Leve de breiende kerk!

Vanaf mijn vroege jeugd is de kerk verbonden met breien. Vanwege Opoe. Zij breide eigenlijk altijd, en overal. Opoe was een lieve vrouw, altijd in het zwart gekleed, met de voeten op een bankje en een boel breipennen onder de arm. Opoe breide enkel sokken en kousen. Wanneer ik vroeg voor wie, dan antwoordde zij steevast: ‘Voor de kerk, jongen’.

Eén keer per jaar mocht ik met haar mee naar de Bazaar van de hervormde vrouwenvereniging ‘de lampen brandende’. Opoe zat dan achter een tafeltje met een berg sokken die gretig aftrek vond. Zij was erkend sokken breister en van de opbrengst van haar breiwerken konden de lampen van de Oude Kerk waar zij elke zondag te vinden was, een jaar lang branden.

Opoe was blij dat ik dominee wilde worden. Toen ze stierf, liet ze een eigenhandig geschreven brief na waarin ze alles onder kinderen en kleinkinderen verdeelde. “Mijn Statenbijbel is voor Wim omdat hij voor dominee leert”.

Bij de studie theologie heb ik nooit iets over ‘de breiende kerk’ geleerd. Wel leerden wij dat de kerk het ‘lichaam van Christus’ was. ‘Gods Heilig Verbondsvolk op aarde’ en zelfs de minst hoogkerkelijke theologen gingen niet lager dan ‘Vergadering van Gelovigen’.

In onze dagen zijn wij ervan doordrongen dat wij ‘missionaire gemeente’ moeten zijn. En staat ‘pionieren’ hoog op onze agenda’s. Maar vrouwen met breiwerkjes die de kerken in stand houden, kwam en komt in geen enkele theologische studie voor.

Zij zijn altijd gebleven. Onlangs nog kwam ik ze tegen. Voor vier parochiebesturen in de Zuidwesthoek van Friesland mocht ik een lezing houden over mijn studie naar de dorpskerk. Daarbij heb ik eigenlijk maar één boodschap: “Dat het dorp toekomst heeft en de dorpskerk al evenzeer. Mits wij noest doorgaan met gewoon gemeente te zijn, en er zo in slagen in het dorp de Godslamp brandend te houden.”

Dat beeld van de Godslamp heb ik geleend van de rooms-katholieken. Elke katholieke kerk heeft zo’n lampje dat altijd brandt. Op zondag en door de week, dag en nacht, in een volle en in een verstilde kerk. Het is mijn diepe overtuiging dat het doel van de kerk is dat we op de plaats waar wij leven op de een of andere wijze een Godslamp, teken van Gods aanwezigheid, brandende houden.

Mijn katholieke gehoor knikte instemmend. Eén van de vrouwen zei wat beschroomd: “De kosteres van onze parochiekerk houdt een dagdeel in de week open huis. Zij gaat dan breien en ieder uit het dorp die dat wil, kan erbij komen. En mee breien. Dat heeft een grote samenbindende invloed op de vrouwen van onze dorpsgemeenschap en onze kerkelijke gemeenschap. Wij vrouwen hebben veel aan elkaar op ons dorp”, voegde zij er een beetje beschroomd aan toe.

In de dorpen waar ik jarenlang dorpsdominee ben geweest is, kennen we zulke vrouwengroepen ook. Zij breien samen, drinken koffie met elkaar, gaan bij elkaar op verjaardagsvisite, bespreken met elkaar de toestand in het dorp en situatie in Syrië, zwemmen samen, gaan samen naar de kerk, en houden met elkaar de eenzaamheid buiten de deur. Eén keer per jaar houden zij samen de Bazaar.

O ja, ik weet, het is van ver voor onze tijd, maar het dorp denkt daar anders over. Ruim de halve dorpsgemeenschap, jong en oud, komt opzetten en ontmoet elkaar rond de gebreide sokken, de grabbelton, de caviabak waarin één cavia steevast Wim heet, en het draaiend rad.

Ik mocht raddraaier zijn. Het was mijn meest missionaire dag in het jaar. Ik sprak er al mijn schaapjes, degenen die trouw kwamen, degenen die afgedwaald waren en degenen die van een andere of van geen kerkelijke kudde waren. Zij vertrouwden mij onder de koffie en de koek hun wel en wee toe, en ik maakte afspraken hen eens te bezoeken. Hier, op de Bazaar, lagen mijn kansen.

‘Meienoar-ien’ heet de vrouwengroep die dit allemaal organiseert. Hun eenheid is allen in het dorp bekend, en de eenheid die zij brengen is onbetwijfeld. De eenheid tussen jong en oud, want deze ‘grand old ladies’ kennen ieder kind bij naam, en de kinderen kennen hen. Zij bevorderen de eenheid tussen dorp en kerk, want de grenzen tussen beide vloeien hier in elkaar over. En zij werken aan eenheid tussen wie hulp nodig heeft en wie hulp biedt. Diaconie is hier een dagelijks en vanzelfsprekend gebeuren.

De zondag na de Bazaar zitten deze vrouwen weer samen in de kerkdienst. Benieuwd wat de breiende kerk heeft opgebracht dit jaar. Zo houden samen de lamp Gods brandend.

Opoe zou trots op hen geweest zijn. Net als ik. Leve de breiende kerk!

Ds. Wim Beekman, classispredikant Friesland

Deze column is uitgesproken tijdens de dorpskerkendag op maandag 24 september 2018. > Meer over de dorpskerkenbeweging

Terug naar overzicht