Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Idee

Het goede leven - Troost

Pijl naar links Ideeënbank

Inleiding

Alles wat wij ons voorstellen bij ‘het goede leven’ kan ernstig verstoord worden door een crisis. Houdt ‘het goede leven’ dan ook juist niet in dat we ons op een of andere manier weten te verhouden tot de gebrokenheid van het leven? En waar vinden we, als alles tegenzit, als de crisis alles op z’n kop zet, troost?

Alke Liebich, predikant in Amersfoort, schreef voor de website liberaalchristendom.nl nog voordat de coronacrisis uitbrak de bijdrage ‘Misschien is er iets van troost’. Later voegde ze een corona-naschrift toe: ‘Samen fluiten in het donker.’

Lees beide artikelen en bespreek de vragen (aan het eind) met elkaar. Via Skype of Zoom of - als de crisis voorbij is - live, veilig en vertrouwd met medemensen.

1. Artikel ds. Alke Liebich

 

Misschien is er iets van troost

De manager moet met een collega een hotelkamer delen. Een dubbele boeking, vele excuses. Het was maar voor één nacht. Daar was hij niet op voorbereid. Hoe moest het nu? Zijn vrouw had het goed bedoeld; zij had beertje Spot ingepakt voor hem, om niet zo alleen te zijn. Hij zuchtte en plaatste beertje Spot na enige aarzeling op het bed, beducht om wat de collega ervan zou denken. Toen de collega uit de badkamer kwam en de beer zag zitten, sprak hij de onvergetelijke woorden: “Ach ja, dan kan ik mijn konijn ook wel uit de tas halen.”

Feit of fictie?

Ik heb geen reden om aan mijn bron te twijfelen (dank aan J.S. en zijn berencollectie). Maar ook in de categorie ‘niet echt gebeurd maar wel waar’ maakt het verhaal zin. Dit voorbeeld geeft goed het eigentijds ongemak weer in het omgaan met troost: enerzijds is er behoefte aan troost, anderzijds weten we ons geen raad met die behoefte. De behoefte aan troost past namelijk niet bij het autonome zelfbeeld dat we aan de buitenwereld willen laten zien. Dus is het nog niet zo makkelijk om troost aan te bieden of te ontvangen. Het gebaar van de beer is lief bedoeld maar levert ook weer ongemak op. Welke troost heeft de moderne mens eigenlijk nodig, en welke troost zal deze mens toelaten? Wat heeft de liberale theologie te bieden, en wat houdt ze op afstand?

Troost is een functie van geloof

Vinden we troost eigenlijk nog een belangrijke functie van geloof, en wat is troost dan? In de loop der eeuwen zijn we daar heel verschillende dingen onder gaan verstaan. De Heidelberger Catechismus begint met de vraag: ‘Wat is uw enige troost in leven en in sterven?’ Het gegeven antwoord staat hier niet ter discussie, maar wel de vraag. De 16e-eeuwer was op zoek naar troost, zo veel is zeker. Maar de 21e-eeuwer ervaart eerder ongemak.

De 21e-eeuwer is mondig, en heeft haar leven zelf in de hand. Of denkt dat in ieder geval; het leven lijkt van begin tot het einde maakbaar. Uiteindelijk blijft controle over het leven een illusie. Het najagen van controle geldt zeker voor het volwassen leven waarin wij onszelf als ons eigen project coachen en managen. We zijn ons eigen product. Niet zo verwonderlijk dus dat het oncontroleerbare van het leven ons angst inboezemt. Teleurstellingen brengen onzekerheid, en zeker het levenseinde is omgeven door angst voor controleverlies en voor een troosteloos bestaan. De huidige haast vanzelfsprekende controleerbaarheid van het leven dat zich ten diepste aan controle onttrekt, vraagt om onzekerheidsmanagement. De behoefte aan troost is er dus zeker maar ziet er anders uit dan die van de 16e-eeuwer die zich in bijna alles afhankelijk weet.

De kerk door de eeuwen heen heeft de 16e-eeuwse behoefte aan troost wel erg normatief gemaakt. Sterker nog, zij heeft zich steeds weer gericht op het antwoord, dat in vele variaties is geherformuleerd. Liberale theologie wil niet zonder meer een nieuw antwoord geven. Eerst zijn de dilemma’s en onzekerheden van de mondige mens aan de orde, inclusief het ongemak van de troostbehoefte. Wanneer de behoefte aan troost verandert, verandert ook de relatie tussen troost en geloof. Daarmee ligt ook de vanzelfsprekende vooronderstelling dat geloof toch troost moet bieden op de snijtafel.

