Dossier IsraŽl - Palestina

De Protestantse Kerk heeft verschillende en gelijkwaardige roepingen:  

  • de roeping om gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël;
  • de diaconale roeping om solidair te zijn met hen die lijden onder onrecht, verdrukking en geweld;
  • de oecumenische roeping om de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking te zoeken en te bevorderen met andere christenen, inclusief Palestijnse christenen. 

Conflict en verzoening  

In de praktijk kunnen deze verschillende roepingen met elkaar botsen en schuren. In de Protestantse Kerk willen we met elkaar constructief en luisterend in gesprek zijn over het gehoor geven aan deze roepingen. Trouw blijven aan deze roepingen én hieraan gestalte geven betekent dat we een breed en evenwichtig palet aan organisaties en initiatieven ondersteunen die gesprek, ontmoeting en verzoening stimuleren. Zowel in Nederland als in Israël en Palestina.

Deze drie roepingen zijn vastgelegd in de Kerkorde, verder aangestipt in de visienota’s van de Protestantse Kerken beleidsmatig uitgewerkt in de en beleidsmatig uitgewerkt in de IP-nota: ‘Het Israëlisch-Palestijns conflict in de context van de Arabische wereld van het Midden-Oosten’. De Generale Synode heeft aan Kerk in Actie en aan Kerk & Israël opgedragen om hier uitvoering aan te geven.

Jij hebt ook gelijk...

Een oud chassidisch verhaal vertelt ons het volgende. Een oude vrouw zoekt haar rabbi op om hem haar moeilijkheden met haar man voor te leggen. De rabbi luister geduldig en aandachtig. Als ze uitgesproken is en hem vol verwachting aankijkt, verzinkt hij in gepeins. Na enige tijd kijkt hij op en zegt: ‘Vrouw, ik heb goed naar je geluisterd en ik vind dat je gelijk hebt’.

De vrouw voelt zich begrepen en gesteund en gaat opgelucht naar huis waar zij haar man vertelt wat de rabbi heeft gezegd. Dat wordt de man te machtig! Hij snelt naar de rabbi om hem zijn verhaal te vertellen. De rabbi luistert geduldig en aandachtig. Als de man uitgesproken is, verzinkt hij in gepeins. Na enige tijd kijkt hij op en zegt: ‘Man, ik heb goed naar je geluisterd en ik vind dat je gelijk hebt’.

De man voelt zich begrepen en gesteund en gaat opgelucht naar huis. De leerling van de rabbi is van beide gesprekken getuige geweest. Verbaasd zegt hij tegen zijn leermeester: ‘Maar hoe kan dat nu? U zegt tegen de vrouw dat zij gelijk heeft en u zegt tegen de man dat hij gelijk heeft, dat kan toch niet?’ De rabbi luistert aandachtig naar zijn leerling en verzinkt in gepeins. Dan zegt hij: ‘Ik heb goed naar je geluisterd, en jij hebt ook gelijk.’