijven tot 1 mei 2018, volgens regels gesteld in de overgangsbepalingen. Dit maakt tevens mogelijk dat de classicale vergaderingen (huidige samenstelling) hun consideraties kunnen inzenden over de kerkordevoorstellen over het thema ‘mobiliteit’ die in november 2017 werden vastgesteld. Sommige classicale vergaderingen hebben hierop aangedrongen.

De classicale vergadering

5. Hoe verloopt de verkiezing van de leden van de classicale vergadering? Kan de verkiezing gekoppeld worden aan de ringen? Hetzij met kieslijsten per ring hetzij door roulatie over kerkenraden.

De synode heeft op 22 september 2017 de generale regeling voor de verkiezing van leden van de classicale vergadering vastgesteld. De kern van de regeling is dat de verkiezing geschiedt door de kerkenraden van een ring uit kandidaten die door de kerkenraden worden voorgedragen. Uit elke ring worden één of meer leden gekozen, naar een door de classicale vergadering vast te stellen verdeling. Bij de kandidaatstelling kan rekening worden gehouden met spreiding in de afvaardiging over ambt, modaliteit, geslacht en leeftijd. De kerkenraden brengen schriftelijk hun stem uit. Indien de kerkenraden van een ring dat aangeven, geschiedt de verkiezing in een vergadering van ambtsdragers van de ring die wordt belegd door het breed moderamen van de classicale vergadering.

6. Hoe weet de classicale vergadering wat er in de gemeenten leeft, als niet alle kerkenraden direct vertegenwoordigd zijn. Hoe verloopt de communicatie over en weer?

Tijdens de behandeling van de wijziging van de classicale structuur (deel I van het kerkordetraject) op 22 september 2018 bleek dat veel gemeenten en classicale vergaderingen zich zorgen maakten over de grotere afstand tussen gemeenten en classicale vergaderingen, als niet alle gemeenten meer hun afgevaardigde(n) sturen naar de classicale vergadering. De generale synode heeft op voorstel van het generale college extra zekeringen aangebracht in de kerkorde om een goede communicatie tussen gemeenten en classicale vergadering te waarborgen. Bij het considereren over vragen van belijden en kerkorde nodigt de classicale vergaderingen de kerkenraden uit om een ambtsdrager te zenden die met adviserende stem aan de vergadering daarover kan deelnemen. Voorts kan de classicale vergadering een adviserende bijeenkomst van ambtsdragers in de classis bijeenroepen wanneer belangrijke vraagstukken aan de orde zijn. Een dergelijke bijeenkomst kan ook in de ring worden gehouden. Dat laatste gebeurt in elk geval indien 5 (wijk)kerkenraden de classicale vergadering daarom verzoeken.

De classicale vergadering kan verder zelf nader bepalen hoe de communicatie met de kerkenraden over en weer verloopt. Voor de hand ligt dat de leden van de classicale vergadering geregeld contact hebben met de kerkenraden uit de ring, waaruit zij afkomstig zijn. Dit kan worden gecombineerd met de gelegenheden waarop de gemeenten binnen een ring elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Vanuit het moderamen van de classicale vergadering kan deze communicatie bijvoorbeeld worden ondersteund door middel van een website, zoals nu ook in de meeste classes het geval is. De dienstenorganisatie kan hierbij faciliterend optreden. Omgekeerd kunnen kerkenraden via hun afgevaardigden en de eventuele website hun signalen en vragen inbrengen. De geregelde contacten van de classispredikant met de kerkenraden en de incidentele ontmoetingen van het moderamen met kerkenraden rond bestuurlijke vraagstukken dragen bij aan kennis over en weer. Ook vanuit de classicale colleges voor visitatie en behandeling beheerszaken zal informatie vanuit gemeenten worden gedeeld met de classicale vergadering en omgekeerd.

Ook de classicale afgevaardigden naar de generale synode zullen naar verwachting rond synodevergaderingen ook buiten de classicale vergadering van zich laten horen en op ringbijeenkomsten informatie geven over wat er in de synode leeft en zo voeling houden met het grondvlak. Er zijn volop mogelijkheden om het kerk-zijn met elkaar in de classis gestalte te geven en de afstand tussen classis en gemeenten te verkleinen. Het verschil is dat er meer vrijheid komt om dit zelf in te vullen.

