Beleidsplan vastgesteld

Het beleidsplan dienstenorganisatie 2017-2020 is door de generale synode vastgesteld.

In de vergadering van november 2015 stelde de synode Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg vast als uitgangspunt van beleid, voor verdere uitwerking en onderzoek. Het beleidsplan: Dicht bij het hart volgt de visienota van de kerk. Het beleidsplan is leidend voor het beleid van de Dienstenorganisatie voor de periode 2017-2020.

Herijking dienstverlening

Uit het beleidsplan wordt duidelijk dat de dienstenorganisatie inzet op een nieuw concept van dienstverlening, met als kernwoorden kennisdelen en co-creatie. De vragen/behoeften én de inbreng van gemeenten staan daarin centraal. Daarmee krijgt de dienstenorganisatie een andere rol, die van makelaar van kennis en inspiratie. De  huidige gemeente-adviespraktijk wordt beëindigd. De teruglopende financiële middelen maken dit ook noodzakelijk.

Een aantal synodeleden hield een warm pleidooi voor het behouden van de huidige gemeenteadviespraktijk. Zo stelde diaken G. Visser (classis Zoetermeer) dat juist kleine gemeenten een beroep doen op een gemeenteadviseur. “Je kunt kleine gemeenten niet zo maar aan hun lot overlaten. Daarom doe ik de oproep: laat de gemeenteadviseurs niet in de kou staan.”

Transitie dienstenorganisatie

De veranderende rol van de dienstenorganisatie, de inhoudelijke beleidskeuzes en de noodzaak te bezuinigen (50 fte) vergen een forse aanpassing (transitie) van de organisatie. De nieuwe rol vraagt om een andere werkwijze, andere functies, een cultuurversterking en een andere organisatiestructuur.  Kantelpunt voor de aanpassing van de dienstenorganisatie is 1 januari 2017.

Gesprek in de synode

De meeste vragen van de synode gingen over de noodzaak van de bezuinigingen en het kantelmoment van 1 januari 2017.

Zo vroeg Ouderling H. Oranje (classis Delft) zich af of er geen alternatieven mogelijk zijn. Hij vindt het moedig dat de dienstenorganisatie duidelijk keuzes maakt in het beleidsplan. Maar hij is ook kritisch over het feit dat de synode geen keuzes krijgt voorgelegd. “Dat vind ik jammer.”

Ook waren er synodeleden die een duidelijker financiële onderbouwing van het plan wilden zien. Zo zei diaken P. Goudkamp (classis Breukelen) bijvoorbeeld:  “Als ik ergens over moet besluiten, wil ook alle achterliggende informatie hebben.”

Alternatieven

Haaije Feenstra, directeur dienstenorganisatie, beantwoordde alle vragen met verve. Hij ervaarde persoonlijk ook pijn voor de medewerkers en heeft veel waardering voor de bijdrage met hart en ziel van de gemeenteadviseurs en andere collega’s aan de opbouw van de Kerk. Hij begreep dat een aantal synodeleden zich ‘wellicht een beetje overvallen voelen door de plannen die voorliggen en dat ze zich afvragen waar de alternatieven zijn’. Feenstra: “Maar daarvoor heeft u een bestuur. Die heeft alternatieven afgewogen. De werkelijkheid moeten we wel tijdig onder ogen zien, zodat er ook een evenwichtig sociaal plan voor de medewerkers is om de negatieve gevolgen zoveel mogelijk te ondervangen”

Zowel bestuursvoorzitter Greet Prins als algemeen directeur Haaije Feenstra maakten duidelijk dat er feitelijk geen alternatieven voor de voorgenomen bezuiniging zijn. Alleen een forse verhoging van het quotum (bijdragen van gemeenten) van circa 17% zou bijvoorbeeld voldoende zijn om de eigen gemeente-adviespraktijk in stand te kunnen houden, zo maakte Haaije Feenstra duidelijk.

Toekomst

Ook wisten directie en bestuur de synode ervan te overtuigen dat het grote voorkeur verdient om de nieuwe organisatie per 1 januari van start te laten gaan. “De Dienstenorganisatie heeft helderheid en ruimte nodig”, zo verwoordde Greet Prins het standpunt van het bestuur. Haaije Feenstra gaf aan dat hij de organisatie en haar medewerkers niet nog langer in onzekerheid wil laten over de toekomst.

De synodeleden waren tevreden over de gegeven antwoorden en stemden uiteindelijk unaniem in met het beleidsplan

Terug naar overzicht