Kerk en IsraŽl: introductie

Voor de Protestantse Kerk is de relatie met het volk IsraŽl een essentieel onderdeel van de eigen identiteit.†

In de kerkorde staat dat de kerk geroepen is om in al haar geledingen het gesprek met IsraŽl te zoeken en gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk IsraŽl. Wat wordt er met de verschillende bewoordingen bedoeld?

Geroepen

De Protestantse Kerk kent verschillende roepingen: naast de roeping om aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk IsraŽl gestalte te geven is er ůůk de oecumenische roeping om de eenheid en verbondenheid tussen christenen wereldwijd te zoeken en de diaconale roeping om op te komen voor recht en gerechtigheid. Ook al kunnen deze roepingen in de praktijk botsen en schuren, ze hebben met elkaar te maken en versterken elkaar. En ze gelden voor de gehele Kerk. De roeping in verband met het Joodse volk wordt als eerste genoemd. Dat geeft het belang aan dat de Protestantse Kerk hecht aan het gesprek met het volk IsraŽl. Er spreekt het besef uit dat de wortels van het christelijk geloof Joods zijn.†

Het volk IsraŽl

De benaming Ďhet volk IsraŽlí wordt breed opgevat. Het is het volk IsraŽl zoals het zichzelf verstaat. Het is niet aan de Protestantse Kerk om te bepalen wie tot het Joodse volk behoren. Het Joodse zelfverstaan is heel divers. Het heeft te maken met het Joodse volk (waar ook ter wereld), de Joodse religieuze traditie en de staat IsraŽl. Het volk IsraŽl heeft dus niet alleen te maken met het bijbelse volk IsraŽl, maar zeker ook met het levende Joodse volk in al zijn diversiteit en het levende jodendom in al zijn veelkleurigheid.

Gesprek

De Protestantse Kerk heeft een lang traject afgelegd in haar verhouding tot het Joodse volk. Zij heeft afstand genomen van het woord zending t.a.v. Joden en kiest voor het woord gesprek. Dit gesprek voert de Protestantse Kerk vanuit haar eigen identiteit, als Christusbelijdende gemeenschap. Zij bepaalt niet de agenda van het gesprek, maar draagt wel onderwerpen aan die voor de Protestantse Kerk belangrijk zijn: het verstaan van de Schrift en van het Koninkrijk van God. In de praktijk betekent dit gesprek dat vooral de ontmoeting wordt gezocht met het levende religieuze jodendom. Maar niet uitsluitend. Vanuit de Protestantse Kerk voeren zowel Kerk en IsraŽl als Kerk in Actie gesprekken met Joden, religieus en niet religieus, over tal van onderwerpen: religieus, politiek-maatschappelijk, diaconaal. Gesprek met IsraŽl is op basis van gelijkwaardigheid: juist vanuit de verbondenheid kunnen kritisch-betrokken vragen aan elkaar gesteld worden.

Onopgeefbaar

Het woord Ďonopgeefbaarí heeft een historische en een theologische connotatie. Soms lopen de betekenissen en interpretaties wat door elkaar, wat de helderheid niet altijd ten goede komt. De term wordt oorspronkelijk gebezigd in directe relatie met de nalatige houding van de kerk t.a.v. de Sjoa en het antisemitisme.

Historisch

Historisch gezien zijn het christendom en het rabbijnse jodendom tradities die beide teruggaan op het jodendom van de eerste eeuw. Beide tradities hebben elkaar wederzijds beÔnvloed en hebben op elkaar gereageerd. Christenen hebben daarbij een zeer complexe eeuwenlange geschiedenis met Joden vanwege anti-JudaÔstische en anti-Joodse uitingen. Volgens een beleidsnota uit 2008 moet de kwalificatie Ďonopgeefbaarí verstaan worden Ďtegen de achtergrond van een eeuwenlange geschiedenis waarin de kerk zich had vervreemd van haar wortels in het volk IsraŽl, met alle voor IsraŽl Ė en op een andere manier ook voor de kerk Ė desastreuze gevolgen daarvaní. Het woord Ďonopgeefbaarí herinnert de Kerk aan deze noodlottige geschiedenis en roept op tot een fundamenteel andere houding. Daarbij hoort in ieder geval dat de Protestantse Kerk vormen van vervangingstheologie afwijst en dat antisemitisme wordt bestreden.

Theologisch

Joden en christenen zijn ook vanuit een theologische visie met elkaar verbonden. Jodendom en christendom zijn twee loten die gegroeid zijn vanuit de erfenis van het bijbelse volk IsraŽl. Joden en christenen lezen voor een gedeelte dezelfde schriften. De Hebreeuwse Bijbel is gemeenschappelijk erfgoed. Jezus is een Jood. Het Nieuwe Testament is voor het overgrote deel Joods. Dat de kerk het gesprek met het Jodendom zoekt, raakt aan het hart van het belijden. De kern van beide religieuze tradities gaat terug op de God van IsraŽl. De God die daarin ter sprake komt is ťťn, de Ene. Joden en christenen blijven elkaars pad voortdurend kruisen, juist omdat de oorsprong van de weg ťťn is.

Het geeft aan dat Gods weg met dit volk niet voorbij is, maar verder gaat. Het is een weg met het oog op alle volken. God is trouw en onopgeefbaar verbonden aan zijn volk.

Dezelfde bron

Joden en christenen drinken uit dezelfde Bron. Die Bron vloeit over naar de gehele mensheid. Vanuit het hart van Tora, Profeten en Evangelie worden kernvragen gesteld. Hoe leef je? Ben je hoeder van je medemens? Waar ben je, mens? Vanuit Gods compassie worden Joden en christenen, samen met alle mensen van goede wil, geroepen om compassievol met alle levende schepselen om te gaan. De Tora en de Profeten en het Evangelie wijzen daarbij de weg.†