Tegengeluiden

De critici van God en geloof herkennen de valkuil van de goedkope troost feilloos en spreken van het ‘Eia-popeia vom Himmel’ (‘het goedkope wiegenlied van de hemel’ (Heinrich Heine, 1797-1856, in Deutschland, ein Wintermärchen) waarmee de mensen onmondig zijn gehouden. Peter Rollins verwijt de kerk het gedrag van een drugsdealer: zij biedt kortstondige troost en je zult iedere keer terug moeten komen voor een nieuw shot (bijv. in Verslaafd aan God, 2017). Nogal wat bekende troostteksten bestendigen inderdaad een afhankelijkheidsrelatie. Te denken valt aan ‘Wat de toekomst brengen moge’, misschien een dierbaar lied voor velen. Maar ‘…wil mij als een kind behand’len dat alleen de weg niet vindt’ (lied 913 Nieuw Liedboek, woorden van Jacqueline van der Waals) werkt niet als troost voor mondige mensen.

Is troost wel een belangrijke functie van geloof? Hier zijn eerder vragen bij gesteld. In zijn brieven uit de gevangenis van juli 1944 schrijft Dietrich Bonhoeffer:

Kunnen jullie niet een uur met mij waken?, vraagt Jezus in Gethsemane. Dat is de omkering van alles, wat de religieuze mens van God verwacht. De mens wordt opgeroepen het lijden van God aan de goddeloze wereld mee te lijden. Hij moet dus werkelijk in de goddeloze wereld leven en mag niet proberen, haar goddeloosheid op de een of andere manier religieus in te kleden of weg te verklaren ….

Bonhoeffer stelt vraagtekens bij wat de religieuze mens gewoonlijk van God verwacht. Is het wel terecht dat wij troost verwachten? Of schuilt de troost juist in de erkenning van het lijden van God in en aan de wereld?

De brief gaat verder:

De mondige wereld is god-lozer en juist daarom misschien god-nabijer dan de onmondige wereld.

De moderne mens is op zichzelf aangewezen en is regelmatig geconfronteerd met  ontoereikendheid en kwetsbaarheid. Dit te erkennen, tot en met de erkenning dat ontroostbaarheid bestaat, en iets van deze situatie te herkennen in de verlatenheid van een door God verlaten God, kan een troostrijke weg zijn.

In liberale theologie is God gever van mogelijkheid. Hoopvolle mogelijkheid, wat meer is dan ‘dat er misschien iets is’. Juist omdat de toekomst onzeker is kan er hoopvol vertrouwen zijn. Hoop moet dan niet worden misverstaan als hoop op de goede afloop zonder meer. Hoop geeft richting aan de betekenis van het mogelijke goede, dat er per situatie verschillend zal uitzien.

Jezelf toevertrouwen aan deze mogelijkheid vraagt moed en oprechtheid, omdat mondigheid en controleverlies worden erkend. Liberale theologie biedt dus geen zekerheid, en overgave aan een hoopvolle mogelijkheid zal er anders uitzien dan overgave aan een rotsvaste zekerheid. Overgave in het volle besef van het onzekere vraagt om dapper geloof.

Je moet wel heel sterk zijn om zo te geloven, zo klinkt het wel eens wanneer gelovigen Bonhoeffer lezen.

Is liberale theologie dan alleen maar iets voor moedige mensen? Dan is de vraag wat moed is. Erkenning van je angst en troostbehoefte kan moedig zijn. De manager met beertje Spot, van het begin, voelde zich misschien helemaal niet moedig. Maar hij was het wel.

Wat troost …

Deze aanzet verkent de vraag naar troost en vraagt zich af of theologie wel antwoorden kan en moet geven. Uiteindelijk is er zoveel meer wat troost: naast kerk horen kunst, kitsch en kippensoep – alle zintuigen doen mee. En troost is relationeel, op zoek gaan naar troost gebeurt altijd in relatie. Relatie met het verleden, met mensen in het nu, met traditie en geloof. De opgeworpen vragen wachten op een vervolg: hoe zit het met de troostbehoefte van de moderne mens die zich ‘in controle’ waant? Kan zij troost toelaten? En wat is dan troost, en wat is de goedkope variant?