De ringen

7. Wie is verantwoordelijk voor de organisatie van de ringen en de ontmoeting van gemeenten? Wat is de rol van de visitator, de classispredikant, de werkgemeenschap, de classicale vergadering, de kerkenraden. Wie doet wat?

De ringen zijn door het college voor de kerkorde geïntroduceerd als een lichte hulpstructuur voor de organisatie van de ontmoeting van de gemeenten. Het college achtte het niet doenlijk voor de visitatoren om de organisatie van de ontmoetingen op zich te nemen, zoals door Kerk 2025 werd voorgesteld. Elke gemeente wordt dus door de classicale vergadering ingedeeld in een ring. Gemeenten kunnen in principe ook zelf aangeven tot welke ring zij willen behoren.

Binnen deze ring zal de ontmoeting van gemeenten en de onderlinge samenwerking vorm moeten krijgen. De werkgemeenschap van predikanten, die naar verwachting samenvalt met de ring, krijgt volgens de kerkorde de nieuwe taak om bij te dragen aan de ontmoeting van gemeenten binnen hun ring. De invulling en organisatie van de ontmoeting binnen de ring wordt verder aan de kerkenraden en werkgemeenschap overgelaten. Het ligt voor de hand dat zij gezamenlijk een regeling vaststellen voor de werkzaamheden die daarmee gemoeid zijn. Daarvoor kan een model regeling beschikbaar worden gesteld.

De taak van de visitatoren ten aanzien van de ontmoeting van gemeenten wordt getypeerd met ‘bevorderen’. In de praktijk zal dat betekenen dat de visitatoren hulp en advies geven aan de ringen en werkgemeenschappen bij het vormgeven van de ontmoeting of daaraan zelf een inhoudelijke bijdrage leveren. Zo nodig zal de visitatie de ring en werkgemeenschappen op hun verantwoordelijkheid wijzen, indien zij het organiseren van de ontmoeting te lichtvaardig opvatten. De ontmoeting van gemeenten is een onmisbaar element in een presbyteriaal-synodale kerk als de onze. Daarom wordt deze bij kerkorde geregeld.

Bij de inwerkingtreden van de nieuwe regelgeving (streefdatum 1 mei 2018) wordt elke huidige classis vanaf die datum geacht een ring van gemeenten te zijn. Op die manier kan de ontmoeting zoals die nu binnen een classis gebruikelijk was, ongehinderd voortgang vinden. In overleg met de classicale vergadering kan op enig moment daarna tot een herindeling van ringen worden overgegaan.

De rol van de classispredikant bij de ontmoeting van gemeenten laat zich het best omschrijven als inspirator en aanjager van het kerkelijk gesprek. Daarmee wordt inhoud gegeven aan de taak van de classicale vergadering om de ontmoeting van de gemeenten te bevorderen. Deze rol vervult de classispredikant in nauwe samenwerking met de voorzitter van de visitatie.

Samengevat:

  • De ring van gemeenten (kerkenraden) en de werkgemeenschappen organiseren de ontmoeting
  • De visitatoren bevorderen de ontmoeting van gemeenten en bewaken de kwaliteit ervan
  • De classispredikant fungeert als inspirator en aanjager van de ontmoeting, in samenwerking met de voorzitter van de visitatie.

De classispredikant

8. Is het takenpakket niet te groot?

Een gemiddelde werkweek zou er als volgt uit kunnen zien:

Deze betreft allereerst de hoofdtaak, het in de regel eens per vier jaar bezoeken van de gemeenten, predikanten en kerkelijk werkers met een vaste aanstelling. Verwacht wordt dat eens per week een dergelijk werkbezoek kan worden gebracht, waarbij de verschillende doelgroepen op dezelfde dag kunnen worden bereikt, zoals nu ook het geval is bij een reguliere visitatie. Minimaal 40 bezoeken per jaar moeten zo mogelijk zijn. Voor sommige classes zal eens per vier jaar niet mogelijk zijn, gezien de aantallen binnen de voorgestelde indeling. Daarom 'in de regel'. Eventueel kan de classicale indeling nog worden bijgesteld.

Daarnaast zijn er bestuurlijke taken betreffende ambtsdragers of gemeenten die namens de classicale vergadering moeten worden uitgevoerd. Hierbij gaat het om incidentele gevallen, die vanwege de complexiteit soms tijdrovend kunnen zijn. Daarvoor zou 1 ½ tot 2 werkdagen gerekend kunnen worden. Eén dag kan worden besteed aan intern vergaderwerk en de voorbereiding daarvan. Resteert één dag over voor correspondentie, bezinning en collegiale contacten.

