Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Idee

Kruip in de huid van - twee werkvormen bij Lucas 15,1-7

Pijl naar links Ideeënbank

Nodig: stoelen (met één (lege) extra), een groot vel wit papier, stiften in verschillende kleuren,
kopieën van het bijbelgedeelte.

Lucas 15,1-7: De zorg om wat verloren is
Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren. Maar zowel de
farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.’ 

1. Werkvorm met één lege stoel
Laat de deelnemers in een halve cirkel zitten, met één lege stoel tegenover deze halve cirkel.
Lees of vertel Lucas 15, 1-7. Ga daarna met de groep na welke personages in het verhaal voorkomen (niet uitsluitend mensen!). Te denken valt aan: een farizeeër, een schriftgeleerde, de herder, een schaap, een leerling, een vriend, een buur.

Vraag de deelnemers (als groep) aan welk personage uit het bijbelgedeelte zij een vraag willen stellen. Nodig hen per vraag uit om in de huid van dat personage te kruipen en te antwoorden. Doe dit als begeleider zelf voor door op de lege stoel te gaan zitten en dan het volgende te zeggen: ‘Ik als (naam personage) vind … denk … voel …’

De deelnemers lopen om beurten naar de lege stoel en geven als het gekozen personage antwoord op de vraag die zij (als groep) aan het personage hadden gesteld. 

Vraag na een serie antwoorden: ‘Wat zijn we nu meer te weten gekomen over dit personage?

Nodig de deelnemers uit om ook andere personages te spelen, wellicht ook personages die niet in het verhaal voorkomen maar wel iets boeiends over de andere personages kunnen vertellen of over de situatie die aan de orde is.

Sluit na drie rondes af. Lees met elkaar de bijbeltekst nog een keer voor. De deelnemers laten de verschillende personages die op de stoel gezeten hebben nog een keer de revue passeren. Ze gaan met elkaar in gesprek over de vraag: wat vond je opvallend aan het spel van (naam personages)?

2. Waar gaat het verhaal precies over?
Deel de deelnemers in groepjes (van 2, 3 of 4) in. Lees of vertel Lucas 15, 1-7.
Laat de mensen het verhaal nog een keer lezen.

In de groepjes praten de deelnemers over wat zij de kern van dit verhaal vinden. Waar gaat het verhaal precies over? Laat de deelnemers in de hele groep met elkaar delen wat zij als kern hebben verwoord en laat hen commentaar geven op wat anderen hebben verwoord. Wat herkennen ze? Wat herkennen ze niet?

Vraag de deelnemers te praten over de betekenis die het verhaal voor henzelf heeft. Ervaren zij herkenning of vinden ze het een vreemd verhaal?

Ieder schrijft voor zichzelf in enkele zinnen op welke betekenis zij aan dit verhaal geven. Op een groot wit vel noteert elke deelnemer de eigen gevonden betekenis.

Download de werkvorm

Bekijk ook

Gerelateerde ideeën