Vier gedachtekronkels rond pionieren

Denk je er wel eens over na om te gaan pionieren, maar zie je beren op de weg? In dit artikel wil ik vier veelgehoorde bezwaren om met pionieren te beginnen eens met je doorlopen in de hoop ze uit de weg te ruimen!

1. Pionieren moet vast heel grootschalig

In 2017 is er onderzoek gedaan naar de omvang van de op dat moment bestaande pioniersplekken. Daaruit kwam naar voren dat er bij de gemiddelde pioniersplek 44 mensen intensief betrokken waren (maandelijks of vaker). Er zijn pioniersplekken die groter zijn, maar wanneer je een pioniersplek start waarbij 20 mensen betrokken raken, dan is dat ook prima. Een pioniersplek hoeft dus niet een grootschalig project te zijn! Wanneer jij in een aantal jaar een gemeenschap van 20 personen weet te vormen is dat ook prima.

2. Pionieren kost vast heel veel geld

Pionieren kost geld. Maar het hoeft hierbij niet om enorme bedragen te gaan. Een pioniersplek kan prima draaien met een budget van bijvoorbeeld 2000 euro per jaar. Maar het kan ook voor minder. Dat hangt er vooral van af waar je het geld aan wilt besteden. Pionieren hoeft dus niet veel geld te kosten. Daarnaast is het van belang hoe je je budget opbouwt. Je kunt als pioniersplek creatief zijn in het kosten besparen, maar ook in het genereren van inkomsten. Op deze manieren vergroot je je mogelijkheden.

Bijdragen
Vanuit de landelijke kerk is in de eerste jaren een maximale bijdrage van €8.000 per jaar beschikbaar. De Maatschappij van Welstand kan €4.000 bijdragen. Aan beide bijdragen is de voorwaarde verbonden dat er lokaal minimaal €6.000 wordt bijgedragen. Bij een kleinere lokale bijdrage, zakken de andere bijdragen naar rato. Een grotere lokale bijdrage mag natuurlijk altijd.


3. Pionieren moet vast door de dominee gebeuren

Pionieren hoeft niet door de dominee of andere professionals in de kerk te gebeuren. Het mag natuurlijk wel, maar pionieren kan ook door ‘gewone’ gemeenteleden gedaan worden. Uit het onderzoek van 2016 bleek dat er in 17% van de pioniersplekken niemand uit het pioniersteam een theologische opleiding had gevolgd. Bij 53% van de teams was er iemand betrokken met een theologische opleiding op universitair niveau en bij 30% iemand met een theologische opleiding op HBO-niveau. Belangrijke overwegingen bij het betrekken van een professional in het pioniersteam zijn: Heeft hij of zij kwaliteiten die nodig zijn in het pioniersteam, bijvoorbeeld ondernemersgeest, of vakinhoudelijke kennis die nodig is? En kan zo iemand ook vrijgezet worden door de gemeente om uren in de pioniersplek te steken?

4. Pionieren moet vast een succes worden

Pionieren betekent dat je nieuwe ideeën gaat uit proberen om doelgroepen te bereiken die we als kerk op dit moment met het huidige aanbod niet aanspreken. En bij proberen hoort dat er soms ook dingen niet lukken. Pioniersplekken zijn experimentele kerkplekken die regelmatig slagen, maar ook wel eens falen. Dat hoort bij het leerproces. In het laatste geval proberen wij lessen te leren over wat er niet gelukt is, zodat we het een volgende keer weer beter kunnen proberen. We zien dus graag dat pionieren een succes wordt, maar falen hoort er bij en mag! Thomas Edison, de uitvinder van de gloeilamp, zei over zijn jarenlange experimenteren om uiteindelijk tot een werkende gloeilamp te komen: ‘Ik heb geen mislukking gekend, ik heb 10.000 manieren ontdekt waarop iets niet werkt.’

Geen bezwaren meer? En ben je enthousiast om te gaan pionieren? Neem dan eens een kijkje op www.lerenpionieren.nl of neem contact op met c.cevaal@protestantsekerk.nl.

Auteur: Christiaan Cevaal

Gerelateerd:
Nieuwe aanwas door pionieren

Terug naar overzicht