Wie ben je? Een moslim, Jood en christen aan het woord

Wat is de Joodse identiteit precies? Wat houdt het in als je zegt dat je christen bent? En kunnen we omschrijven wat het islamitisch geloof inhoudt? Een portret van drie vrouwen: moslimtheologe Nadia Dahri, rabbijn Marianne van Praag en predikante Rebecca Onderstal.

Nadia Dahri over moslim-zijn
Nadia Dahri (42) is moslimtheologe, (familie)mediator en contextueel hulpverlener.

‘Het woord “islam” bevat het woord salam: vrede. Als moslima ben ik dan ook gericht op het verbinden van mensen. Mijn ouders leerden me al hoe belangrijk het streven naar verbondenheid is: de nadruk in mijn opvoeding lag op liefhebben, hulp bieden en een ander geen onrecht aandoen. Ze leerden me ook dankbaarheid, tevreden zijn met wat je hebt. Tegelijkertijd was er in ons gezin – zoals in veel moslimgezinnen – wel een sterk gevoel voor competitie. Dat komt voort uit verzen in de Koran en in de Hadiths waar geschreven staat: 'De beste van jullie is degene die...' Het doel is om de beste versie van jezelf te zijn.

Toen ik vijftien was, overleed mijn moeder aan kanker. Dat veroorzaakte bij mij een enorm zielenleed, ik worstelde met existentiële vragen. Waarom liet God zo’n lieve, vrome en genereuze vrouw als mijn moeder doodgaan aan zo’n pijnlijke ziekte? Ondanks mijn zoektocht, vond ik aanvankelijk weinig antwoorden op mijn vragen.

Het overlijden van mijn moeder leidde ertoe dat ik theologie ging studeren, als een van de weinige moslimvrouwen. Ik specialiseerde me als moslimpredikant, niet in de eerste plaats om te kunnen preken, maar vooral om een dienende geestelijke te kunnen zijn. Ik wil ruimte maken voor wie de ander is of wil zijn, zonder vooroordelen. Profeet Mohammed zei: ‘De beste onder jullie zijn diegenen die het meest nuttig zijn voor anderen.’ De belangrijkste vraag voor mij is dan ook: Wat draag jij bij aan een betere samenleving?

Ik heb altijd grote belangstelling gehad voor andere levenswijzen, want die verrijken mijn leven. Met Joden voel ik me vooral verbonden op religieus vlak; met christenen op spiritueel vlak. Ik merk wel dat het als moslim makkelijker is om een kerk binnen te komen dan een synagoge. Ik hoop dan ook dat er in de toekomst meer openheid naar moslims zal komen in de Joodse geloofsgemeenschap.

Voor mij is God de bron van alles: God is mijn beste vriend, mijn sereniteit, mijn beschermer, mijn liefde, mijn raadgever en de belangrijkste voeding van mijn ziel. Een ander hoeft echter niet in God te geloven om hem te kunnen respecteren en steunen. Uiteindelijk gaat het in de islam – net als in andere levensbeschouwingen – om een universele
opdracht: ‘houd van je medemens’. Dat betekent eigenlijk: respecteer de ander. Je mag zijn wie je bent, zolang je daarmee je medemens geen onrecht aandoet.’

Marianne van Praag over Joods-zijn
Marianne van Praag (61) is rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente in Den Haag.

‘Het jodendom is een doe-religie: het gaat er niet om wat je gelooft, maar om wat je doet. “Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”, dat is het basisprincipe. Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden. De Joodse filosoof Levinas zei: God openbaart zich in de ogen van de ander. Dus je richt je op die ander, kijkt in zijn ogen. Waar je kan helpen, help je.

Vijftien jaar geleden begon ik aan de opleiding tot rabbijn. Toen wist ik: dit is het gewoon. Waarom? Ik weet het niet. Net zoals je ook niet weet waarom je verliefd wordt op iemand. Maar de Joodse normen en waarden vind ik prachtig, ze zijn alomvattend. Op sociaal gebied, milieutechnisch … Het klopt gewoon.

Als rabbijn ben ik een doorgeefluik van de Joodse traditie. Mijn nadruk ligt op het verbindende, het sociale aspect. Ik vertel mensen niet wat ze moeten voelen, denken of geloven; ik geef ze de ruimte. Ik geef ze mijn inzichten, mijn visie, maar dat is niet dé waarheid. Ik moedig anderen aan eigen verantwoordelijkheid te nemen: kies je eigen regels, leef een verantwoord leven.

