Armoede op het spoor

Mensen die geld tekort hebben, lopen daar meestal niet mee te koop. En op het eerste oog is er niets van te merken. Hoe kom je als diaconie deze mensen op het spoor? Deel 1 van een serie over armoede.

Een diaconie die wacht op financiële hulpaanvragen van particulieren, kan doorgaans lang wachten. Mensen die leven in armoede, kloppen meestal niet zelf aan. Er is schaamte en een diaconie is voor velen buiten de kerk een totaal onbekend fenomeen. Daarnaast kwam er vroeger meer info binnen via de predikanten en kerkelijk werkers. Nu de betaalde krachten veel minder huisbezoek doen en er wijken zijn samengevoegd, droogt dit informatiekanaal langzaam op.

Binnen een gemeente zijn wel veel vrijwilligers die als oren en ogen van de diaconie kunnen dienen. Denk, naast de diakenen, maar aan ouderlingen, contactpersonen, vrijwilligers van een maaltijdproject of helpers bij de jaarlijkse rommelmarkt. Omdat ook veel kinderen en jongeren te maken hebben met armoede is het wijs de vrijwilligers van de kindernevendienst en jeugdkerk er ook bij te betrekken. Deze mensen zijn niet gewend om signalen van armoede op te vangen. Wat kun je deze vrijwilligers als diaconie vertellen?

Koud in huis?

Vrijwilligers die bij mensen thuis komen, kunnen veel signalen opvangen als ze goed om zich heen kijken en ‘tussen de regels door kunnen luisteren’. De staat van meubels en kleding kan een indruk geven van het geld dat mensen te besteden hebben. Geen krant meer of een koud huis kan ook een indicatie zijn. In een gesprek kom je erachter hoe mensen hun (vrije) tijd doorbrengen. Gaan ze op bezoek, met vakantie, gaan ze met de auto of de bus? Vieren ze hun verjaardag? Hebben ze een partner verloren of zijn ze hun werk of sociale contacten kwijt? Ineens kan er bij de vrijwilligers een belletje gaan rinkelen. Soms lukt het om gebrek aan geld gewoon heel open ter sprake te brengen. De vrijwilligers kunnen hun signalen weer aan u doorgeven.

Sleutelfiguren

Er zijn meer organisaties actief bezig om armoede op te sporen en te bestrijden. Denk maar aan diaconieën van andere kerken, voedsel- en kledingbanken, een inloophuis en de kringloopwinkel. Goed contact met deze organisaties voorkomt dat er dubbel werk gedaan wordt. Kijk wat er al gebeurt en stem goed op elkaar af! Binnen en buiten de plaatselijke kerk zijn er mensen die zicht hebben op armoede in de regio, of ze dat nu vanuit hun betaalde of onbetaalde werk doen. Zij hebben vaak ook rechtstreeks contact met arme mensen. Deze zogenaamde sleutelfiguren zijn bijvoorbeeld arts, medewerker bij de sociale dienst of ouderenbond, wijkverpleegkundige, leerkracht, wijkagent of werkzaam bij het vluchtelingenwerk. Uiteraard kunnen zij geen namen noemen, mensen hebben recht op privacy. Maar vragen stellen kan nuttige informatie opleveren: Waar ziet u mensen die in armoede leven? En: wat zou u aan armoedebestrijding doen als u in de diaconie zat? Deze sleutelfiguren kunnen ook mensen in armoede doorverwijzen naar de diaconie.

Vindbaarheid

Als een diaconie er wil zijn voor armen, moet ze wel makkelijk vindbaar en aanspreekbaar zijn. En daar ontbreekt het nog wel eens aan. Komt de diaconie op plekken waar arme mensen komen? Een diaken die meewerkt bij de voedselbank kan een schat aan informatie inbrengen. Controleer eens hoe de diaconie zich presenteert op internet. Vaak staat op een website van de kerk formele informatie over de diaconie, met beleidsplan en al, maar geen gezicht, telefoonnummer of uitleg over wat een diaconie doet.

Bron: Diakonia (februari 2018). Vraag hier een abonnement aan.

Zie ook:

Terug naar overzicht