Dorottya Nagy: ‘Het is tijd de tolerantie te overstijgen’

Dorottya Nagy houdt niet van het label ‘migrantenkerk’ dat onbedoeld de sfeer van hokjes oproept. ‘Mensen zijn aan elkaar gegeven om relaties aan te gaan en vandaaruit samen iets te betekenen voor de maatschappij.’

Het kan haast niet anders of uw biografie heeft eraan bijgedragen dat migratie het centrale thema is in uw werk.
‘Ik ben in Transsylvanië geboren, in een kleine Hongaarssprekende groep lutheranen, te midden van een gemeenschap charismatische Roma, een handjevol adventisten en een groepje Roemenen. Mijn theologische opleiding doorliep ik grotendeels in Hongarije. Door in het weekend te preken, leerde ik de Hongaarse maatschappij kennen. Ook woonde ik als uitwisselingsstudent een jaar in Hong Kong. In 2002 trouwde ik met een Nederlandse theoloog die zijn studie in Utrecht afrondde. Tijdens dat jaar besefte ik dat ik graag wilde promoveren. Intussen werkte ik als geestelijk verzorger in Den Haag. Ook in die zorginstellingen was de breedte van de samenleving aanwezig. Dus ja, migratie loopt als een rode draad door mijn leven. Ik ging er echter pas bewust mee aan de slag toen ik uit Hong Kong terugkeerde naar Boedapest en zag hoeveel Chinezen daar woonden. Mijn masterscriptie ging over christelijke Chinezen in Hongarije en hoe de kerk hen kan helpen. Wat autoritair eigenlijk, hè. Pretenderen dat ze geholpen moeten worden!’

U bent geen voorstander van aparte migrantenkerken, zoals de Arabische Protestantse Kerk in Amsterdam?
‘Nee. En ik prijs deze gemeente dat zij zich ook geen migrantenkerk noemt! De term is afkomstig van Nederlandssprekenden, maar de groep die ermee gelabeld wordt, gebruikt de term zelf ook. Migrantenkerken die zich bewust zo noemen, hebben soms meer contacten in het buitenland dan in hun nabije omgeving. Dat is de macht van labelen. Er zijn echter ook kerken die zo’n label afwijzen. Terecht, want met het label geeft de kerk het signaal af dat een eenheid wordt geconstrueerd die apart staat. Zo blijven er hokjes bestaan. Op de site van de Protestantse Kerk in Nederland staan migrantenkerken ook nog steeds apart benoemd. Het suggereert dat de rest van de samenleving er niets mee te maken heeft. Dat is best gevaarlijk. Met alle goede bedoelingen creëer je toch parallelle werelden. Het migrant-zijn wordt centraal gesteld en niet het mens-zijn. Mijn migrant-zijn is niet het enige wat mij als mens, als christen, bepaalt. Natuurlijk is de vraag waar iemand vandaan komt gerechtvaardigd, maar vaak blijft de belangstelling daar steken. De aandacht gaat niet uit naar de mens, er volgt geen verdieping en dan begint een vervreemdingsproces. We moeten de tolerantie overstijgen en beseffen dat de ander sprekend op ons lijkt en toch die unieke ander blijft. Dat is de kern van mijn theologie.’

Wat is de visie van de Protestantse Kerk in Nederland op migratie?
‘Ook op het hoogste niveau wordt gelukkig zeer bewust nagedacht over wat migratie voor ons kerk-zijn betekent. Een van de grootste uitdagingen daarbij is om theologische vorming binnen het geheel van de Protestantse Kerk gaande te houden -theologische vorming ook door gesprekken tussen beleidsmakers, theologen, predikanten en andere ambtsdragers en gemeenteleden. Visie komt ook door de kennis en ervaring van de plaatselijke gemeenten. Het feit dat de generale synode in april migratie aan de orde stelt, vind ik van groot belang om het gesprek over migratie eerst in relatie tot kerk-zijn te voeren, maar altijd met de wens om over dit complexe onderwerp op een verantwoorde manier een rol te spelen in de samenleving. Daarbij zijn de plaatselijke gemeenten nodig, die er zo dicht bij staan. En voor de duidelijkheid: het gaat niet alleen om vluchtelingen of internationale studenten, er is ook veel interne migratie, mobiliteit. Dat betekent dat binnen traditionele protestantse gemeenten een continu verloop is. Leden komen en gaan. Telkens moet de gemeente zich opnieuw vormen.’

Wat kunnen ambtsdragers en anderen binnen een gemeente hieraan bijdragen?
‘Theologische vorming is voor iedereen belangrijk. Er moeten mogelijkheden geschapen worden om met elkaar over God te spreken in relatie tot de samenleving. Van een gelovige vluchteling wordt verwacht - zelfs door de IND - dat hij of zij het verhaal over God duidelijk kan verwoorden. Maar kunnen we dat als leden van de Protestantse Kerk in Nederland zelf? Zelfreflectie is heel belangrijk. Hoe en met wie spreken we over God? Komend uit een Lutherse traditie betekent dat voor mij voortdurend Bijbellezen en bidden. Theologiseren kan niet zonder. Kerkelijke structuren hebben bevruchting met inhoud meer nodig dan verzakelijking. Iedereen die actief is in de kerk wordt uitgenodigd menselijke relaties en de verwevenheid met de samenleving serieus te nemen. Net als brood worden ook de naasten ons dagelijks gegeven.’

Hoe doet u dat zelf?
‘Als een student naar mij toekomt om te praten over een cursus geef ik hem niet alleen een A4’tje met informatie, maar neem ik de tijd om erachter te komen met wie ik te maken heb. Dat gaat verder dan de vraag waar hij vandaan komt. Ik wil voorbij de clichés zien te komen en probeer samen met die student iets voor deze maatschappij te betekenen.’

Ziet u iets van dit alles terug in de plannen voor Kerk2025?
‘Ik zie vooral structurele richtlijnen. Het verlangen is niet zozeer institutioneel één te worden maar te ontdekken wat er in een wijk, een dorp, een stad gebeurt. Dat ligt echt in de handen van de gemeenten, daar ligt de verantwoordelijkheid. De verwevenheid met de samenleving moet in het dagelijks leven gestalte krijgen. Niet als kerk en samenleving, maar als kerk ín de samenleving.’

Waaruit put u hoop?
‘Uit de ontmoeting. Een jaar of tien, twaalf geleden deden mijn man en ik veel meer voor vluchtelingen dan de laatste tijd. Het begon bij mij wel weer te kriebelen. En zie! Wij wonen in een Duits dorpje. Het is 23 december en ik sta in de keuken te koken als er wordt aangebeld. Een gemeentelid. Of ik mee wil komen naar zijn auto. Daarin zit een uit Koerdistan gevlucht gezin; een jonge vrouw, een man met een Jozefbaard en een klein kindje. Hoe verklaar je dit? Ik weet nog niet welke weg wij samen gaan afleggen, maar wel dat wij aan elkaar zijn gegeven.’

In ’t kort:
Prof. dr. Dorottya Nagy (1978, Roemenië) studeerde theologie in Hongarije en Hong Kong, en promoveerde aan de Universiteit van Utrecht. Ze is sinds 2015 verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam met als speciale belangstellingsgebieden migratie en contextuele theologie. Haar inaugurele rede was getiteld: Theologie-missiologie in beweging – liefhebben en de ander, terug naar af. Daarnaast schreef en werkte ze mee aan diverse publicaties.

Dit artikel komt uit het april-nummer van Woord&Weg. Voortaan ook dit blad ontvangen? Vraag een proefnummer aan

Terug naar overzicht