Geloofsgesprek: Het woord bij de daad

Gelovigen moeten niet alleen 'de daad bij het woord voegen', maar vooral ook 'het woord bij de daad'. Het is de hoogste tijd om ons te bekwamen in het geloofsgesprek, aldus ds. René de Reuver (scriba generale synode).

'Niet lullen, maar poetsen'

Als kind ben ik opgevoed onder de rook van Rotterdam. Mijn middelbare school stond op een steenworp afstand van het Feijenoordstadion. Elke dag fietste ik langs De Kuip. De Feijenoordleus ‘geen woorden maar daden’ herkende ik van huis uit. Hoewel mijn vader een man van het woord was, hield mijn moeder van aanpakken. Voor haar geldt nog steeds: niet kletsen, maar doen. Of in plat Rotterdams: ‘niet lullen, maar poetsen’. Er moet gewerkt worden. De daad moet bij het woord gevoegd worden…

Hete hoofden en kouden harten

Deze instelling heeft ook in de kerk haar duizenden verslagen. Lezen we al niet in de Bijbel dat het geloof moet blijken uit de werken? De recente geschiedenis heeft aan deze instelling zeker ook volop bijgedragen. Wat is er voor en na de Tweede Wereldoorlog niet eindeloos gepraat over het geloof. Alsof het geloof in sluitende redeneringen gevangen en op formule gebracht moest worden. Het leidde doorgaans tot hete hoofden en koude harten discussies. U herinnert het zich misschien nog wel. Jij herkent het misschien wel uit verhalen van je opa of oma. 

Veel daden spreken van geloof

Deze woordenstrijd was geen reclame voor het geloof. Sommigen verloren er zelfs hun geloof door. Velen kozen voor ‘geen woorden, maar daden’. Zij pasten voor al het gediscussieer en kozen voor concreet geloven. Soms binnen, soms buiten de kerk. Concreet door zich in te zetten voor mensenrechten, wereldvrede, zorg om zieke en kwetsbare mensen, enz. Voor geloof dat blijkt uit daden (zie: Jakobus 2:18). Tot op de dag van vandaag spreken daden van veel gelovigen. Het is algemeen bekend dat ‘kerkmensen’ zich meer dan gemiddeld inzetten voor een zorgzame en vreedzame samenleving. Prachtig. Veel daden spreken van geloof.

Geloofstaal leren spreken

Alleen, om in daden geloof te kunnen horen, moet je vertrouwd zijn met geloofstaal. En hier zit de kneep in onze huidige samenleving. De bekendheid met het christelijk geloof is aan het verdampen. Bijbelverhalen zijn steeds minder bekend. Kerk en geloof worden gezien als iets voor liefhebbers. Privé, voor achter de voordeur. Geloofstaal wordt nauwelijks nog verstaan, terwijl deze taal onmisbaar is om door daden heen geloof te horen.

Taal is nodig om daden te kunnen duiden. Taal die woorden geeft aan daden. Geen uit een boekje geleerde formules, maar taal die uit het hart komt. Die soms stamelend, soms vurig iets verwoordt van wat een mens ten diepste drijft, gaande houdt, inspireert. Van wat, dieper: van Wie je draagt.

Decennia lang moest de daad bij het woord gevoegd worden om als gelovige niet in goedkoop en wereldvreemd gepraat te verzanden. De uitdaging waar we nu voorstaan is precies omgekeerd. Om de hartenklop van Gods liefde achter daden te kunnen verstaan, moet het woord bij de daad gevoegd worden. Dit is nog niet zo eenvoudig. Spreken van elke taal, ook van deze vraagt om oefening. Persoonlijk en met elkaar. De praktijk waar deze taal geleerd wordt is het geloofsgesprek.

Ik nodig u van harte uit om mee te doen met dit geloofsgesprek. Om in de vertrouwdheid van een kleine groep, met elkaar te delen wat u troost en bemoedigt. Om geloofstaal te oefenen en authentieke woorden te vinden die uw leven glans geven. Om woorden te vinden die anderen helpen uw leven te horen als een getuigenis.

Ds. René de Reuver, scriba generale synode

Zie ook:

Terug naar overzicht