Zingen in de eigen taal

Sinds de Reformatie zingen protestanten in de eigen taal. Ds. Klaas Holwerda legt uit hoe dat zo is gekomen.

Ter gelegenheid van 500 jaar protestantisme gaat de estafette ‘Als een lopend vuur’ door alle Nederlandse provincies. ‘Het lied op onze lippen’ is in Noord-Holland het thema. Vijf vragen over protestantse kerkmuziek aan ds. Klaas Holwerda, predikant in Amsterdam en secretaris van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied.

Aandacht voor protestantse kerkmuziek mag rond 500 jaar protestantisme niet ontbreken?

,,Het zou inderdaad vreemd zijn geweest wanneer het kerklied niet een van de twaalf thema’s was geweest. Het priesterschap van alle gelovigen was een kenmerk van de Reformatie, zeker ook bij Luther. Net als andere hervormers wilde hij het volk een actieve rol in de eredienst geven. De gemeente werd drager van de liturgie in plaats van toeschouwer op afstand van niet-begrepen woorden en handelingen van de geestelijkheid. De Reformatie, Luther niet in de laatste plaats, heeft ingegrepen op dit punt en bijgestuurd.’’

Luther niet in de laatste plaats?

,,Luther was niet de enige, bij hem was het wel een centraal punt: gemeentezang in de volkstaal, niet meer in het Latijn. Hij bewerkte vooral bestaand repertoire, naar tekst en melodie. Luther was evenmin de eerste. De Moravische beweging rond Johannes Hus kende een halve eeuw eerder al kerkliederen in de volkstaal.’’

Luthers liederen worden nog altijd gezongen?

,,Zeker, in het nieuwe Liedboek van 2013 is er een aantal opgenomen in Nederlandse vertaling. Een andere hervormer, Calvijn, pleitte ook sterk voor gemeentezang in de eredienst, al voordat hij in de lutherse gemeente in Straatsburg het lied in de volkstaal leerde kennen. Onder zijn leiding werden in Genève de 150 Hebreeuwse Psalmen in strofische vorm berijmd. In Friesland zong men doopsgezinde liederen en met name in het oosten van het land hadden liederen van Luther aanvankelijk meer ingang dan tot voor kort werd aangenomen. Je moet echter wel concluderen dat het zogenoemde Geneefse psalter van Calvijn een sterk stempel gezet heeft op de protestantse kerkzang in Nederland.’’

Tot op de dag van vandaag?

,,De berijmde psalmen zijn kenmerkend geweest voor de calvinistische traditie. De lutherse en anglicaanse tradities waren muzikaal gevarieerder. In het nieuwe Liedboek zie je die breedte terug, onder meer in onberijmde psalmen die in afwisseling met de cantorij worden gezongen en ander aanvullend liturgisch materiaal. Bij de calvinisten kwam de kerkmuziek vooral op vrijwilligers aan. Lutheranen en anglicanen hebben aan de vorming van kerkmusici hetzelfde belang toegekend als aan de opleiding van predikanten. In hun tradities was er voor de kerkmuziek ook meer financiële armslag.’’

Welke ontwikkelingen ziet u nu?

,,Het Liedboek van 1973 bevat liederen uit de lutherse en anglicaanse tradities, het Liedboek van 2013 is nog veel breder met haar oriëntatie op de wereldkerk en veel meer zangvormen dan enkel het couplettenlied. Verder groeit de belangstelling voor cantatediensten en evensongs, met hun spiritualiteit die het hart aanspreekt. Wellicht is die interesse een reactie op de rationalistische inslag van de calvinistische traditie, die te eenzijdig gericht was op het hoofd, op het Woord, op de preek.’’

> Op 17 juni kan volop gezongen worden tijdens de estafettebijeenkomst ‘Het lied op onze lippen’ in Weesp

Interview: Jan Kas

 

Terug naar overzicht