Veel zal daarbij afhangen van de medewerking van de leden van het moderamen en de classicale vergadering. Denkbaar is dat er binnen de classicale vergadering werkgroepen of commissies worden gevormd die de voorbereiding en uitvoering van bepaalde kerkordelijke taken mede voor hun rekening nemen. Ook kan een scriba, bijgestaan door één of meer vrijwilligers, werk uit handen nemen.

Belangrijk is om de focus van Kerk 2025 voor de functie van classispredikant scherp te houden. Prioriteit ligt in het gestalte geven aan de ‘episkopè’: de dienst van de bemoediging en het telkens opnieuw herinneren aan het wezen van kerk: het evangelie, de gemeenschap, het diaconaat en de roeping/zending van de kerk.

9. Wat zijn nu precies de bevoegdheden? Wat houden de voorlopige maatregelen wel resp. niet in? Kan de classispredikant maatregelen opleggen zonder overleg met een gemeente? Is er voldoende controle en mogelijkheden tot correctie?

De bevoegdheid van de classispredikant om in spoedeisende gevallen voorlopige besluiten te nemen bevindt zich uitsluitend en alleen binnen het kader van de kerkordelijke bevoegdheden van het breed moderamen van de classicale vergadering om maatregelen te nemen. Het betreft het nemen van ordemaatregelen ten opzichte van ambtsdragers, het in gang zetten van procedures (bv. visitatie inschakelen) en regie voeren. Daarbij pleegt de classispredikant hoor en wederhoor en zo mogelijk vooraf overleg met de voorzitter van de visitatie of met de president van de evangelisch-lutherse synode.

Bij wijze van voorbeeld: Waar het breed moderamen van de classicale vergadering volgens ord. 3-19 bevoegd is een predikant tijdelijk vrij te stellen van werkzaamheden, is de classispredikant in spoedeisende gevallen bevoegd daartoe alvast besluiten. Het kan zijn dat de vrijstelling snel moet worden verleend om escalatie tegen te gaan. Het gaat hier om een voorlopig besluit die ten hoogste twee maanden van kracht blijft. De classispredikant dient van deze beslissing direct het breed moderamen van de classicale vergadering in te lichten. Binnen de periode van twee maanden moet het moderamen van de classicale vergadering beslissen of de maatregel definitief wordt dan wel een andere beslissing nodig is. De classispredikant kan dus nooit een besluit ten opzichte van een kerkenraad of een ambtsdrager nemen, waartoe het breed moderamen van de classicale vergadering zelf niet bevoegd is.

Het breed moderamen van de classicale vergadering ziet toe op de voorlopige besluiten die de classispredikant neemt. De classispredikant heeft een strikte informatieplicht ten opzichte van dat moderamen. Het breed moderamen kan de classispredikant zo nodig corrigeren in zijn uiteindelijke beslissing.

10. Kan men bezwaar maken tegen een voorlopige maatregel van de classispredikant?

Indien men het oneens is met een voorlopige maatregel van de classispredikant, kan men bezwaar aantekenen bij het breed moderamen van de classicale vergadering. Dat kan het ingebrachte bezwaar wegen bij de binnen de termijn van twee maanden te nemen definitieve beslissing over de voorlopige besluit. Tegen een definitieve beslissing van het breed moderamen van de classicale vergadering is -naast een verzoek om revisie door het breed moderamen- beroep mogelijk op het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen. Of bezwaren en geschillen een bezwaar tegen de voorlopige maatregel behandelt zal er waarschijnlijk mede van afhangen hoe snel het moderamen het definitieve besluit neemt.

11. Waarom is gekozen voor de classispredikant als voorzitter? De generale synode kent een scriba. En de Lutherse Synode heeft naast een president ook een voorzitter.

