Predikant als duizendpoot

Moet de predikant 'alles' kunnen of is het raadzaam hem of haar in te zetten op de eigen specifieke kwaliteiten?

De predikant kan in deze tijd niet anders dan een duizendpoot zijn, zegt Hans van Ark, manager van ‘Kerk en Werk’ in de Protestantse Kerk en voormalig gemeentepredikant. “De huidige tijd vraagt veel verschillende vaardigheden. Je moet goed kunnen preken, sociaal en pastoraal op een hoog niveau functioneren, met jongeren kunnen omgaan en kunnen organiseren. Het klassieke beeld van een predikant verdwijnt omdat we een veelheid aan kerkvormen zien ontstaan. In de gemeente waar je als predikant staat, komt ook een groepje mensen in een huisgemeente bij elkaar, even verderop is een pioniersplek en dan zijn er ook nog jongeren die eens per maand een bijbelstudie houden in het café. De predikant wordt meer een begeleider en coach van al die groepen dan een exclusief aan een gemeente gebonden functionaris. Al is hij een duizendpoot, hij moet wel zijn beperkingen kennen. Wie echt niet goed is in de omgang met jongeren, zou met de kerkenraad kunnen overleggen over de inzet van een jeugdouderling of jongerenwerker. Predikantzijn vraagt in deze tijd andere dingen. Dat betekent dat een theologiestudent zich moet afvragen of hij of zij de gewenste competenties in huis heeft of deze kan ontwikkelen. Iemand die sociaal wat lastig functioneert, krijgt het erg moeilijk.”

Zet de juiste mens op de juiste plek

Het predikantschap is een roeping, zegt Helma Citroen, voormalig voorzitter van de kerkenraad in Lisse. “De dominee is in de eerste plaats herder en leraar, belast met de zorg voor het welzijn van de gemeente. Daar kun je al een dagtaak aan hebben. Er zijn daarnaast genoeg gemeenteleden die veel talenten hebben en met wie je veel kunt neerzetten. Daarbij kan de dominee ruggensteun geven, heel belangrijk. Of dat nu in de vorm van toerusting is of door middel van een gesprek.

Je moet samen met de predikant kijken naar waar zijn kracht ligt. De een is goed op de kansel, de ander in het pastoraat of juist met jongeren. Het zijn witte raven als ze alles kunnen. Het is belangrijk het gesprek aan te gaan. Waar ligt je hart? Waarin ben je goed en waarin niet? Iedereen is blij als de juiste mens op de juiste plek wordt gezet.

Het is een feit dat predikanten juist vanwege dat hoge verwachtingspatroon burn-out raken. Dat zie je soms zelfs bij jongere predikanten. Dat zal ook komen doordat ze óf te veel moeten doen óf dingen moeten doen waar ze niet goed in zijn. Ik merk wel dat jongere predikanten in hun opleiding beter toegerust worden voor hun rol in een gemeente.”

> Blader voor meer reacties door het juninummer van woord&weg

 

Terug naar overzicht