Met geloof is geen kerk te klein

‘Wanneer is een kerk te klein?’, was de vraag (ND- Zeven 29 september) naar aanleiding van een kerksluiting in het Groningse Ulrum. Een kleine week eerder, 24 september, vond de dorpskerkendag plaats, van de dorpskerkenbeweging, pas opgezet door de Protestantse Kerk Nederland. Daar werd een andere vraag gesteld: hoe kun je als kleine geloofsgemeenschap kerk zijn in het dorp?

De vraag ‘wanneer is een kerk te klein?’ roept aantallen op: hoeveel gemeenteleden, hoeveel kinderen, hoeveel doopleden, hoeveel kerkgangers zijn er? En het antwoord op die vragen is binnen de traditionele kerken al vele jaren bekend: die aantallen worden steeds kleiner.

De dorpskerkenbeweging stelt daarom niet de vraag naar aantallen, maar draait het perspectief om. Probeer niet krampachtig te behouden wat je had, maar denk erover na hoe je kerk bént. Het gaat niet om hebben, maar om zijn.

Relaties en diepgang

Dat is een wezenlijk andere manier van naar de kerk kijken. Het gaat niet om hoeveel mensen er worden geteld. Het gaat om hoe je kerk kunt zijn in je dorp. En daarbij gaat het, zoals predikant Jelle de Kok in dat artikel zo mooi verwoordt, om relaties en om diepgang. ‘Hoe is de kwaliteit van de relaties onderling, hoe diep wil je in de geloofsbeleving met elkaar gaan?’ Dat is de basis van een gemeenschap en vanuit die basis ontstaat vitaliteit.

Dat die vitaliteit er is, bleek uit de grote belangstelling voor de dorpskerkendag en het enthousiasme waarmee mensen met elkaar ervaringen deelden. Het bleek dat je niet kunt spreken van ‘de’ dorpskerk. Die bestaat niet. Ieder dorp is anders, iedere kerk is anders, iedere geloofsgemeenschap is anders. Het is goed om je daarvan ook bewust te zijn.

Eigen context

De Protestantse Kerk zet zich met de dorpskerkenbeweging in om de dorpskerk onder de aandacht te brengen en streeft ernaar dat in elk dorp een kerk is. Dit betekent niet dat in elk dorp een gelijksoortige kerkdienst wordt gehouden op de zondagmorgen, waar iedereen zich thuis moet voelen en waar de kinderen ook nog een leuke dienst kunnen meemaken. Het betekent veeleer dat je kerk bent in je eigen context en dat je als kleine kerkgemeenschap aandacht schenkt aan de onderlinge relaties en de diepte in durft te gaan met wie er zijn.

Hoe dat vorm krijgt, kan heel verschillend zijn. In de ene dorpskerkgemeenschap past een hoog-liturgische viering, in de andere een meer evangelicale dienst met beamer en band. De ene kerk is zeer op het dorp betrokken, de andere kerk is meer naar binnen gericht. Maar het gaat vooral om het feit dat je er bent.

Een kerkenraadslid vertelde me met tranen in de ogen over de paasviering die de school in zijn kerk had georganiseerd. De juf die het verhaal zou vertellen, was niet-kerkelijk, maar ze had heel goed de Mattheüs-passion bestudeerd om het verhaal van de Stille Week en Pasen aan de kinderen te kunnen vertellen. Na afloop had ze hem gevraagd of het goed genoeg was, waarop hij had geantwoord: ‘Nooit eerder heeft dit verhaal me zo geraakt.’ Hij zei tegen mij: ‘Het feit dat we kerk-zijn in het dorp, inspireerde deze juf om op haar wijze het paasverhaal te vertellen. Zo bijzonder. Er gewoon zijn, dat is al een kracht in zichzelf!’

Altijd oplossingen

Een kerk is nooit te klein, zolang er geloof in de ontmoeting blijft bestaan. Als de kern sterk is, zijn er altijd oplossingen voor praktische problemen. Vanuit de ontmoeting op de zondagmorgen kun je deuren openen naar buiten. Verwacht niet dat mensen massaal naar de kerkdienst zullen komen, maar vraag eens een dorpsgenoot naar wat hem of haar inspireert; misschien zijn er wel meer raakvlakken dan je denkt. Zoek eens contact met het dorpsbestuur: hoe kun je als kerk aansluiten bij een activiteit in het dorp? Of zet de kerkdeuren open op Allerzielen, zodat mensen een kaarsje kunnen aansteken voor iemand die ze missen.

Nee, de kerk stroomt echt niet vol op zondagmorgen en de ledenaantallen zullen niet opeens groeien. Maar alleen het feit dat de kerk er is, dat de deur open is, zodat je even die andere wereld in kunt stappen – dat maakt al het verschil.

Vanuit de ontmoeting ontstaat nieuw leven, ook al kun je de mensen op één hand tellen. Een kerk is nooit te klein, als je gelooft in de ontmoeting met de ander en de Ander. Pas wanneer dat geloof verdwijnt, heeft de kerk geen bestaansrecht meer. 

Jolanda Tuma • kerkelijk werker, dorpskerkenambassadeur voor de Protestantse Kerk

>Dit artikel werd op 10 oktober geplaatst in het Nederlands Dagblad

Gerealteerde berichten:

Terug naar overzicht