Voor de classispredikant als voorzitter is aanvankelijk gekozen vanwege de nadruk op het aspect van geestelijk leiderschap. De voorzitter wordt, zeker door de buitenwacht, gezien als het natuurlijke gezicht en boegbeeld van de classis, meer nog dan een scriba of secretaris. En waar Kerk 2025 de omslag wil maken van besturen en vergaderen naar meer ruimte voor kerk-zijn, doet de functie van secretaris of scriba te bestuurlijk en bureaucratisch aan. In de behandeling van de kerkordelijke voorstellen deel I is op grond van de consideraties deze verplichte koppeling losgelaten. Daarvoor in de plaats is nu bepaald dat de classispredikant in elk geval stemhebbend lid is van het moderamen. Of de classispredikant ook voorzitter is, is aan de classicale vergadering om te bepalen. Wel is blijven staan dat de classispredikant het gezicht van de classis in en buiten de kerk en dus alle ruimte moet krijgen om het geestelijk leiderschap gestalte te geven.

12. Is de invulling van de functie niet teveel die van een manager met vergaande bevoegdheden?

Juist niet. Het gaat om een predikant die gestalte geeft aan de geloofsgemeenschap van de kerk in de classis en aandacht vraagt voor de inhoud en het hart van kerk-zijn. Het bestuurlijke komt op de tweede plaats. De bevoegdheden zijn beperkt. Zie vragen 9 en 10.

13. Kan er bij een bezoek aan een kerkenraad iemand meegaan, bv.een visitator?

Het bezoek van de classispredikant aan gemeenten en ambtsdragers is te vergelijken met een huisbezoek. Dit bezoek biedt de meeste kans voor een openhartig gesprek als de huisbezoeker alleen komt. Maar in bijzondere gevallen zal de bezoeker zich laten vergezellen door een tweede persoon. Zo zal het ook gaan in de ontmoeting met de classispredikant. Deze geniet in principe het vertrouwen van de hele classis om onbevangen en open het gesprek over kerk-zijn aan te gaan en daar zijn of haar stempel op te drukken. De classis vertrouwt deze predikant deze taak toe met een gerust hart.

Anderzijds zullen er situaties zijn waarin de classispredikant juist niet alleen wil of moet gaan, bv als er spanningen zijn of worden verwacht of een complexe bestuurlijke problematiek speelt waarin de classis moet handelen. De classispredikant kan zich dan laten vergezellen door een (breed-)moderamenlid of een visitator of een lid van een ander college. Het behoort tot de competentie van de classispredikant om hierin een keuze te bepalen en tijdig het breed moderamen of de visitatie te informeren of in te schakelen. Uiteraard komt dit punt ook aan de orde in het overleg binnen het breed moderamen.

14. Hoeveel gaat dit alles (meer) kosten?

Met ingang van 2017 heeft de generale synode voor de komende 4 jaar een nieuw beleidsplan en begroting voor de dienstenorganisatie vastgesteld. In dit plan is een forse reductie van het aantal personeelsleden en kosten gerealiseerd ten opzichte van de jaren daarvoor. Deze maatregel was nodig om te voorkomen dat de exploitatie van de kerk en de dienstenorganisatie op termijn in de rode cijfers terecht zou komen. Om dit te bereiken is de keuze gemaakt om te stoppen met de gemeenteadviespraktijk (gemeenteadviseurs) en het aantal afdelingen binnen de dienstenorganisatie terug te brengen. Het quotum blijft op hetzelfde niveau en beweegt evenredig mee met de inkomsten van de gemeenten. Het aantal formatieplaatsen is per 1 januari 2017 met 50 verminderd tot ongeveer 200.

Tegelijkertijd is een vernieuwingsslag gemaakt op basis van het synodebeleid van Kerk 2025. Een van de speerpunten van beleid is de ondersteuning en bevordering van de omslag die de synode met Kerk 2025 wil bewerkstelligen. Daarom is o.a. binnen de basisformatie ruimte gemaakt voor 11 volledige arbeidsplaatsen voor de classispredikanten en 3 voor de voorzitters van de classicale visitatie. Ten opzichte van de huidige formatie RACV die de classicale vergaderingen nu ondersteunt, betekent dat een extra investering van 9 arbeidsplaatsen voor de ontwikkeling van het nieuwe classisconcept. Deze formatie is gegarandeerd voor een eerste zittingsperiode van 5 jaar. Voor de jaren daarna zullen deze functies in principe worden gecontinueerd. De omvang van de daarvoor beschikbare formatie is echter mede afhankelijk van de financiële ruimte van dat moment. De meerjarenbegroting van de dienstenorganisatie voor 2017-2021 is sluitend.