College van kerkrentmeesters

Het College van kerkrentmeesters heeft het beheer over de financiŽle middelen en gebouwen van de gemeente, met uitzondering van diaconale aangelegenheden.

De verantwoordelijkheid hierover heeft de kerkenraad aan het college gedelegeerd. Het college bestaat uit tenminste drie leden. Verder heeft het college, door het toezicht op de vermogensrechtelijke aangelegenheden, contact met het college voor de behandeling van beheerszaken. 

College van kerkrentmeesters: beheer financiën

De (financiële) middelen hebben grote invloed op het gemeente-zijn. Het speelt een rol bij het benoemen van een predikant of kerkelijk werker, het organiseren van activiteiten, het samenwerken met andere gemeenten en partners, het onderhouden van het gebouw. De wijze waarop het geld wordt besteed zegt vaak meer over de gemeente dan allerlei beschouwingen.

De beschikbare middelen hebben grote invloed op het gemeente-zijn. In steeds meer gemeenten dalen de inkomsten, onder meer door afname van het aantal leden en van de betrokkenheid van de leden. Als uw gemeente minder geld te besteden heeft, kunt u voor ingrijpende keuzen komen te staan, bijvoorbeeld:

  • het aantrekken van een predikant of kerkelijk werker in deeltijd, in plaats van een volledige aanstelling;
  • het samenvoegen met een buurgemeente, het delen van een predikant of het combineren van activiteiten;
  • het noodgedwongen sluiten van het kerkgebouw.

Materiële en financiële voorwaarden voor leven en werken van gemeente

Kerkrentmeesters hebben als taak de materiële en financiële voorwaarden voor het leven en werken van de gemeente te scheppen en onderhouden, zo staat het omschreven in de Kerkorde: Ordinantie 11. Het gaat dan o.a. om:

  • het meewerken aan de totstandkoming van het beleidsplan, de begroting en de jaarrekening;

  • het zorg dragen voor de geldwerving;

  • het beschikbaar stellen van ruimten voor de eredienst en andere activiteiten van de gemeente;

  • het beheren van de roerende en onroerende zaken van de gemeente;

  • het beheren van de financiën van de gemeente;

  • het verzorgen van het personeelsbeleid en het fungeren als werkgever;

  • het bijhouden van de registers van de gemeente, het doopboek, het belijdenisboek en, indien aanwezig, het trouwboek;

  • het beheren van de archieven van de gemeente.