Pioniers mogen sacramenten bedienen

Gemeenten in de Protestantse Kerk waaraan een pioniersplek is verbonden kunnen in speciale gevallen worden aangemerkt als een ‘gemeente in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden’. Niet-theologen die aan een dergelijke pioniersplek leiding geven, mogen onder omstandigheden in die gemeenten de sacramenten bedienen. Dat heeft de generale synode op 24 april besloten.

Gemeenten waaraan een pioniersplek is verbonden kunnen de status van ‘bijzondere omstandigheden’ krijgen als ze aan enkele voorwaarden voldoen. De pionier moet lid zijn van de (wijk)kerkenraad en een predikant moet supervisor van de pionier zijn. Het moet gaan om een pioniersplek van de Protestantse Kerk of de IZB. Ook worden er aan de pioniers opleidingseisen gesteld.

De vraag naar de ambtsbevoegdheid komt uit de praktijk van de bestaande pioniersplekken. In missionaire groeisituaties blijkt het soms gewenst dat een pionier de bevoegdheid krijgt om kinderen te dopen, huwelijken te bevestigen en het avondmaal te bedienen.

Kerkrechtadviseur mr. G. de Jong gaf aan dat er geen kerkordewijziging nodig is, want de bestaande kerkorde wordt toegepast. Ordinantie 2.18 biedt ruimte aan niet-predikanten om in bijzondere omstandigheden het werk van een predikant te doen.

Door de goedkeuring door de synode kan het artikel toegepast worden voor alle pioniersplekken, zowel in grootstedelijke gebieden als buiten de Randstad. De beslissing om ord. 2-18 toe te passen in een individueel geval wordt gegeven door het breed moderamen van de classicale vergadering, waarbij het regionaal college voor de visitatie elke aanvraag van een advies voorziet.

Namens het generale college voor de visitatie drong ds. W. Sonnenberg erop aan om de pioniers goed te screenen, liefst door een ambtelijke vergadering. ‘We kennen teveel bevlogen mensen, die in de praktijk ruďnerend hebben gewerkt’, aldus Sonnenberg.

Verschillende sprekers benadrukten het belang van een intensieve wisselwerking tussen de bestaande (wijk)gemeente en de nabijgelegen pioniersplek. De synode besloot het moderamen op te dragen een nadere bezinning te geven op deze relatie. Hoe ziet hij de verbondenheid en de spanning tussen bestaande vormen en tradities en het zoeken naar nieuwe wegen? Waar hebben ze elkaar nodig, waar moet het anders-zijn verdragen worden, welke uitdaging zijn ze voor elkaar? En welke (minimale) organisatorische inkadering hebben pioniersplekken nodig om deel van de kerk te zijn en te blijven? Deze bezinning zal onderwerp van gesprek zijn tijdens een vergadering van de generale synode in de komende twee jaar.

Ds. W.J.H. Boon (Lutherse synode) wees erop dat in Siberië tijdens de Tweede Wereldoorlog lutherse gemeenten zijn ontstaan uit groepen die door Stalin waren gedeporteerd. Leke-predikers uit deze groep bedienden hier de sacramenten. Zij ontvingen later alsnog een theologische opleiding en werden predikant. Synodescriba dr. A.J. Plaisier antwoordde dat de sacramentsbevoegdheid in het geval van de pioniersplekken is gebonden aan de locatie. ‘Het mag geen sluiproute worden naar het ambt.’

De synode besloot aan de afdeling Missionair Werk en Kerkgroei van de dienstenorganisatie te vragen om vormen ontwikkelen voor opleiding en geschiktheidsbeoordeling van pioniers.

De Protestantse Kerk wil tussen 2012 en 2016 honderd pioniersplekken vormen en ondersteunen. Het gaat om nieuwe en vaak experimentele vormen van gemeentestichting. Dit jaar worden er 25 plekken geďnitieerd.

Terug naar overzicht