Corona-naschrift: Samen fluiten in het donker

Wat helpt nu, in coronatijden? Wie nu erg angstig is heeft in ieder geval troost nodig, zoals een peuter vastgehouden wil worden als er een onweer losbarst. De vergelijking wijst ook gelijk de richting van de troost: vastgehouden worden, of samen een lied zingen. Maar het verschil met de coronacrisis is: de troostende nu heeft net zo veel redenen bang te zijn, en heeft geen troost op zak. Het enige wat blijft is de onzekerheid dragen, de angst erkennen, en samen delen wat kracht geeft. Samen fluiten in het donker. We zullen beter moeten leren samen te fluiten, juist voor wie bevattelijk is. Niet voor het virus, maar voor de angst.

Er zijn ook vele vormen van verlies, van klein verlies tot niet te dragen zo groot. Verlies vraagt om troost van nabijheid. Dat moet dan wel nabijheid 4.0 zijn, op de coronamanier: geen live hugs, maar online hartjes.

Ten slotte zie ik vooral behoefte aan begrijpen, aan nadenken en praten over wat er gebeurt en wat het betekent. Begrijpen is de troost voor de moderne mens, dat geldt bijvoorbeeld ook voor ziekte en ongelukken. Omstandigheden kunnen begrijpen is noodzakelijk om verder te kunnen. Het gaat ons tot nu toe – ik generaliseer – blijkbaar behoorlijk goed af om met nieuwe onzekerheid te leven. De fundamentele onzekerheid van het bestaan dringt zich aan ons op, zij gaat ten diepste ons begrip te boven. De levensmoed versterken te midden van dat besef, dat is troost.”

2. Aan de slag

Lees het bovenstaande artikel voorafgaand aan de gespreksgroep. Bespreek met elkaar de vragen hieronder. 

Eventueel kunt u aan mensen vragen een voorwerp mee te nemen dat voor hen troostrijk is. Denk bijvoorbeeld aan de beer en het konijn in de anekdote. Dan moet er uiteraard ook aandacht aan gegeven worden.

Gespreksvragen - Misschien iets van troost

  • Wat zijn de reacties op het artikel?
  • Heeft de auteur wel troost te bieden? Zo ja, waar leest u dat?
  • Is er volgens u iets van troost? Hoe, waar of van wie ervaart u troost? Heeft uw ‘geloof’ daar ook iets mee te maken?

Naschrift ‘Samen fluiten in het donker’

  • Wat is voor u ‘samen fluiten in het donker’? Wat stelt u zich daarbij voor?
  • Is dat voor u troostend?
  • Wat heeft dit allemaal met ‘het goede leven’ te maken? Zijn ‘hoop’ (wat is dat trouwens voor u?) en ‘het goede’ met elkaar verbonden?

Uitspraken en stellingen

Bespreek met elkaar de beide artikelen aan de hand van de onderstaande stellingen / uitspraken / vragen (uit de tekst zelf). Of kies er een paar uit.

De volgorde van het verhaal is aangehouden: als u de stellingen / uitspraken / vragen op aparte kaartjes zet (aanbevolen!) is het waarschijnlijk ook handig om deze volgorde aan te houden. 

Voor een gesprek in een groep

  • De eerste persoon leest de stelling / uitspraak / vraag hardop.
  • En geeft vervolgens haar eigen reactie (pas daarna mogen eventueel anderen reageren).
  • De tweede persoon leest de stelling / uitspraak / vraag hardop. Enzovoort.

Stellingen / uitspraken / vragen

  1. De behoefte aan troost past niet bij het autonome zelfbeeld dat we aan de buitenwereld willen laten zien.
  2. Welke troost heeft de moderne mens eigenlijk nodig?
  3. Vinden we troost een belangrijke functie van geloof, en wat is troost dan?
  4. De 16e eeuwer was op zoek naar troost. De 21e eeuwer ervaart eerder ongemak
  5. Controle over het leven is een illusie
  6. De kerk heeft de 16e eeuwse behoefte aan troost erg normatief gemaakt
  7. De vanzelfsprekende vooronderstelling dat geloof troost biedt ligt op de snijtafel.

Bekijk ook

Gerelateerde ideeën