Paasmeditatie ds. René de Reuver: Daar zul je Hem zien!

Dat moet wat geweest zijn, op die eerste paasmorgen in de tuin van Josef van Arimatea. Twee Maria’s die hadden gezien hoe liefdevol en zorgzaam Josef van Arimatea Jezus in zijn graf had gelegd, zijn na de sabbat, zodra het licht, is op weg gegaan.

Samen met een derde Maria om Jezus de laatste eer te bewijzen. Geurende olie hebben ze meegenomen om zijn lichaam te balsemen. Maar bij het graf is alles anders. De vrouwen vallen van de ene verbazing in de andere. De kollosale steen blijkt weggerold te zijn. In het graf zit in een in het wit geklede jongeman. De plek waar Jezus lag is leeg. De jongeman horen ze zeggen: ‘wees niet bang. Jezus, de gekruisigde is opgewekt. Zie maar, hier heeft Hij gelegen. Ga, en zeg zijn leerlingen en Petrus dat Hij jullie voorgaat naar Galilea’ (Marcus 15: 6 en 7)

Uit schrik zwijgen als het graf

Eerlijk gezegd ben ik blij dat ik niet in de schoenen van de vrouwen sta. Ik weet niet of mijn hart dit overrompelende gebeuren ongestoord zou kunnen verwerken. De vrouwen zijn totaal uit het veld geslagen. Angstig vluchten ze weg van het graf. Uit schrik zwijgen ze als het graf. De opstanding van Jezus is te intens om door een mens gezien te kunnen worden. Het bericht van Pasen is te groot om zomaar te kunnen geloven.

Toch eindigt het evangelie van Marcus niet met een anticlimax. Integendeel. Het sluit af met een geweldige opdracht en belofte. De drie Maria’s zijn de eerste getuigen van de Opgestane. Kwetsbaardere getuigen zijn nauwelijks denkbaar. Vrouwen mochten in die tijd niet getuigen in een rechtszaak. Dat was een zaak van mannen. Het is alsof Marcus de kwetsbaarheid van deze getuigen extra onderstreept door op te merken dat ze zo geschrokken zijn dat ze tegen niemand iets zeggen.

Schat van het Evangelie is ons toevertrouwd

In een van zijn brieven merkt Paulus op dat de schat van het Evangelie ons is toevertrouwd in een uiterst breekbaar aarden vat. Het ‘succes’ van het evangelie zit niet in het vat, in de getuigen, maar in de schat! Uitgerekend deze drie Maria’s zijn de eerste getuigen van de opstanding. God vertrouwt hen het bericht van Pasen toe. Zij moeten Jezus’ leerlingen vertellen dat Hij hen voorgaat naar Galilea. De Here God heeft zo zijn eigen specifieke voorkeur! Voor toen: onbetrouwbare vrouwelijke getuigen bij wie emoties en ongeloof overheersen krijgen Gods voorkeur boven de discipelen van Jezus, Petrus incluis. Had Jezus het al niet eerder over eersten die laatsten en laatsten die eersten worden?

Niet in de fraaie tuin van Josef van Arimatea te Jeruzalem maar in Galilea zullen zij Jezus zien. Galilea, het achteraf gebied van Israël. De streek waar Jezus zijn werk begon en waar zijn eerste leerlingen vandaan komen. Daar, midden in het gewone profane leven zullen zij Hem zien. Pasen roept volgelingen van Jezus niet weg uit het leven, maar plaatst hen er midden in. Het zet je met beide benen op de grond, met een belofte: Ik ga jullie voor. In het gewone leven zullen jullie Mij zien. Daar ben ik met jullie!

Ongehoorde belofte van Pasen

De eerste reactie van de vrouwen is weinig belovend. Dat dit niet het laatste is wat over hen te zeggen is, is duidelijk. De toezegging van Pasen, dat Jezus in het gewone als de Levende nabij is, is de hele wereld overgegaan. Zelfs ons heeft het bereikt.

De ongehoorde belofte van Pasen: Ik ben met u en ga u voor, houdt ons gaande. Geeft moed en hoop voor de toekomst!

Ds. René de Reuver, scriba generale synode

>Lees ook: Pesach - Waarom is deze nacht anders dan andere nachten?

Terug naar overzicht