Dé waarheid bestaat volgens mij sowieso niet. Het woord ‘waarheid’ in het Hebreeuws is emet. Dat bestaat uit twee gedeelten: em betekent ‘moeder’, en met betekent ‘dood’. Dat is de enige waarheid die er is: je wordt geboren en je gaat dood. De rest is interpretatie. Ik zie de wereld als een groot boeket bloemen. Iedereen mag geloven wat hij wil, iedereen mag vinden wat hij wil. Iedere bloem is belangrijk voor de schoonheid van het boeket.

Als ik over straat loop, ben ik niet herkenbaar als Jood. Ik heb geen lange jurk aan, geen zwarte hoed op. Toch moet ik soms vechten tegen vooroordelen. Dan word ik aangesproken op wat er in Israël gebeurt. Of zeggen mensen: ‘Jij valt mee, jij bent wel oké.’ Nou, dankjewel …

Ik voel verbondenheid met moslims. De islam is ook een way of life, er zijn gebedstijden en spijswetten die het leven bepalen. En net als in het Jodendom staat de vraag centraal: Hoe ga je met de ander om? Met het christendom heb ik minder: dat is sterk gericht op het woord, op geloof, op het overtuigen van de ander. Als Jood zal niemand je vragen wat je gelooft of hoe je gelooft. Nee, het gaat erom dat je goed doet.’

Rebecca Onderstal (foto) over christen-zijn
Rebecca Onderstal (49) is predikant in de Protestantse Gemeente Houten.

‘Al jong was het geloof een houvast voor me. Mijn ouders’ geloofsbeleving was heel persoonlijk en dat gaven ze mij ook mee. Tegelijkertijd was er in ons gezin ruimte voor twijfel, voor discussie over het interpreteren van de Bijbel, voor gesprek over wat wel en niet mocht.

Die persoonlijke geloofsbeleving is nog steeds belangrijk voor me. Toen ik in mijn studententijd – ik studeerde toen nog geschiedenis – betrokken raakte bij de studentenkerk, merkte ik dat ik iets kon bijdragen door het delen van mijn geloof, mijn zoektocht en mijn vragen. Ik voelde me daar op mijn plek. Daarom ben ik vervolgens theologie gaan studeren.

Als dominee raak ik gauw in gesprek over geloof. Dat geloof moet ook zichtbaar zijn in mijn gedrag, anders ben ik niet geloofwaardig. Dat zit voor mij vooral in het luisteren naar mensen, het op zoek zijn naar het verhaal van de ander. Maar ook in het niet-veroordelen van de ander – dat vind ik een heel belangrijk onderdeel van Jezus’ boodschap. Ik wil mensen helpen te ontdekken waar God in hun leven zichtbaar is. Ook in gesprekken waarin God niet wordt genoemd, ga ik met anderen op zoek naar antwoorden op de vraag: wat zijn je talenten, waar voel je je toe geroepen? Ik denk dat het iets heel christelijks is om mensen te helpen ontdekken wat ze in zich hebben.

Ik voel me steeds meer inhoudelijk verbonden met verschillende tradities binnen de christelijke traditie waarin het gaat om ‘het geheim’. God is groter dan wij en we mogen iets van Hem ervaren, maar we kunnen als mens niet alles weten. In mijn huis heb ik letterlijk plek gemaakt voor Hem. Bij de ingang van de huiskamer hangt een kruisje, in de kamer zelf hangt een icoon, op mijn werkkamer is een plek om te bidden.

Ik geloof niet in overtuigen, maar wel in getuigen. Getuigen waar ik van leef, wie mijn Bron is. Uiteindelijk draait het niet om mij, maar om Degene aan wie ik mij toevertrouw. Tegelijkertijd gaat God met iedereen een eigen weg. Het gaat daarom niet om wat ik op de ander overdraag, maar om wat we samen mogen ontdekken. Ook als een moslima vertelt wat haar beweegt, kan ik iets van God tegenkomen. God heeft zo veel kanten, Zijn grootte en diepte kan ik niet bevatten.’

Dit artikel komt uit het septembernummer van Kerk & Israël Onderweg. Meer lezen? Vraag een gratis proefexemplaar aan via kerkenisraelonderweg@protestantsekerk.nl.

Terug naar overzicht